Wetenschap - 5 februari 1998

Ze zoeken het maar uit

Ze zoeken het maar uit

Ze zoeken het maar uit
Vermoeide werkvloer LUW sceptisch over KCW
Murw zijn ze. Na jarenlang bezuinigen en het instellen van instituten, departementen, blokroostering en MUB zitten de onderzoekers op de werkvloer niet te wachten op nieuwe plannen. Enthousiast over KCW zijn ze dan ook niet. Ze willen vooral even rust om een paar jaar gewoon te werken aan onderwijs en onderzoek. Al dat gepraat maakt mensen onrustig. Je wordt elkaars concurrenten. Een rondje over de vermoeide werkvloer van de LUW
De KCW-plannen zijn erg onduidelijk. Dat leidt tot onzekerheid en argwaan, zegt dr ir Ab Groen van de sectie Veefokkerij. De discussie over KCW had volgens hem niet slechter gepland kunnen worden. Net nu het medebestuur door docenten en studenten is afgeschaft. Een klein aantal managers beslist over de toekomst. Dan ontstaat bij ons het gevoel van: ze zoeken het maar uit, we mogen toch niet meepraten. Dat leidt tot flinke irritatie. Dat gevoel moeten ze op het hoofdgebouw niet onderschatten.
Ik ben als een kind zo blij dat ik het zo druk heb dat ik me met dat soort dingen niet bezig hoef te houden, reageert dr ir Huug Boer van de sectie Veevoeding cynisch op de plannen. Het zal zijn tijd wel duren, hij is tenslotte al 58. Zolang het onderwijsgebonden onderzoek voor Zootechniek in Wageningen blijft, vindt hij het best. Boer denkt ook niet dat het zou helpen als hij zich zou opwinden. De bestuurders luisteren toch niet naar de werkvloer. In 1982 heb ik de kar nog getrokken bij de herprogrammering van de studierichting Zootechniek, maar ik ben blij dat ik me nu niet met die belachelijke herprogrammering hoef te bemoeien. Dat klinkt allemaal erg negatief, maar zo ervaar ik het.
Boer maakt zich wel boos over de drukte op zijn vakgroep. Of het echt zo erg is met die arbeidsdruk? Ach man, lul toch niet! Iedereen is zo stervensdruk, alle rek is er uit. Een heleboel mensen gaan overstuur en zijn dan een paar maanden uit de roulatie. Zelf kan hij het net hebben. Ik vloek even en dan ga ik weer verder.
Ik had minder kunnen gaan werken, vervolgt Boer, maar als ik mijn werk al niet in vijf dagen per week af krijg, dan zeker niet in vier dagen. Toen rector Van der Plas wegging, zei hij dat er een eind was gekomen aan de bezuinigingen. Het is sindsdien alleen maar gekker geworden. En dan zijn wij nog niet eens een armlastige vakgroep. Maar goed, ik moet ophangen, er zitten studenten op me te wachten.
Mopperen
Aan de voet van de Wageningse Berg, in De Hucht, is dr ir Ron van Lammeren positiever over de fusieplannen. Ik denk dat het budgettair en voor de profilering naar buiten toe nodig is om te fuseren. Van Lammeren werkt bij de sectie Geo-informatiekunde en remote sensing. Hij werkt samen met het Staring-centrum aan een gezamenlijk expertisecentrum voor geografische informatiesystemen (GIS). Het centrum moet een pilotproject vormen voor samenwerking van DLO en LUW
Van Lammeren is het met zijn sceptische collega's eens dat er snel rust moet komen op de werkvloer. Het moet nu stoppen. Het is eigenlijk al sinds de operatie Selectieve Krimp en Groei dat het ene plan het andere volgt. Ook bij de werkgroep GIS is de werkdruk de laatste jaren flink toegenomen. De rek is er uit. Ik hoor collega's mopperen dat ze continu aan het werk zijn, vaak tot laat in de avond.
Oorzaak van de werkdruk is volgens Van Lammeren de concurrentie van vakgroepen om de beperkte middelen van de universiteit. Iedereen denkt: als we beter werk afleveren, krijgen we vast een beetje meer uit de pot. Maar omdat iedereen dat denkt en de pot niet groter wordt, gebeurt dat niet. Iedereen werkt harder zonder meer te krijgen, een soort rat race dus. Ik heb het gevoel dat we elkaar kapot maken in de wens om goed werk af te leveren.
Prullenmand
Boven op de Berg, in het nieuwe Agrotechnion, probeert dr ir Gerard van Willigenburg zo weinig mogelijk aandacht te besteden aan de plannen van het bestuurscentrum. Hij wil tijd hebben voor onderwijs en zijn onderzoek naar de tomatenplukrobot. Ik word doodgegooid met nieuwsbrieven. Ik gooi in principe alles in de prullenmand. Je krijgt zoveel toestanden op je af. Pas als ik twee, drie keer iets hoor, denk ik: dat zal wel belangrijk zijn.
Van Willigenburg zou willen dat zijn baas, hoogleraar Gerrit van Straaten, ook wat minder tijd zou besteden aan het vergadercircuit, om meer tijd over te houden voor onderwijs en onderzoek. Er wordt natuurlijk ontzettend veel gepraat over die plannen. Sommige mensen besteden een groot deel van hun tijd aan dat geouwehoer.
De werksfeer is er in de zes jaar dat Van Willigenburg bij de vakgroep werkt niet beter op geworden. Iedereen moet steeds harder werken. Al die bestuurlijke reorganisaties, ik merk er nooit wat van, behalve dat iedereen steeds harder moet werken.
