Organisatie - 8 januari 2009

AMBACHTELIJKE BOEREN

In het interview ‘De boer is terug’ (NRC, 20 december) betoogt Jan Douwe van der Ploeg dat de wereldvoedselvoorziening meer gebaat is bij boeren dan bij multinationals. Het artikel brengt de verschillende inzichten van WUR-exponenten (Van der Ploeg, Rabbinge en Fresco) over duurzaamheid in de agrarische sector weer eens aan het licht. Dat publiekelijk nog steeds zo’n verwarring op dit cruciale terrein wordt geëtaleerd is triest; een universiteit van life sciences zou minimaal moeten probéren de gezichten één kant op te krijgen.
Over tal van aspecten zullen ‘we’ het toch met elkaar eens moeten kunnen zijn, namelijk dat 1. aan het bestaan van ‘arme boeren’ in onze wereld een eind zou moeten komen, 2. het een goede zaak zou zijn dat het aantal ambachtelijke boeren met een up-to-date opleiding wereldwijd sterk zou toenemen, 3. iedere ambachtelijke moderne boer gemakkelijke toegang moet hebben tot alle relevante agrarische kennis en technieken, 4. de burgerij er alle belang bij heeft om altijd en overal op werkelijk duurzame manier van voedsel te worden voorzien, 5. het huidige aantal mensen op deze wereld al een veel te grote aanslag betekent op natuur en milieu, 6. er binnen regio’s een evenwicht tussen bevolkingsomvang en een duurzame agrarische productiecapaciteit moet worden bereikt, 7. moderne ambachtelijke boeren bij goed functioneren een gegarandeerd inkomen dienen te genieten, 8. het vrijemarktprincipe niet op de voedselsector van toepassing kan/mag zijn, gezien de gewenste (regionale) overproductie, de vele niet-controleerbare factoren die een rol spelen, en het gegeven dat de agrarische producent het moet afleggen tegen monopoliserende handelsondernemingen.
Niemand ontkent dat er aan werkwijzen van de mondiaal opererende agrarische kolossen grote nadelen kleven, en enorme sociale risico’s. Juist met het oog op het bereiken van ‘echte duurzaamheid’ zouden binnen een universiteit als Wageningen UR alle medewerkers zich toch moeten buigen over de vraag ‘Waar gaat dit naar toe, hoe krijgen we grip op de ontwikkelingen’. Mag uiteindelijk een heel select groepje ‘hoog opgeleide (super)specialisten’, al of niet veilig ingebed binnen een agromultinational, het exclusieve recht krijgen op de uitoefening van agrarische activiteiten, omdat niemand anders meer over de benodigde vermogens mag beschikken? Boeren mogen dan in Brazilië volgens Van der Ploeg terugkomen, doordat ze er op een of andere manier in slagen een stukje land terug te veroveren op de grootgrondbezitters, maar wie is bereid hen de noodzakelijke kennis en middelen te verschaffen? De monopoliserende agro-multinationals met hun wetenschappelijke achterban zeker niet, maar misschien wel instellingen als WUR, of wordt het hen niet toegestaan?
Sinds bijna vier decennia wordt bij WUR door verschillende groepen gewerkt aan methoden van water- en stofkringloopsluiting, waardoor thans voldoende kennis en technieken beschikbaar zijn om afval en afvalwater ten behoeve van voedselproductie te valoriseren. Stap voor stap zouden massa’s goed opgeleide ambachtelijke boeren, waar dan ook in de wereld, hiermee een vergaande regionale zelfvoorziening van de grond kunnen krijgen, zonder dat het leefmilieu wordt geschaad, zonder exorbitant gesleur met mensen, dieren en goederen, zonder verdere marginalisering van de burgerij. Míts allerlei gevestigde belangengroepen zich erachter zouden scharen.
Er ligt voor Wageningen UR een geweldig uitdagende taak: de gezichten met betrekking tot de interpretatie van het begrip duurzaamheid moeten dezelfde kant op, aan de verkokering van het begrip moet een eind komen. Our Common Future moet weer uit de kast komen en gelezen worden.

Re:ageer