Wetenschap - 29 augustus 1996

Zijscheutstimulering bij de goudrenet

Zijscheutstimulering bij de goudrenet

Tiesja van der Linden, tuinbouwplantenteelt

Voluit luidt de titel van het colloquium: Zijscheutstimulering bij het appelras Rode Boskoop Schmitz Hubsch in het eerste jaar na oculeren. Deze Rode-Boskoopvariant is niets meer en niets minder dan een goudrenet met een rood blosje aldus Tiesja van der Linden. Een vrij zure appel die vooral geschikt is voor appelmoes en appeltaart."

De vaderlandse appelteelt is de laatste jaren zeer intensief: er staan veel kleine bomen op een hectare. Een vroege appelproduktie is mogelijk als de fruitteler kan beschikken over vertakt plantmateriaal. De meeste appelrassen geven echter een matig tot slecht vertakte eenjarige boom. Vandaar dat naarstig gezocht wordt naar manieren om toch niet al te hoge, lekker volle boompjes te krijgen. Deze dragen meer vruchten die bovendien eenvoudiger zijn te oogsten. Voor het bevorderen van vertakkingen is het echter noodzakelijk om de apicale dominantie uit de weg te ruimen. De apicale dominantie zorgt er namelijk voor dat de groei van zijscheuten ondergeschikt blijft aan de ontwikkeling van de hoofdscheut.

Van der Linden onderzocht of verschillende zijscheutstimulerende behandelingen in combinatie met diverse temperaturen invloed hebben op de ontwikkeling van zijscheuten bij de blozende goudrenet, die zelfs voor een appel slecht vertakt. Daarvoor behandelde ze boompjes met verschillende concentraties Promalin, een chemisch vertakkingsmiddel dat voor meer zijscheuten zorgt en de groei van de hoofdscheut afremt. Tevens onderwierp ze boompjes aan de pluismethode: het verwijderen van de topblaadjes van de plant, waardoor eveneens de ontwikkeling van zijvertakkingen wordt gestimuleerd.

Van mei tot en met oktober 1994 behandelde Van der Linden grote aantallen boompjes in daglichtcellen - een soort kas - bij verschillende temperaturen. Ter controle kregen ook boompjes in het buitenveld een behandeling.

Na een kwartiertje vertellen is Van der Linden aanbeland bij haar belangrijkste bevindingen: behandeling met twee procent Promalin of minder heeft geen effect. Bij temperaturen hoger dan 22 graden zorgt Promalin in hogere concentraties echter zowel voor een betere ontwikkeling en groei van de zijscheuten als voor het afremmen van de hoofdscheutgroei. Bij lagere temperaturen is gebruik van de stof volgens Van der Linden af te raden, want niet of nauwelijks effectief.

Pluizen - een tamelijk arbeidsintensief karweitje - geeft weliswaar over het algemeen een iets kleiner aantal zijscheuten dan Promalin, maar toch vindt Van der Linden pluizen een goed alternatief voor het gebruik van een chemisch vertakkingsmiddel.

De planten uit het buitenveld zien er het beste uit: niet al te lang, maar goed vertakt. Dat komt volgens Van der Linden door omgevingsfactoren als meer zonlicht, wind en wisselende temperaturen, factoren die in de daglichtcellen minder aan de orde zijn.

Het geringe aantal aanwezige studenten heeft nauwelijks vragen aan het eind van het colloquium. Vanmiddag heeft Van der Linden nog een eindgesprek met haar begeleider, want deze maand studeert ze af.

Ze legde een lange weg af alvorens in Wageningen te belanden voor een studie agronomie: mavo, havo en een hbo-studie tropische plantenteelt in Deventer. Ik wist na de havo niet zo goed wat ik wilde. Maar ik was als kind altijd buiten, bij boeren, in de weer met paarden. Bovendien hield ik van reizen. Dus heb ik de beroepengids erbij gepakt." Tropische plantenteelt kwam uit de gids als optie naar voren. Na een jaar studeren in Deventer wist ik dat ik goed zat." Tijdens een stage in Israel onderzocht ze nectarines en perziken. Op haar 23ste studeerde ze af. Ik vond mezelf nog erg jong voor werk en de daarmee gepaard gaande verantwoordelijkheid. Ik viel bovendien binnen de oude studieregeling en had nog voor drie jaar een beurs." Dus koos ze voor agronomie in Wageningen.

Als alles meezit gaat Van der Linden, inmiddels 26, dit jaar richting Afrika. Ik heb iets lopen in Zambia, in de koffieteelt. Het is voor negentig procent rond, maar als ik binnen een maand niets hoor, ga ik gewoon verder solliciteren." Het liefst had ze zich beziggehouden met meerjarige fruitgewassen, doch tomaten of koffie zijn haar ook best. Het zal in ieder geval een praktisch georienteerde baan worden. De drie jaar universiteit waren vooral een zinvolle verdieping op de studie in Deventer. Ik wil nu graag iets met mijn handen doen."

Re:ageer