Organisatie - 29 april 2010

5 Mei. Hoe vrij ben jij?

tekst:
Joris Tielens

Komende week viert Nederland dat het 65 jaar geleden werd bevrijd. Maar hoe vrij zijn wij op de werkvloer? Kunnen en mogen medewerkers van Wageningen UR alles zeggen?

22-MI-vrijheid-werkvloer.jpg
Patrick Jansen, onderzoeker leerstoelgroep Bosecologie en bosbeheer, lid van de redactieraad van Resource:
'In het perspectief van de bevrijding die we op 5 mei vieren, hebben we waanzinnig veel vrijheid binnen Wageningen UR. Ook vergeleken met wetenschappers in landen als China krijgen mensen hier veel vrijheid op hun werk. Maar dat gezegd hebbende, er is hier nu wel minder vrijheid dan tien jaar geleden. Ook zelf heb ik al eens ondervonden dat kritiek op het bestuur niet op prijs wordt gesteld. 
Dat komt door de lastige combinatie binnen Wageningen UR van een universiteit en een bedrijf, namelijk DLO. Voor een universiteit is academische vrijheid van groot belang. Daarbij horen allerlei verschillende meningen, waar spanning tussen bestaat. Daarbij hoort ook debat over wat de universiteit doet, en ruimte voor kritiek. Voor DLO is het juist belangrijk dat de neuzen allemaal dezelfde kant op staan om zo een sterke uitstraling naar buiten te krijgen en het product te promoten. Dat gaat niet goed samen.
Als ik de baas was zou ik de universiteit en DLO daarom meer uit elkaar houden, om zo de academische vrijheid bij de universiteit beter te waarborgen. De universiteit zou weer een aparte universiteitskrant krijgen vol opinie en discussie, en DLO een apart relatieblad. Want hoewel het me nog meevalt hoe het gaat met Resource, blijft het moeilijk voor de redactie om die twee verschillende belangen te dienen met één blad. Het risico is groot dat de redactie aan zelfcensuur gaat doen.'
Herman Eijsackers, voorzitter van de wetenschappelijke adviesraad die de raad van bestuur adviseert:
'Ik denk dat iedereen vrij is om te zeggen wat hij wil binnen de verantwoordelijkheid van zijn werk. Maar er wordt al te gemakkelijk gebruik gemaakt van de term academische vrijheid om  dingen in de media zeggen, zonder na te denken over de gevolgen daarvan. Vrijheid gaat gepaard met verantwoordelijkheid.
Het komt voor dat een hoogleraar een mening geeft over een breed onderwerp. Deels is die gebaseerd op zijn leeropdracht, maar deels treedt hij daarbuiten.  De journalist pikt juist dat eruit, waarna er een stelling de wereld in gaat uit de mond van die hoogleraar over een onderwerp waar hij niet deskundig op is. Ik ga geen voorbeelden noemen, maar ze zijn er wel.
Omdat Wageningen UR zich bezighoudt met veel dingen die van belang zijn voor de samenleving, is het goed voorstelbaar dat een wetenschapper een mening geeft over een maatschappelijk onderwerp. Daarbij moet je steeds bedenken: is het wel mijn deskundigheid, en hoe werkt die mening door in de samenleving?'
Bernd van der Meulen, hoogleraar Recht en bestuur, zei onlangs tijdens een bijeenkomst van Studium Generale dat de vrijheid van meningsuiting beschermd moet worden:
'Er is reden tot zorg, niet alleen ver weg, maar ook hier. Ik maak me er bijvoorbeeld zorgen over dat de universiteit door middel van een advocatenbrief reageert op columnist Willem Koert. Geëist werd dat hij zich voortaan zal onthouden van het geven van bepaalde meningen. Dat gaat erg ver. Ook het inlijven van Resource bij corporate communicatie is een ontwikkeling die bijdraagt aan het ontstaan van het beeld dat het bestuur invloed wil uitoefenen op de inhoud van de artikelen. Tot slot is er de discussie geweest over de mate waarin medewerkers vrij zijn om in externe media hun mening te geven, bijvoorbeeld in de Volkskrant. De bestuursvoorzitter heeft bij die gelegenheid gezegd dat Wageningen UR met één mond moet spreken. Vrijheid van meningsuiting betekent ruimte laten voor andere meningen, ook als die je niet welgevallig zijn. De universiteit is een cultuurdrager. Voor mij vormen de mensenrechten de basis van onze cultuur. Hoe kun je aan buitenlandse studenten uitleggen wat het betekent in een democratie te leven als wij niet staan voor onze vrijheden? De universiteit kan zich daarom niet de vrijheid veroorloven om vrijheidsbeperking op te leggen zoals een bedrijf dat wel kan.'
Evert Jacobsen, hoogleraar Plantenveredeling:
'Je moet altijd dingen kunnen zeggen die je wilt zeggen, maar wel in verbondenheid met anderen en met je organisatie waar je onderdeel van bent. Dat wil zeggen dat je ook verantwoordelijkheid hebt naar je werkplek toe. Ik wil mijn organisatie niet schaden. Binnen die gebondenheid voel ik me heel vrij. Er is zelfs de vrijheid om dingen te zeggen die tegen het belang van Wageningen UR in zouden gaan. Maar waarom zou je?
Diezelfde vrijheid in gebondenheid ervaar ik als het gaat om octrooien en de vrijheid om te publiceren. Wij doen veel contractonderzoek, maar het is niet zo dat wetenschappers minder publiceren omdat bedrijven hun onderzoek geheim willen houden. Als je een octrooi indient, moet je dat onderbouwen met wetenschappelijke kennis. Als het octrooi ingediend is, kan de kennis dus ook worden gepubliceerd. In het proces daaraan voorafgaand moet je misschien voorzichtig zijn, maar dat geldt voor alle onderzoek, ook als er geen octrooi volgt. Want er zijn helaas te weinig creatieve mensen en te veel kopieerders. Als je te veel te koop loopt met ideeën uit je onderzoek, loopt een ander er mee weg.'
Niels Louwaars, onderzoeker Centrum Genetische Bronnen, werkte aan een rapport voor het ministerie LNV ter advies aan de Tweede Kamer over het octrooirecht:
'Octrooien leveren geen bedreiging op voor publicatie, hooguit vertraging. Je moet als onderzoeker wel je mond houden over het onderwerp van het onderzoek wanneer er mogelijk een octrooi in zit dat  Wageningen UR of haar partners wil gaan aanvragen. Geen flitsende presentaties op congressen of heftig debat met collega's van buiten. Ik kan me voorstellen dat een vrijere uitwisseling van ideeën de wetenschap vooruit helpt en dat te bang zijn voor kopieerders netto verlies betekent voor het onderzoek.'

Re:ageer