Van Willigenburg is bang dat DLO-partner IMAG in de toekomst de onderzoeksagenda van de vakgroep zal bepalen. Het IMAG is geen sterk instituut, het is een beetje een hbo-instituut dat moet omschakelen naar een echt onderzoeksinstituut. Wij willen daar best bij helpen door samen te werken, maar wij willen niet gedwongen worden.
Bij de buren van Van Willigenburg, Toxicologie, heeft dr Tinka Murk zich vooral gestoord aan de wens van de raad van bestuur om per jaar 2,5 procent efficienter te gaan werken. Ik vind dat echt een belediging. Ze moeten hier maar eens komen kijken. Ik werk al veel meer dan veertig uur. Sommige mensen zitten echt op het randje qua werkdruk. Die willen echt stoppen als ze zoiets horen. Murk is bang dat het milieuonderwijs en -onderzoek zal ondersneeuwen in KCW. Maar bang voor mijn baan hoef ik geloof ik niet te zijn. Ik werk al samen met DLO-instituten en zolang ik geld binnenhaal, zal het wel goed gaan.
Gootsteen
Bovendien denkt Murk dat de raad van bestuur geld zal vrijmaken om de samenwerking met DLO te bevorderen. Ik ben van nature nogal optimistisch. Ik neem aan dat ze ook geld hebben voor hun plannen. Wel is ze teleurgesteld dat de milieuschool M&T moet fuseren met zusterinstituut Wimek. We hebben de laatste jaren veel energie in M&T gestopt en nu moet dat waarschijnlijk gaan fuseren. Al die energie weer door de gootsteen. Niks is meer frustrerend dan je inzetten voor dingen om dan even later te zien dat het allemaal weer anders moet.
Plantenfysioloog dr ir Sander van der Krol denkt niet dat de fusie voor zijn onderzoek veel voordeel zal opleveren. Ik zoek mensen waarmee ik kan samenwerken. Daarbij trek ik me niet zoveel aan van officiele verbanden. KCW zal daarom geen verschil maken. Ik neem wel aan dat het samengaan van LUW en DLO de administratieve efficientie zal verhogen en zo indirect profijt zal opleveren voor onderzoekers. Maar het zal moeilijk aanwijsbaar zijn wat de fusie oplevert.
Hij zou graag eens rustig met de vakgroep om de tafel zitten om na te denken over de lange-termijnplanning van het onderzoek. Daar is het de laatste jaren niet van gekomen. We hebben een keer een datum geprikt, maar toen kwam er een paar dagen later weer een nieuw reorganisatieplan. Ik word ontzettend moe van dat eindeloze gehannes. Aan de koffie wordt meer gepraat over hoe slecht het gaat dan over leuke nieuwe ontwikkelingen in ons onderzoeksprogramma.
Manoeuvreren
Ir Kees Leeuwis van de leerstoelgroep Voorlichtingskunde ziet ook wel positieve kanten aan de veranderingen. Zonder nieuwe plannen zou iedereen inslapen. Samen nadenken over nieuwe ideeen is goed voor het groepsgevoel, anders trekt iedereen zich terug op de eigen kamer. Maar het moet eens afgelopen zijn met de constante stroom van plannen. Je merkt met de KCW-plannen dat iedereen onrustig op zijn stoel gaat schuiven. Een groot deel van de werkdruk wordt veroorzaakt door het voortdurend manoeuvreren om als vakgroep in de juiste positie te komen. Als je alleen onderwijs en onderzoek zou moeten doen, zou het wel meevallen. Er ligt altijd weer een nieuw plan waarmee je wat moet doen. Om rustig iets te schrijven, moet je niet op de vakgroep gaan zitten.
Op de derde verdieping van het bestuurscentrum heeft rector prof. dr ir Cees Karssen voor het eerst sinds tijden een rustige ochtend. Ondanks zijn oproep om niet via het WUB te communiceren, neemt hij rustig de tijd voor zijn reactie. Wij nemen deze geluiden erg serieus. Vooral de werkdruk is een groot probleem, dat ook wij voelen. Karssen denkt dat gegarandeerde basisfinanciering voor onderwijs een deel van de druk kan wegnemen
Maar ook de werkvloer kan er iets aan doen. Er zijn groepen waar naar verhouding erg veel aio's uit de tweede en de derde geldstroom rondlopen. Bij het aanstellen van zulke aio's moet natuurlijk wel gezorgd worden dat er voldoende ruimte voor begeleiding is.
Den Haag
Ik ben het met de mensen eens dat er wel erg veel tegelijk gebeurt. We zijn nu met vier reorganisaties in een keer bezig, dat zou geen mens verzinnen. Maar ik kan niet beloven dat we na de fusie rust zullen krijgen. Daar loop ik hier te lang voor rond. De raad van bestuur heeft het ook niet allemaal in eigen hand, stelt Karssen. Veel plannen komen uit Den Haag. De verschillende partijprogramma's geven geen aanleiding om te denken dat de universiteiten de komende jaren meer geld zullen krijgen.
Wat ik positief vind is dat juist Van Lammeren, die concreet aan een samenwerkingsproject werkt, positief is over de plannen. Hij ziet de winst van KCW. Dat is wat wij voor heel KCW voor ogen hebben. Volgens Karssen kan het bestuur niet verweten worden dat het niet naar de werkvloer luistert. We hebben iedereen de kans gegeven te reageren op de eerste versie van onze plannen en we gaan ook zeker iets doen met de reacties die we hebben gekregen. We kunnen natuurlijk niet met alle drieduizend werknemers tegelijk communiceren. Maar ik neem deze signalen serieus. We zullen beter moeten uitleggen waar we mee bezig zijn.

Re:ageer