Wetenschap - 18 december 1997

Wereldverbeteraars worden draagvlakmanagers

Wereldverbeteraars worden draagvlakmanagers

Wereldverbeteraars worden draagvlakmanagers
De rol van de universiteitsraad door de jaren heen
Een beetje het einde van de democratie. Zo bestempelt raadslid prof. dr Ivonne Rietjens de afschaffing van de universiteitsraad. Maar ze treurt er niet om. Ook prof. dr Ad van der Woude, in de jaren zeventig een van de voorvechters van meer democratie aan de universiteit, koestert geen nostalgische gevoelens over de raad. Zolang de eenheid van het wetenschappelijk corps maar gewaarborgd blijft
Begin jaren zeventig was de historicus Van der Woude een van de strijders tegen de alleenheerschappij van de hoogleraren. Als wetenschappelijk medewerker protesteerde hij tegen de situatie dat zij in de praktijk verantwoordelijk waren voor het goede verloop van onderwijs en onderzoek, maar geen enkele inspraak hadden. Vele stafmedewerkers waren rond de veertig. We hadden gepubliceerd en internationale bekendheid verworven. Zodra we op de universiteit rondliepen, werden we echter niet meer voor vol aangezien. Officieel mochten we nog geen examen afnemen. Een collega heeft eens gezegd: als de hoogleraar er is, mag ik niks; als hij weg is, moet ik alles.
Toen met de invoering van de Wet Universitaire Bestuurshervorming (WUB) op 13 december 1971 de democratisering van de LUW een feit was, werd Van der Woude lid van de hogeschoolraad
Vlak voor zijn afscheid als hoogleraar wordt de democratie op de universiteit weer teruggedraaid. De universiteitsraad, de opvolger van de hogeschoolraad wordt afgeschaft. Voortaan mogen medewerkers en studenten niet langer meebesturen, maar nog slechts meepraten in de ondernemingsraad en de studentenraad
Afgeknapt
Van der Woude treurt echter allerminst om het einde van de universiteitsraad. Integendeel: twee jaar na de invoering van de hogeschoolraad is hij een beetje afgeknapt op de nieuwe manier van besturen. Vooral de politieke debatten in het nieuwe bestuursorgaan stuitten hem tegen de borst. Er waren voortdurend moties die helemaal niets met de universiteit te maken hadden, zoals de discussie of de sportvoorzieningen moesten worden opengesteld voor iedereen. De studentenkamers moesten beschikbaar zijn voor iedereen, terwijl er al een gigantische kamernood was. De universiteit is echter een cultuurgoed, daar moet je heel voorzichtig mee omgaan. Toen ze de universiteit probeerden op te lossen in de samenleving, ben ik een beetje ontnuchterd. Toen dacht ik: nee, dat gaat fout. Een universiteit moet een beetje een ivoren toren zijn. Je moet er rustig kunnen nadenken. Toen ben ik terug gegaan naar de wetenschap.
Zowel de medewerkers als de studenten streden voor veranderingen in de jaren zeventig. Het ging de wetenschappers volgens Van der Woude echter om iets heel anders dan de studenten. Het ging ons om de eenheid van het wetenschappelijk corps. We wilden de erkenning dat je als wetenschapper elkaars gelijke bent. De studenten wilden geen eenheid van de wetenschappelijke staf, maar eenheid van de universiteit, volgens het principe: one man one vote. Dat was volslagen belachelijk, want dan zouden de studenten het volledig voor het zeggen krijgen.
Van der Woude gelooft niet dat de klok nu wordt teruggedraaid. Het is gelukkig zo dat we de wetenschap met zijn allen dragen. De vakgroepen worden dan wel afgeschaft, maar een hoogleraar zal toch gewoon met zijn medewerkers blijven praten. Ik denk dat dat de winst is van de jaren zeventig, tachtig en negentig. Als de eenheid van het wetenschappelijk corps maar behouden blijft en als de studenten maar genoeg inspraak houden over de kwaliteit en de inhoud van het onderwijs.
De gedachte achter de invoering van de MUB is dat de universiteit efficienter en zakelijker moet worden bestuurd. Wat de huidige raadsleden betreft is de invoering van de MUB overbodig. De universiteitsraad is de afgelopen jaren steeds efficienter gaan vergaderen en de verhouding met het college van bestuur is goed. Als er op de universiteit al sprake is van trage besluitvorming, dan ligt dat niet aan de raad, vinden de leden
Grijs kaft
Oud-voorzitter mr Jan Willem Kroon kan zich echter wel wat voorstellen bij beweegredenen van Haagse politici om de bestuursopzet te veranderen. De raad blonk niet altijd uit in het nemen van daadkrachtige besluiten, herinnert Kroon zich. Nadat de nodige moties en amendementen waren ingediend, bleef van een collegeplan vaak weinig over. Kroon herinnert zich een meerjarenplan dat dit treurige lot was beschoren. Toen het gewijzigde plan door de raad was, stelden de studenten per motie voor om het plan een grijs kaft te geven. Die kleur was passend, vonden de studenten, omdat het zo'n grijs plan was geworden. De motie werd aangenomen
Gezellig maar rommelig, omschrijft Kroon de vergaderingen begin jaren tachtig. De vergaderingen vonden veelal plaats in de Leeuwenborch. De kantine was dan open. Naarmate de vergadering vorderde, zaten mensen met bier of jenever aan tafel.
