Wetenschap - 1 januari 1970

[25 WTO LEI]

[25 WTO LEI]

[25 WTO LEI]


Ontwikkelings-top?

Liberalisering van de handel in landbouwproducten levert
ontwikkelingslanden minder welvaartswinst op dan liberalisering van andere
sectoren. Dat zegt dr. Hans van Meijl van het LEI aan de vooravond van de
vijfde top van de wereldhandelsorganisatie in Cancun, Mexico. Het
rekenmodel waarop Van Meijl zich baseert laat ook zien dat het slechten van
de tarieven tussen ontwikkelingslanden onderling de arme landen meer helpt
dan het opengooien van de westerse markten voor ontwikkelingslanden.
Controversiele stellingen, want velen vinden dat tijdens de top de rijke
landen eindelijk hun markt moeten openstellen voor landbouwproducten uit
arme landen. Daarom is de top in Cancun ‘ontwikkelings-top’ genoemd. Ook
Van Meijl is voor liberalisering, maar vindt dat de bijeenkomst van
ministers in Cancun alleen die titel verdient als ook aandacht komt voor de
minder positieve kanten van liberalisering voor ontwikkelingslanden. Zo
zijn veel arme landen bijvoorbeeld niet in staat de kansen te verzilveren
die liberalisering biedt, omdat ze geen investeringen kunnen doen of niet
kunnen voldoen aan westerse kwaliteitseisen.

| J.T.

Zie pag. 3

L

Haken en ogen aan liberalisering van de landbouw helpt ontwikkelingsland
nauwelijks

Liberalisering van de handel in landbouwproducten leidt niet per se tot
meer welvaart in ontwikkelingslanden,. De relatie tussen armoede en handel
is niet zo simpel als vaak wordt voorgesteld. Dat zegt dr. Hans van Meijl
van het Landbouw Economisch Instituut (LEI).
Het rapport dat hij maakte met collega dr Frank van Tongeren en het
Tinbergen instituut gaat mee met de Nederlandse delegatie naar de
handelstop in Cancún, Mexico.
op basis van bevinden uit rekenmodellen die hij samen met collega dr. Frank
van Tongeren maakte. Beide onderzoekers van het Landbouw Economisch
Instituut (LEI) werkten, samen met het Tinbergen instituut, aan een rapport
dat de Nederlandse delegatie meeneemt naar de wereldhandelstop die deze
week in Cancun gehouden wordt.

Daarin staan klinkende bedragen. Volledige liberalisering van de handel in
alle sectoren kan de wereld op de lange termijn de wereld een
welvaartswinst van 650 miljard dollar per jaar opleveren. Dat betekent een
jaarlijkse groei dat elk jaarvan de wereldeconomie zou groeien met de
omvang van de Nederlandse economie. Bij een Mmeer waarschijnlijk is echter
een scenario van gedeeltelijke liberalisering waarbij de tarieven
gehalveerd worden . Daarbij zou 200 miljard dollar per jaar extra inkomen
verdientd gaan worden. Een derde daarvan komt terecht bij
ontwikkelingslanden. E n relatief ten opzicht van hun nationaal inkomen
gaan ontwikkelingslanden er het meeste op vooruit.
De winst voor ontwikkelingslanden komt niet alleen voort uit
liberalisering van de westerse landbouwmarkten, blijkt duidelijk uit de
cijfers van Van Meijl en Van Tongeren. maar vooral uit De grootste winst
zit voor ontwikkelingslanden in liberalisering van industrie en diensten,
blijkt duidelijk uit de rekenmodellen van Van Meijl en Van Tongeren.
Dwaardoor kunnen zij hun goedkope industrieproducten en diensten zonder
tarieven te betalen in het westen kunnen verkopen. Slechts tien procent van
de mogelijke welvaartswinst voor ontwikkelingslanden bij totale
liberalisering is het gevolg van liberalisering van de westerse
landbouwmarkten. Veertien procent komt voort uit vermindering van de
landbouwtarieven van ontwikkelingslanden zelf.
Volgens Van Meijl geeft aan datis een waarschijnlijke uitkomst van de Doha
rondhandelstop e is dat ontwikkelingslanden zelf hun tarieven niet hoeven
te verlagen. Voor regeringen van ontwikkelingslanden is dat gunstig.
Tarieven heffen aan de grens is voor veel arme landen een van de weinige
manieren om inkomsten voor de staatskas te krijgen, omdat loonbelasting of
BTW heffen veel ingewikkelder is en vaak niet gebeurt. AaVan de andere kant
blijkt dus uit de cijfers van het model van de LEI-onderzoekers dat juist
het slechten van de tarieven tussen ontwikkelingslanden onderling,
welvaartswinst zou opleveren.

