Wetenschap - 19 november 1998

Wij willen niets afbreken, maar continuiteit waarborgen

Wij willen niets afbreken, maar continuiteit waarborgen

Wij willen niets afbreken, maar continuiteit waarborgen
Bestuur vindt ondernemingsplan solide basis voor toekomst
Het bestuur van Wageningen stemt op hoofdlijnen in met het plan Krachtig op koers van de advieswerkgroep Ondernemingsplan LUW. Het WUB vroeg een toelichting aan bestuursvoorzitter prof. dr Cees Veerman, werkgroepvoorzitter ir Gerrit Kok en werkgroeplid prof. dr Bert Speelman. Hun boodschap: Benadruk niet de dingen die wegmoeten, maar datgene wat blijft: een universiteit in 2002.
  • En, een zware bevalling?
    Veerman: Nee. We hebben een uitermate verantwoorde procedure gevolgd en het bestuur vindt dat de werkgroep een uitstekend en doorwrocht werkstuk heeft afgeleverd. Centraal staat de vraag: hoe kunnen we de universiteit zo inrichten dat er een solide basis is voor continuiteit. We zijn door het financiele kader gedwongen te kiezen voor wat echt belangrijk is.
    Laat ik helder zijn, we zijn hier niet om iets af te breken, maar om iets op te bouwen. Het is evident dat er keuzes gemaakt moeten worden. Als we dat nu niet doen, is de LUW in 2002 ten dode opgeschreven. Het is een noodzakelijke ingreep en wij proberen het proces zo zorgvuldig mogelijk te laten verlopen.
  • Maar we kunnen toch spreken van een slagveld?
    Veerman, fel: Als wij worden geconfronteerd met een korting van tien procent op ons budget, dan heeft dat natuurlijk geweldige consequenties. Maar ik stoor me zeer aan die kwalificatie slagveld. Wij willen niets afbreken, maar continuiteit waarborgen. U kunt de negatieve aspecten benadrukken, maar daarmee doet u geen recht aan het plan. Wij willen veiligstellen dat er in 2002 een universiteit is. Daarvoor moeten keuzes gemaakt worden.
  • Neemt u het advies van de werkgroep in zijn geheel over?
    Veerman: Nee, we willen op een aantal punten afwijken van het advies. Wij willen graag vijf wisselleerstoelen instellen die tijdelijk bezet worden door excellente wetenschappers. Zij kunnen dan bij ons vijf jaar innovatief onderzoek doen en op die manier een stimulans geven aan het onderzoek van de universiteit. Ook moeten ze een uitstraling hebben naar het onderwijs. De wisselleerstoelen zullen niet de middelen krijgen die wij onze vaste leerstoelen garanderen, maar als ze afstudeervakken en promovendi begeleiden, krijgen ze daar een vergoeding voor.
    Verder willen wij meer bezuinigen op de centrale overhead van de universiteit dan de werkgroep. Die stelt voor zestig arbeidsplaatsen te bezuinigen, wij willen ongeveer negentig plaatsen besparen.
  • Wat gebeurt er met de medewerkers van de 25 leerstoelgroepen die opgeheven worden?
    Veerman: We willen absolute duidelijkheid scheppen voor de mensen door duidelijk te maken wat het discontinue en het continue deel van de organisatie is. Iedereen weet binnenkort precies wat de situatie in 2002 zal zijn. Daarmee geven we de mensen een duidelijk perspectief. Als een leerstoel wordt opgeheven, vervalt daarmee de capaciteit die bij de stoel hoort. Voor de mensen zal een passende oplossing worden gezocht. We zullen eerst kijken of herplaatsing binnen de organisatie mogelijk is. Het is aan de mensen zelf om te kijken of ze willen ophouden of elders willen gaan werken.
    Kok: Als we met een jaarlijks verloop van drie procent van het personeel rekenen en we passen de 55+-regeling toe om ouder personeel vervroegd te laten uitstromen, dan kunnen we ondanks de bezuinigingen 25 formatieplaatsen opvullen met nieuw personeel. Er is dus ruimte binnen de organisatie voor herplaatsing bij andere leerstoelgroepen. We trekken nadrukkelijk geld uit voor her- en bijscholing. Er is dus perspectief voor het personeel binnen de organisatie.
  • U wilt gedwongen ontslagen niet uitsluiten. Kunt u inschatten hoeveel gedwongen ontslagen er nodig zijn?
    Veerman: Nee, dat kunnen we niet, dat hangt ervan af in hoeverre mensen de ambitie hebben om op een andere functie opnieuw te beginnen.
