Wetenschap - 23 april 1998

Wij secretaresses moetenvoor onszelf opkomen

Wij secretaresses moetenvoor onszelf opkomen

Wij secretaresses moetenvoor onszelf opkomen
Bea Prijn, secretaresse Toegepaste filosofie
Ze zit op de zevende verdieping van De Leeuwenborch, een soort zevende hemel wat het uitzicht betreft: groene glooiingen en de bossen van Wageningen Hoog. Bea Prijn is tevreden met haar uitzicht in dubbele betekenis. Ze is niet gewoon secretaresse, maar ook assistent-beheerder. Daar heeft ze voor moeten knokken. Als ik eenmaal wat in mijn hoofd heb, en het is rechtvaardig...
Tien jaar geleden begon ze bij de vakgroep Landbouwpolitiek. Halve dagen. De andere helft vulde ze in bij meubelfabriek Gispen in Culemborg. Maar het haasten om daar 's middags op tijd te zijn viel niet mee. En ik reed honderd kilometer per dag. Toen de vakgroep Landbouwpolitiek werd opgeheven, kreeg ze de kans haar veertig uur vol te maken bij Toegepaste filosofie. De secretaresse die daar al achttien jaar de scepter zwaaide, Annie Slaa-De Jong, ging vutten. Maar eerst werkte ze Bea Prijn gedurende een klein jaar in
We waren twee kapiteins, maar het ging perfect, omdat we hele duidelijke afspraken hadden gemaakt. Ze deed het heel tactisch en zei niet: Zo moet dat, maar vroeg mij hoe ik een bepaalde situatie dacht aan te pakken. Ik wist op die vakgroep van toeten noch blazen. Ik heb veel van haar geleerd. Nu ben ik wel iemand die graag zelfstandig werkt en daar ook eigen ideeen over heeft. Ik ben iemand die gelijk zegt waar het op staat, of het nou een prof is of een student. Ik moet hier veertig uur per week werken en dan moet ik het wel naar mijn zin hebben. Je moet er wel iets leuks van kunnen maken.
Haar werk bij Toegepaste filosofie vindt Prijn veelomvattend. Ik probeer professor Korthals zoveel mogelijk te ontlasten, want hij heeft het druk nu hij twee functies heeft: directeur van het departement Sociale Wetenschappen en hoogleraar van de leerstoel Filosofie van de landbouwwetenschappen.
De hele administratie loopt via mij. Soms vraagt de prof me: Hoeveel hebben we nog te besteden? Ik heb het cijferbudget wel in m'n hoofd, maar als ik twijfel kijk ik in de administratie. Maar ik zeg niet alles, voegt ze er met een samenzweerderig lachje aan toe. Want ik ben hier net een soort huisvrouw, met de huishoudportemonnee. Je moet altijd zorgen dat je wat geld achter de hand houdt. Voor als er iets kapot gaat. Daarom heb ik een wensenlijstje ingevoerd. Want je moet het vakgroepsbudget eerlijk verdelen. Als iemand bijvoorbeeld een hele dure reis heeft gemaakt, mag dat volgend jaar niet weer. Als ze hele dure boeken willen aanschaffen, of een nieuwe computer of zo, dan ga je prioriteiten stellen. Niet dat ik betuttelend doe, hoor. Maar de mensen lopen altijd even bij mij binnen om een praatje te maken en dan komt dat soort dingen wel aan de orde. Natuurlijk moet de prof op de hoogte blijven, maar ik probeer hem op deze manier werk uit handen te nemen.
Bea Prijn vindt dan ook dat de titel secretaresse een vlag is die de lading geenszins dekt. Die benaming past niet meer in deze tijd. We zijn gewoon management-assistenten. In het bedrijfsleven is dat al lang zo. Het is echt niet meer briefjes typen, de telefoon aannemen en de agenda invullen. Ik doe veel meer. De prof noemt mij wel eens zijn rechterhand. Rechterhand? Soms ben je allebei de handen!
Haar prof vond dan ook dat ze in aanmerking kwam voor functie-uitbreiding en droeg haar voor als assistent-beheerder/assistent-onderwijscoordinator. Personeelszaken reageerde met een afwijzing, vervat in ingewikkelde beargumenteringen. In het kort: het werk op Prijns vakgroep was te eenvoudig voor niveau IIIC, schaal 07. Het was echter mogelijk een bezwaarschrift in te dienen bij de Commissie van Advies voor Beroeps- en Bezwaarschriften. Aldus geschiedde
Er is een hoop gedonder over geweest, verklaart Bea Prijn. Het heeft anderhalf jaar geduurd. Maar professor Korthals plus iemand van PZ stonden achter mij. De hoorzitting vond vorig jaar oktober plaats en pas in januari dit jaar kreeg ik de uitslag. Ik werd in het gelijk gesteld door die commissie, die van buiten de LUW kwam. Ik mocht assistent-beheerder zijn. Het ging niet eens zozeer om de functie, maar om de rechtvaardigheid. Ik vond dat ik het verdiende. Ik ken mensen die al jarenlang in schaaltje 5 of 6 zitten, terwijl ze wel grote verantwoordelijkheid moeten dragen en veel werk verzetten. Op die hoorzitting vroegen ze naar mijn motivatie. Gewoon, protest! Je moet jezelf ontwikkelen, jezelf omhoog werken. Het zijn allemaal vrouwen, die secretaresses; we moeten een beetje voor onszelf opkomen.
Donderdag 16 april was het Secretaressedag. Iets van gemerkt? Nee hoor! Aan die flauwekul doen ze hier niet, zegt Prijn opgewekt. Maar Korthals denkt er meestal na twee dagen wel aan. Dan gaan we lunchen. Heel gezellig. Want hij is gezellig, hij was ceremoniemeester bij mijn huwelijk. Ik dans graag salsa. Dat doen we wel eens op vrijdagmiddag. In de gang, op een cd-rom-muziekje. Er moet worden gewerkt, maar er moet ook gezelligheid zijn. Doe ik ook met de studenten - lekker een kopje thee drinken en zo. Het is belangrijk dat je contact hebt.

Re:ageer