Organisatie - 1 januari 1970

ASG verliest visonderzoek

Het Wageningse zee-instituut moet per 1 januari 2006 een feit zijn. Het instituut, waarin Alterra Texel en Rivo opgaan, zal in eerste instantie worden aangestuurd door de raad van bestuur van Wageningen UR. Over twee jaar gaat het vallen onder de Environmental Sciences Group. Rivo valt nu nog onder de Animal Sciences Group.

Afgelopen zomer werd bekend dat Alterra Texel en het visserij-instituut Rivo een nieuw marien onderzoeksinstituut zouden gaan vormen. De raad van bestuur heeft nu het ondernemingsplan voor het instituut voor advies naar de centrale ondernemingsraad gestuurd. Daaruit blijkt dat Rivo en Alterra Texel wat betreft aansturing tijdelijk zullen vallen onder de raad van bestuur, en daarmee niet langer een zaak zijn van respectievelijk de Animal Sciences Group en de Environmental Sciences Group. De medewerkers van de beide instituten zullen worden gedetacheerd bij een tijdelijke werkorganisatie. Na twee jaar zal het nieuwe instituut vervolgens worden ondergebracht bij de Environmental Sciences Group, is het plan. Dat betekent dat de Animal Sciences Group zijn vis-tak verliest.
Rivo-directeur drs. Martin Scholten wordt de baas van het nieuwe instituut. ‘We erven de werkvorm van de Animal Sciences Group, maar gaan ons qua onderzoek meer bewegen in de richting van Alterra. Dit past bij de tendens van het ecologiseren van het visserijonderzoek die nu al plaatsvindt’, aldus Scholten.
De definitieve naam van het zee-instituut wordt waarschijnlijk niet Wageningen Marien, onder meer vanwege de verwarring met het in Wageningen gevestigde onderzoeksinstiuut Marin. Het instituut heet in de plannen daarom voorlopig Wageningen XXX.
In Wageningen XXX moeten niet alleen Alterra Texel en Rivo opgaan, maar moet al het Nederlandse toegepaste ecologische zeeonderzoek gebundeld worden. Over toetreding van de onderzoeksgroep Ecologische risico’s van TNO in Den Helder wordt nog overlegd. Volgens het ondernemingsplan is deelname van TNO belangrijk voor de versterking van de marktpositie bij het bedrijfsleven en andere ministeries dan LNV. Scholten: ‘De juridische structuur van TNO en DLO staan een simpele joint venture in de weg. Het voorstel is nu om de TNO-groep op te nemen in de tijdelijke werkorganisatie en de fusie werkenderwijs vorm en inhoud te geven.’
Het ondernemingsplan voorziet een aanzienlijke omzetgroei voor het nieuwe instituut: van 20 miljoen euro in 2006 naar zo’n 25 miljoen euro in 2008. Het aantal onderzoekers zou in die periode kunnen groeien van 125 tot 170. Het ministerie van LNV is de grootste financier, met een bijdrage die gelijk blijft op ruim 10 miljoen. De groei zou met name moeten komen van de andere ministeries. Zo groeit in de prognose de jaarlijkse bijdrage van het ministerie van Economische Zaken van 0,4 tot 1,5 miljoen euro. ‘Er komt steeds meer economische activiteit op zee en er is meer onderzoek nodig omdat steeds meer Europese richtlijnen ook worden doorgetrokken naar zee. We willen echt meer worden dan het huislab van LNV’, stelt Scholten.
Over de centrale vestigingsplaats, een gevoelig onderwerp voor zowel het personeel in IJmuiden als op Texel, is nog geen besluit gevallen. Het vizier is nog steeds gericht op Den Helder, vanwege de gunstige ligging op de grens van de Noordzee en het Waddengebied. Ook de gemeenten Texel en Velsen (IJmuiden) zijn nog volop in de race. Een opmerkelijk eend in de bijt is de gemeente Den Haag, die een plek in de haven van Scheveningen in de aanbieding heeft. ‘Scheveningen valt wel wat buiten de scoop, omdat de personele gevolgen van deze vestigingsplaats het grootst zijn. De raad van bestuur heeft juist aangegeven die gevolgen extra zwaar mee te wegen’, aldus Scholten. / GvM

Re:ageer