Van Meijl plaatst meer kanttekeningen. , die er op neer komen dat
lLiberalisering pakt bijvoorbeeld voor sommige ontwikkelingslanden minder
gunstig uitpakt. Zo is het de vraag of de armste mensen in
ontwikkelingslanden gaan profiteren van de voordelen van liberalisering. Om
de kansen die liberalisering biedt te benutten, zijn extracomplementaire
investeringen en land nodig, waaraan het menig land ontbreekt.. Ook
ontbeert het ontwikkelingslanden bijvoorbeeld aan goede wegen en
vliegtuigen om hun producten te exporteren. De Als mensen in
ontwikkelingslanden die de grootste kans maken te kunnen profiteren, dan
zijn het misschien de rijkeren, de buitenlandse bedrijven, of de
tussenpersonen in de keten.
, en niet de armste boeren omdat zij niet de middelen hebben om de
potentiële kansen te benutten. Een ander probleem vormt punt is de toename
van de eisen die die aan de voedselkwaliteit van voedsel gesteld worden.
Bedrijven willen veilig voedsel garanderen aan de westerse consument, en
weigeren importen uit aan ontwikkelingslanden met onvoldoende waar wat dat
betreft wat aan schort.garanties. Van Meijl: ,,Ik was vorige week in Durban
en merkte zag dat daar het gevoel heerst dat importen uit
ontwikkelingslanden onder druk van de westerse landbouwlobby met opzet
buiten de deur gehouden worden door hoge eisen te stellen aan
voedselveiligheid, onder druk van de Westerse landbouwlobbydoor hoge eisen
te stellen aan voedselveiligheid. Ik weet niet of dat zo is., dDe eis om
veilig voedsel komt van de consument. Maar sommigen vragen zich af of de
consument wel echt zoveel eisen stelt of dat het de industrie is die dat
doet.’’ Ontwikkelingslanden zouden goede keuringsdiensten moeten hebben om
te kunnen voldoen aan de vraag naar veilig voedsel, en daar ontbreekt het
vaak nog aan.

Van Meijl: ,,Ik ben voor vrijhandel, maar je moet wel een stapje meer
verder zetten dan alleen liberaliseren. Ontwikkelingslanden moeten ook
geholpen worden de mogelijke voordelen te verzilveren. Door te helpen bij
het opleiden van armen, aanleggen van infrastructuur of het opzetten van
keuringsdiensten bijvoorbeeld.’’ Een ander voorbeeld is een het project van
dat het LEI en samen met hhet IAC heeft in IndonesieIndonesië, waarbij
IndonesicheIndonesische ambtenaren getraind worden in het voeren van
handelsbeleid (zie elders op deze paginaelders in dit Wb…)).

Hoewel velen het erover eens zijn dat liberalisering iedereen vooruit zou
helpen, is een akkoord in Cancun Cancún toch onwaarschijnlijk. Veel landen,
met name de VS en de EU, liggen al voor aanvang van de top met elkaar
overhoop. Onder andere omdat de VS onbelemmerd gentech producten naar
Europa wil kunnen exporteren, wat de EU probeert tegen te houden. Er zijn
meer voorbeelden van conflicten. Zo is Amerika boos omdat de Canadezen
goedkoop graan dumpen in de VS, en zijn de EU, Japan en BrazilieBrazilië
weer nijdig op de VS omdat die de eigen staalmarkt beschermten. De meeste
handelsoorlogen worden overigens uitgevochten tussen rijke landen. Arme
landen kunnen de legers advocaten niet betalen die er voor nodig zijn.

| J.T.

PS tov het laatste er is wel een EU-VS akkoord op hoofdlijnen nu. Wat wel
een vraag is of de scheuring die politiek is ontstaan door Irak hier nog
een rol bij speelt.

Re:ageer