  • Bij het tropenonderwijs en de tropische leerstoelen vallen zware klappen. Wat is het toekomstperspectief van dat vakgebied?
    Speelman: Wij denken dat we op een verantwoorde manier met dit vakgebied omgaan. We willen zoveel mogelijk bewaren, maar het kan niet langer in de huidige volle, uitbundige omvang. We willen de tropische profielen vanuit een brede basisopleiding aanbieden. Er komen dus tropische profielen bij de richtingen Landgebruik en landinrichting, Bos- en natuurbeheer en Economie en consumentenwetenschappen. Verder willen we met de universiteit van Nijmegen gaan overleggen over het gezamenlijk opzetten van een interfacultaire opleiding Ontwikkelingsstudies. Bijkomend voordeel van de nieuwe opzet met bredere opleidingen kan zijn dat het voor mensen die terugkeren uit de tropen makkelijker wordt zich opnieuw in de Nederlandse situatie in te passen.
    Studenten die interesse hebben om in ontwikkelingslanden te gaan werken, kunnen blijven komen. Bij de voorlichtingsdagen zullen we een communique verspreiden waarin staat dat de aandacht voor tropische gebieden gehandhaafd blijft.
    Als je verder naar het onderwijsaanbod kijkt, dan zijn er twee gebieden die echt zullen verdwijnen: Huishoudtechnologie en Arbeid en gezondheid. Dat valt dus eigenlijk nogal mee.
  • In het streefbeeld Internationalisering staan grote ambities, zoals het aantrekken van buitenlandse wetenschappers en docenten. Hoe is dat te rijmen met het feit dat alle buitenlandse hoogleraren hun leerstoel kwijtraken?
    Veerman: Ja, dat hebben wij ook geconstateerd. Het is zeker geen opzet, het is louter toeval.
  • In het plan wordt twintig miljoen gulden uitgetrokken voor een sociaal plan, is dat genoeg?
    Kok: Nee, eigenlijk is twintig miljoen niet genoeg. Alleen aan de geplande 55+-regeling en aan replacement zijn we al vijftien miljoen gulden kwijt. Dan houden we vijf miljoen gulden over voor andere maatregelen, zoals om- en bijscholing. Dat is niet veel voor een periode van vijf jaar. Wij zullen bij de minister in Den Haag vragen om een bijdrage.
    Veerman: We hebben met de minister afgesproken dat wij na het opstellen van ons ondernemingsplan nog eens met hem om de tafel gaan zitten. Wij hopen dat hij dit zeer solide plan zal ondersteunen met een eenmalige bijdrage. Dat hebben we nodig om mensen nieuwe vaardigheden aan te leren en om te investeren in infrastructuur, bijvoorbeeld een nieuw onderwijsgebouw, en in informatie- en communicatietechnologie voor het onderwijs. Volgende week praten we daarover.
  • U wilt bovenop de bezuinigingen die het ministerie u oplegt in vier jaar zestig miljoen gulden bezuinigen om de centrale reserves van de universiteit aan te vullen. Is het niet een uiterst ongelukkig moment om aan de vermogenspositie van de universiteit te werken; kan het niet anders?
    Veerman: Ja, het is een uiterst ongelukkig moment; nee, het kan niet anders. Er is niet te leven met de huidige tekorten in de centrale reserves. We zijn volstrekt vleugellam. Er is geen ruimte om toekomstige tegenvallers op te vangen of nieuwe investeringen te doen. U ziet wat er gebeurt nu we geen reserves hebben. Bij tegenslag moeten we onmiddellijk in het vlees gaan snijden. Dat willen we in de toekomst voorkomen.
    Kok: We hebben de ambities op dit punt wel bijgesteld. Eigenlijk wilden we in 2002 een vermogenspositie van plus twintig miljoen bereiken. Daar hebben we van afgezien en we streven nu naar een vermogenspositie van nul.
  • Hoe gaat het verder met het ondernemingsplan?
    Veerman: Wij hebben een voorlopig standpunt ingenomen en dat zullen we de mensen gaan vertellen. De komende weken heeft iedereen de kans op dit plan te reageren. Wij zullen alles in ons opnemen en half december ons definitieve standpunt innemen. Dat zullen we dan in januari bespreken met de medezeggenschapsorganen. Zij hebben onder andere instemmingsrecht over het leerstoelenplan.
  • Hoeveel ruimte is er voor wijzigingen van het ondernemingsplan?
    Veerman: Heel weinig. Alles wat we ergens erbij willen hebben, zal ergens anders eraf moeten. De marges zijn uiterst gering. Ik zou zeggen: een half procent, om niet te zeggen nul.

  • Re:ageer