Wetenschap - 6 februari 2017

100 procent plantaardig voedsel – kan dat?

tekst:
Albert Sikkema

Zonder veehouderij krijgen we geen goede circulaire voedseleconomie, beweert Martin Scholten in Resource en op www.wur.nl. Jaap Korteweg, ook bekend als de Vegetarische Slager, betwist dat. Hij pleit voor een 100 procent plantaardige voedselproductie.

Foto: Shutterstock

‘Kan de landbouw 100 procent plantaardig worden, waarbij we volgens berekeningen van Minnesota University 4 miljard mensen kunnen voeden met het huidige akkerbouwareaal op voorwaarde dat de oogst niet meer gebruikt wordt als veevoer of als biobrandstof? Wageningen University is goed op weg met de Couette Cell, waarmee plantaardige biefstukken gemaakt kunnen worden van ongelimiteerde omvang. We zijn er trots op dat we mede aan de wieg van deze ontwikkeling hebben gestaan en dat fase 2 van het project tal van multinationals heeft getriggerd tot deelname. Louise Fresco sprak terecht van disruptive innovation: het kan de wereldvoedselvoorziening een geheel ander aanzien geven als we geen dieren meer nodig zouden hebben voor onze voedselvoorziening.

Maar kán dat? Martin Scholten van de Animal Science Group denkt van niet. Volgens hem zal er zonder veehouderij nooit een circulair en biobased society zijn. Vee heb je volgens hem nodig om plantenresten te verteren die anders verloren zouden gaan en om mest te produceren waarmee de bodem kan worden bijgetankt.

Composteren
In een circulair systeem kun je plantenresten die niet direct geschikt zijn voor menselijke consumptie op diverse manieren nuttig en circulair inzetten. Composteren is een mogelijkheid die met alle plantenresten toepasbaar is, nuttig is en past in een circulair systeem. Het levert een meststof op die veiliger is en kwalitatief hoogwaardiger dan dierlijke mest. Ook past compost beter in de door Scholten genoemde gewenste ontwikkeling om koolstof terug te brengen in onze bodem, omdat de aanwezige koolstof in compost op een stabielere manier gebonden is dan in dierlijke mest.

Het sluiten van de minerale kringloop is een prachtige uitdaging, maar dierlijke mest heeft hierin geen positieve rol. Alles wat we in de landbouw produceren, is uiteindelijk gericht op menselijke consumptie en nog een beetje op die van onze huisdieren. Het overgrote deel van de mineralen verdwijnt in het riool. De kringloop sluiten betekent dat we de mineralen uit het rioolslib terug moeten brengen naar het land. Een hele uitdaging om dit efficiënt en veilig te doen, maar een prachtige vorm van nieuwe economie en nuttige werkgelegenheid. Het lek in de mineralenkringloop is de mens. Een gesloten kringloop staat of valt met het recyclen van mest van humane herkomst.

Natuur
Een ander argument dat Scholten gebruikt is het feit dat dieren gras kunnen verteren of andere planten die niet geschikt zouden zijn voor menselijke consumptie. Het goede nieuws is dat we die arealen helemaal niet meer nodig hebben. Deze enorme gebieden kunnen zich weer ontwikkelen tot hun natuurlijke staat. We dienen de eiwitgewassen dan wel te gebruiken voor directe menselijke consumptie of door er plantaardige zuivel of vlees mee te produceren. We hebben dan maar 1/3 van het areaal nodig in vergelijking met de omzetting van plantaardige eiwitten in dierlijke zoals dat nu in de veehouderij gebeurt.

Het is tijd voor meer onderzoek naar de kansen en mogelijkheden van een 100% plantaardige landbouw. Misschien niet meteen vanuit de Animal Science Group, maar zoals trekpaarden vervangen zijn door tractoren en fotografie geen donkere kamers en fotorolletjes meer behoeft, zo kunnen we ook dieren hun eigen leven laten leiden. Het zal bovendien een zegen zijn voor ons klimaat, onze natuur, onze biodiversiteit onze volksgezondheid en de dieren. Het kan anders en het moet anders.’

Jaap Korteweg, biologisch akkerbouwer en Vegetarische Slager


Re:ageer