Ook politieke onderwerpen stonden veelvuldig op de agenda van de raad in de jaren zeventig en tachtig. Schendingen van de mensenrechten in Zuid-Afrika, Vietnam en Indonesie, landen waar de LUW projecten had lopen, leidden tot heftige discussies in de raad. Die discussies leidden dan bijvoorbeeld tot een motie waarin de raad zijn afschuw uitsprak over de gebeurtenissen
De laatste jaren hield de raad zich niet meer bezig met politieke debatten. De raad ging efficienter vergaderen door steeds meer onderwerpen af te handelen in commissies. Een van de belangrijkste strijdpunten tussen het college en de raad was de vraag of de universiteit geld mocht lenen voor snelle nieuwbouw op Kortenoord. De raad was tegen. De universiteit moet haar geld uitgeven aan onderwijs en onderzoek en niet aan rente en aflossingen, vond de raad
Werkvloer
Tevreden constateert Rietjens dat het nieuwe college de mening van de raad over lenen lijkt te delen. Dat hebben we dus als leken nog niet zo slecht gezien. De nieuwe zakelijke manier van besturen heeft voordelen, denkt Rietjens. Zo vindt ze het terecht dat studenten straks niet meer over de begroting van de universiteit mogen beslissen
Toch ziet zij ook grote bezwaren van de nieuwe structuur. De achillespees van de moderne managementstijl is het contact met de werkvloer, waarschuwt Rietjens. In alle praatgroepjes over het Kenniscentrum Wageningen zitten alleen maar hoogleraren, niet de mensen van de werkvloer, de analisten, de docenten. Zij zijn echter wel degenen die onderzoeksvoorstellen schrijven, publiceren en aio's begeleiden. De bestuurders dreigen dat contact met de werkvloer helemaal te verliezen. Maar misschien gaat de ondernemingsraad voor dat contact zorgen en praat ik voor mijn beurt.
Studenten dompelen bestuurscentrum in rouw
Voor studenten uit de raad vormde de 111-de en laatste raadsvergadering op 9 december het symbool voor de einde van de democratie aan de universiteit. Raadsleden werden bij aankomst in het bestuurscentrum verrast door een zee van waxinelichtje en plechtige achtergrondmuziek. De studenten gaven met stemmige zwarte kleding en spookachtig witgeschminkte gezichten uiting aan hun verdriet. Middels een toneelstukje voerden de studenten de raadsleden nog even terug naar de jaren zestig, toen de leden van het college van bestuur nog gewoon student Kees, Kees en Cees waren en, zo veronderstelden de studenten, zich beklaagden over hun gebrek aan inspraak. De tijden zijn voor hen ten goede gekeerd, constateerden de studenten, want na 1 januari hebben zij het voor het zeggen
Geen vrouw te bekennen
Het onderwerp is herhaaldelijk in de raad aan de orde geweest. Het leidde tot felle debatten, maar toch komt het voor de raadsleden min of meer als een verrassing als buiten-universitair raadslid ir Annette Augustijn-Van Buuren in haar slotbeschouwing aandacht vraagt voor de positie van vrouwen aan de LUW. Ze is teleurgesteld over het emancipatiebeleid van de Landbouwuniversiteit
Het aantal vrouwelijke universitair hoofddocenten en hoogleraren is nog steeds bedroevend laag. Maar het ergste komt nog: de bestuurlijke top van KCW. Heeft u de foto in het WUB gezien? Geen vrouw te bekennen. Dat gebrek aan vrouwen is ernstig, meent Augustijn, want het betekent dat er voor de huidige studentes nauwelijks voorbeeldvrouwen zijn. Augustijn denkt daarom dat het tijd is voor een heleboel excuus-Truusen
Raad uit zorgen over werkklimaat universiteit
Prof. dr Ivonne Rietjens van Centrale Lijst stelt in het politieke testament van haar fractie dat de nieuwe ondernemingsraad en studentenraad aandacht moeten besteden aan een verbetering van de arbeidsmarktperspectieven voor studenten, promovendi en postdocs. Ook moet de universiteit de instroom van excellente jonge onderzoekers bevorderen om de vergrijzing tegen te gaan
Drs Pim van den Bold van Tap82 vraagt in zijn slotbeschouwing aandacht voor het draagvlak in het kenniscentrum. Hij constateert dat een groot aantal mensen binnen de faculteit en op het bureau zijn arbeidsvreugde heeft verloren en gedemotiveerd is geraakt. Hoe lang moet je nog, is volgens Van den Bold een veelgestelde vraag geworden. Hij waarschuwt het college daarom niet te veel voor de troep uit te hollen
Ook drs Bart Gremmen van Progressief Personeel dringt er bij het college op aan om het draagvlak voor besluiten in de gaten te houden. Hij vindt het verontrustend dat het college heeft aangegeven bij de vorming van de discussiegroepen over het kenniscentrum niet te zoeken naar vertegenwoordigers uit alle geledingen van de universiteit
De Progressieve Studentenfractie vraagt vanzelfsprekend aandacht voor het onderwijs. Het onderwijs mag geen ondergeschoven kindje worden. De fusie tussen DLO en LUW kan nieuwe mogelijkheden bieden, aldus PSF'er Lenny Putman, zoals afstudeervakken bij DLO, maar binnen de nieuwe bedrijfsmatige aanpak moet het mogelijk blijven om in het onderwijs kritiek te leveren op onderzoek. Het kan niet zo zijn dat de LUW straks slechts de kweekvijver is van DLO-onderzoekers, zegt Putman

Re:ageer