Wetenschap - 2 juni 2018

3D-geprint rif is primeur voor de Noordzee

tekst:
Tessa Louwerens

Op de Borkumse Stenen, ten noorden van Schiermonnikoog, wordt 6.000 kilo Noorse platte oesters geplaatst, deels op 3D-geprinte rifstructuren. Het is voor het eerst dat in diepere delen van de Noordzee oesterbanken worden hersteld en tevens het eerste 3D geprinte rif in de Noordzee.

Het 3D-geprinte rif is een primeur voor de Noordzee. Negen van dit soort structuren zijn geplaatst binnen een gebied van 1 hectare op de Borkumse Stenen. ©WNF/ARK Onderwaterbeelden.nl

Het project is een initiatief van Wereld Natuur Fonds (WNF) en ARK Natuurontwikkeling. Ze gaan daar samen met Wageningen Marine Research, Bureau Waardenburg en Sas Consultancy onderzoeken hoe goed de oesters het daar doen.

Platte oesterbanken kwamen vroeger op grote schaal voor in de Noordzee. ‘Tot het begin van de twintigste eeuw was zo’n 20 procent van de bodem van de Nederlandse Noordzee bedekt met oesterbanken’, vertelt Pauline Kamermans, onderzoeker bij Wageningen Marine Research. ‘Maar inmiddels is de platte oester bijna helemaal uitgestorven, onder andere door overbevissing, ziektes en koude winters.’

Hotspot
Volgens projectleider Emilie Reuchlin-Hugenholtz van WNF, zou herstel van oesterbanken een enorme impuls voor het leven in de Noordzee betekenen. ‘Oesterbanken zijn hotspots van biodiversiteit. De soortenrijkdom is er maar liefst 60 procent hoger vergeleken met aangrenzende zandige gebieden.’ Haaien en roggen zetten bijvoorbeeld eieren af op een oesterbank en kleine visjes en garnalen kunnen er schuilen en opgroeien. Reuchlin-Hugenholtz heeft naast de aanleg van een oesterbank ook rifstructuren geplaatst op de Borkumse Stenen. Deze 3D-geprinte riffen zijn opgebouwd uit met name zand. ‘We wilden graag iets gebruiken met een lagere footprint dan beton en met een natuurlijke vorm zodat er ook veel andere soorten kunnen leven, van de kleine garnaal tot aan de grote kabeljauw.'  

Kickstart
De oesters zijn met een soort epoxy-klei -die ook voor koraalherstel wordt gebruikt - op het rif geplakt. De ervaring leert namelijk dat schelpdierbanken niet uit zichzelf terugkeren, tenzij er een bestaande populatie aanwezig is om ze een kickstart te geven. Kamermans: ‘Mannetjes- en vrouwtjesoesters moeten namelijk bij elkaar in de buurt zitten om voort te planten. Als de stroming te sterk is worden de larven te ver van elkaar verspreid. En als er te weinig oesters zijn is de kans op succesvolle voortplanting erg klein.’ Vandaar dat de oesters actief worden teruggeplaatst. Ze kunnen opgroeien op en rondom het 3D-rif, dat ze ook beschermt tegen stromingen.

De onderzoekers, Pauline Kamermans van WMR (links) en Emilie Reuchlin-Hugenholtz van WNF (rechts) tellen de oesters ©WWF/ARKOnderwaterbeelden.nl

De onderzoekers gaan kijken hoe goed de oesters het doen rondom de geprinte riffen. Daarvoor staan er speciale proefkooien op 25 meter diepte met daarin mandjes met oesters. Kamermans: ‘Twee tot drie keer per jaar vissen we deze op, dan kijken we hoeveel er overleven en hoe snel ze groeien.’ Met deze gegevens krijgen de natuurbeschermingsorganisaties en de onderzoekers meer inzicht in wat de succesfactoren voor een actief herstel zijn.

Er is ook een tweede proeflocatie ingericht in het diepe deel van de Noordzee in het Gemini Windpark, vlakbij de Borkumse Stenen, waar 1000 kilo oesters en proefkooien worden geplaatst. Dit is ook meteen de eerste poging op de Noordzee om een oesterbank in een windmolenpark te starten.

Lees ook: