Wetenschap - 13 november 2008

ASTERIX EN HET METABOLE SYNDROOM

Was de zwaarlijvige Obelix – ‘ik ben niet dik!’ – uit de bekende Asterix-strips een vroege obesitasklant of was zijn forse postuur aangeboren? Prof. Edith Feskens, die vandaag haar inaugurele rede uitspreekt als persoonlijk hoogleraar Voeding en metabool syndroom, vermoedt het laatste. ‘Ik heb hem in geen enkel boek echt ziek gezien, behalve ziek van verliefdheid misschien.’
Volgens Feskens hebben de makers van de Asterix-strips, René Goscinny en Albert Udenzo, zich bijzonder grondig in de oudheid verdiept. Wie met een voedingskundig oog de strips naloopt, merkt dat de bedenkers van de kleine Gallische nederzetting geen onzin verkopen, stelt de hoogleraar. Ze komt in de albums in haar boekenkast plaatjes tegen van de kleine Obelix en zijn moeder, waarop beide de bekende lichaamsopbouw hebben. ‘Het kan zijn dat moeder Obelix haar zoon de dikke genen heeft meegegeven, maar juist niet de genen voor hoge bloeddruk of diabetes. We weten namelijk zeker dat ze er zijn, genetische variaties die vaker voorkomen bij mensen met obesitas.’
Wellicht is Obelix nog te jong om voedselgerelateerde ziekten te krijgen, stelt Feskens. Wat ook helpt is dat hij zijn overvloedige maaltijden afwisselt met veel beweging: everzwijnen vangen en een volgend avontuur tegemoetlopen. Dat geldt niet voor stamhoofd Abraracourcix annex Heroïx, die dan ook ziek wordt in ‘Asterix en het IJzeren Schild’. Druïde Panoramix stelt vast dat Abraracourcix last van zijn lever heeft, omdat hij te veel heeft gedronken en gegeten. Panoramix stuurt hem naar een kuuroord van zijn collega Diagnostix, waar het stamhoofd een streng dieet krijgt van in water gekookte groente, en flink afvalt.
De dikke buik en pijnlijke lever van Abraracourcix duiden op een verhoogd risico op diabetes en hart- en vaatziekten, zegt Feskens. Met onze apparatuur had Diagnostix waarschijnlijk een hoge bloeddruk en een hoge concentratie glucose in het bloed van het stamhoofd gemeten. De moderne druïden van de voedings- en gezondheidsleer noemen dit het metabole syndroom. Volgens Feskens heeft vijftien procent van de Nederlanders tussen de dertig en zestig jaar dit syndroom, een voorstadium van suikerziekte en hart- en vaatziekten. Dagelijks overlijden 116 mensen aan hart- en vaatziekten en krijgen tweehonderd mensen te horen dat ze diabetes hebben, aldus de hoogleraar.
Feskens gebruikt de Asterix-boeken als aanloopje voor haar onderzoek naar de oorzaken en preventie van obesitas en diabetes. Haar belangrijkste wapenfeit tot dusverre is de SLIM-studie, waarbij 147 mensen met een beginstadium van diabetes gedurende vier jaar met leefstijladvies, gratis sporten en een diëtist werden begeleid. De interventie leidde tot een halvering van het aantal diabetesgevallen. Feskens gaat deze aanpak nu samen met de GGD Gelre-IJssel bij huisartsen introduceren.
Eén voedingsvraag uit de Asterix-albums laat ze overigens onbeantwoord: verkocht Kostunrix nu verse vis of had de smid Hoefnix gelijk?

Re:ageer