Organisatie - 8 oktober 2009

65 en verder

Werken tot ons 67-ste, we ontkomen er waarschijnlijk niet aan. Maar is langer doorwerken wel zo erg?

20-Oude-man-aan-het-werk-fo.jpg
Rob Nout (63), universitair hoofddocent Levensmiddelenmicrobiologie, nog anderhalf jaar voor de boeg:
'Als je ertoe in staat bent, is doorwerken een zegen. Voor mezelf zie ik geen belemmeringen. Ik zit goed in mijn vel en heb plezier in mijn werk. Via het onderwijs kom ik veel in contact met jonge mensen, dat houd je actief en jong van geest. Ik beschouw mezelf als een geluksvogel, maar vergis je niet, het kan plotseling gebeurd zijn. Van mijn reünieclub ben ik de enige die nog werkt. De anderen zijn er al mee gestopt of zijn uitgeblust. Na de einddatum ga ik sowieso door. Er lopen nog allerlei projecten en ik heb mijn aio's die ik begeleid. Dat kun je niet zomaar stoppen.'
Jeanne Kole-Wijnstekers (63), telefoniste bij het Facilitair Bedrijf:
'Als het zou moeten, zou ik door kunnen. Ik doe geen zwaar werk en ik heb er plezier in, maar 65 jaar vind ik eigenlijk wel mooi. Ik woon in Den Bosch, dus dat betekent veel reistijd, en mijn man is bovendien al met pensioen. Ik vind niet dat je de AOW-leeftijd voor iedereen moet verhogen naar 67 jaar, in ieder geval niet voor mensen die zwaar lichamelijk werk doen. En als je veertig jaar in dienst bent, dan mag je wel stoppen: dan heb je je best wel gedaan voor de maatschappij.'
Ger Vos (65), koordirigent WSKOV, sinds april met pensioen:
'Ik vind doorwerken na je pensioen een cadeau. Psychologisch en fysiek was ik er ook nog lang niet aan toe; ik heb nog veel werklust en wil nog veel dóórgeven. Als artiest ben je sowieso nooit klaar. Het is onzin om kennis en ervaring te 'parkeren' of, erger nog, af te schrijven. Van Wageningen UR moest ik met 65 jaar met pensioen; ik mocht absoluut niet doorwerken. Toch is  er voor mij eigenlijk niets veranderd doordat ik mijn werkzaamheden bij het koor van de WSKOV gewoon voortzet. De honorering komt nu niet meer rechtstreeks van Wageningen UR; dat loopt nu via de vereniging. Ik ben geen werknemer meer en heb dan ook geen recht op extra uitkeringen zoals vakantiegeld of sociale verzekeringen. Daar ben ik niet zo blij mee.'
Anne Mie Emons (67), hoogleraar Plantencelbiologie:
'Als ik mijn werk niet met plezier deed, was ik allang gestopt. Dat ik er nog veel lol in heb, komt misschien wel doordat ik pas tien jaar na mijn afstuderen aan de universiteit terecht ben gekomen. Weliswaar ben  ik deze maand veertig jaar rijksambtenaar, maar ik zit pas dertig jaar in de wetenschap; een overstap die ik bewust pas maakte toen de kinderen al wat groter waren. Ik ben nu nog voltijds bezig. Ongeveer de helft van de tijd als baan in Wageningen. Daarnaast ben ik onder meer hoogleraar in Beijing en verbonden aan het instituut AMOLF in Amsterdam, en ik doe klussen voor Wageningen Universiteit als plaatsvervangend rector. Mijn afscheid staat gepland voor 2011; we organiseren dan een groot congres; daar wil ik graag mijn afscheidsspeech houden want mijn carrière was op de eerste plaats internationaal. Dan zijn ook mijn meeste aio's klaar en is een postdocproject van NWO afgerond. Op mijn 65'ste had ik echt niet weg gekund.'
Piet Looise (66 jaar), oud-docent economie bij Van Hall Larenstein:
'Als mensen langer moeten werken, dient de organisatie nog nauwkeuriger naar hen te luisteren. Het lijkt me geen goed idee om mensen te dwingen tot hun 67-ste het werk te doen dat ze al vanaf hun 40-ste verrichten, en ze dan te verplichten ineens te stoppen. Het is beter als het een glijdende schaal wordt. Wijziging en verlichting van taken, eventueel in ruil voor salarisvermindering, moeten mogelijk zijn. Ik denk dat in het onderwijs maar weinig mensen voor de volle honderd procent tot hun 65-ste doorwerken. Met een volledige onderwijsbaan, zonder al te veel diversiteit in de taken, is dat ook bijna niet haalbaar.'
Herman Eijsackers (63), Lid Concernstaf en Wetenschappelijke Adviesraad, nog anderhalf jaar te gaan:
'Ik zou graag langer willen doorwerken, ik heb nog zoveel lol in mijn werk. Ik ben ook zeker van plan om na mijn pensionering als vrijwilliger actief te blijven. Maar let wel, ik zit in een gunstige positie. Als academisch onderzoeker heb je een grote vrijheid, ik kan keuzes maken, maar als je baas precies vertelt wat je moet doen en je steeds hetzelfde werk te doen krijgt, dan kan ik me voorstellen dat je op je 65-ste met pensioen wilt. Mensen die vanwege hun werk of slijtage echt toe zijn aan pensioen, moeten kunnen stoppen met 65 jaar.'
Jos Smit (63), onderzoeker bij het LEI, slechts enkele maanden van zijn pensioen verwijderd: 
'Ik vind het geen straf om langer door te werken, maar aan de andere kant is het nu ook wel genoeg. Als mensen later met pensioen gaan, moet de organisatie hierop inspelen. Nu heerst er een sfeer van: die zestigplussers gaan gauw weg. Dat moet veranderen want het is nog een heel eind naar 67. Wel is het zo dat je op een gegeven moment bepaalde aspecten van je werk wel gezien hebt en dat je die zou willen afstoten. Zo heb ik het helemaal gehad met het frequente reizen binnen Europa. Stoppen is voor mij een positieve keuze. Dan krijg ik tijd voor vrijwilligerswerk, maar ook om te spitten in historische archieven.'

Re:ageer