Wetenschap - 29 mei 1997

Wellensiek hield van creativiteit, systematiek en ijzeren discipline

Wellensiek hield van creativiteit, systematiek en ijzeren discipline

Wellensiek hield van creativiteit, systematiek en ijzeren discipline
Henk Breunisse, proeftechnisch medewerker Wellensiek-kas
Henk Breunisse werkt in de Wellensiek-kas, voorheen van Tuinbouwplantenteelt en tegenwoordig van het proefcentrum Unifarm. Vroeger was hij tuinman, maar dat heet tegenwoordig proeftechnisch medewerker. De Wellensiek-kas? De jongere studenten van Tuinbouwplantenteelt zullen hooguit zijn naam kennen van het bordje op de kas. Dr ir Susan Jacobus Wellensiek was een van de markantste professoren die de Landbouwuniversiteit heeft gekend
Toen Henk Breunisse in 1969 voor Wellensiek ging werken, was professor Wellensiek, zeventig jaar oud, net met emeritaat. Hij was ongeveer een legende. Niet alleen vanwege de veredeling van de dwergcyclaam, die zijn naam kreeg, en zijn langdurig onderzoek aan de erwt, maar ook door zijn ondubbelzinnig optreden en zijn eeuwige pijp
In 1969, toen ik bij hem begon, was hij geen beheerder en vakgroephoofd meer. Daar had hij dus geen verantwoordelijkheid meer voor; misschien dat onze verhouding daardoor ook minder onder druk stond. Hij mocht van het college nog blijven werken, mits hij zich helemaal afzijdig hield van de vakgroep en bestuurlijke zaken.
Professor Wellensiek was altijd stipt op tijd. Hij was heel systematisch. Wel streng, maar rechtvaardig. Ik kon altijd goed met hem overweg. In die tijd had een prof nog enorm veel gezag. Als je een huis nodig had en de prof belde op, dan kreeg je een voorkeursbehandeling, vertelt Breunisse
Dat systematische en stipte heeft hij altijd gehouden. Als ik eens ziek was en hij wilde horen hoe het ging, belde hij 's avonds om half zeven op, daar kon ik de klok op gelijk zetten! De kas, dat was zijn lust en zijn leven. Hij heeft na zijn dood in 1990, 91 jaar oud, zijn hele vermogen aan de vakgroep geschonken. Ik denk dat hij het enige personeelslid van de LUW is dat zijn salaris weer terug heeft geschonken!
Breunisse hielp Wellensiek jarenlang bij zijn grote onderzoek aan de genetica van de erwt, die aan vijf kilometer lang gaas werd geteeld. Verspenen, verpotten, begieten. Dat soort werk.
Toen hij 85 was, moest hij een nieuwe heup hebben. Ik dacht: Die zie ik voorlopig niet meer terug. Maar geloof het of niet, een paar weken later verscheen de prof plotseling weer in de deuropening. Op twee krukken, met een rugzak met zijn spullen erin en met zijn pijp, die hij nooit uit zijn mond nam. Ik was stomverbaasd. Iemand van zijn leeftijd, na zo'n operatie. Maar hij was er wel! Hij kwam zijn waarnemingen doen - meten, en kijken of er al bloemen aan de planten zaten.
Ik zei wel eens: Professor, heeft u het nou nog niet gevonden? U zoekt al zo lang... Henk, als ik een probleem heb opgelost, komen er weer twee andere voor in de plaats, antwoordde Wellensiek dan.
Wellensiek leverde 42 promovendi af. De laatste 25 jaar geleden: dr Peter van de Pol, die nog altijd in de kas werkt, aan de terugkweek van geur in rozen en geraniums
De kas, die nu de Wellensiek-kas heet, werd in 1984 geopend. De prof heeft er nog zes jaar in kunnen werken. Bij een wandeling door de kassen wijst Breunisse op drie kapstokhaakjes, waaraan Wellensiek altijd een extra jas had hangen, om niet vuil te worden. Ook toont hij een plankje. Kijk, dat gebruikte hij altijd. Niets weghalen zonder afspraak staat erop, met blauw stift. Breunisse doet voor hoe zo'n plankje werkt: het past precies tussen de plantenbakken. Je zet de te onderzoeken planten erop en als je klaar bent, schuif je het naar de volgende reeks. Heel simpel. Daar hield Wellensiek van: creativiteit, systematiek en ijzeren discipline. Die had je nodig als wetenschapper, dat was zijn rotsvaste overtuiging.
Tijdens de tocht door de kassen wijst Breunisse op de vele plantensoorten, de beregening, de verschillende temperaturen die nodig zijn voor de groei van de diverse plantensoorten. In de geurkas hangt een bedwelmende lucht, er bloeien ook camelia's. In een andere staan hoge planten vol glanzende groene paprika's
Weten de jongere studenten wie Wellensiek was? Als er rondleidingen zijn, vertelt de ene docent wel en de andere niet over hem, zegt Breunisse. Sommige studenten vragen wel iets als ze het naambordje op de kas zien.
In september wordt er een nieuwe kas geopend. Daar zullen de verschillende vakgroepen samen gebruik van maken. Er was overlap in personeel. Nu is het economischer geregeld. Wij geven ondersteuning aan onderzoekers van de LUW en ook aan derden; aan DLO, of aan particulieren. Voor mij verandert er niet veel. Je doet je best. Het is misschien wel wat harder geworden. Vroeger kon je je nog wel een foutje permitteren, dat kan nu eigenlijk niet meer. Waarom niet? Nou, je moet proberen je klanten tevreden te houden, anders gaan ze naar een ander! zegt hij met een serieus gezicht, maar hij lacht er wel bij
De animo voor het vak is wel groot. Onder de studenten wat minder, helaas. Maar in de ondersteuning is die er juist wel. We hebben steeds aanbod via het leerlingenstelsel. En die willen allemaal erg graag blijven, want het is een heel mooi vak. Maar jammer genoeg is er geen ruimte voor nieuw personeel. Ik ben 57, ik kan gelukkig nog een paar jaartjes mee.

Re:ageer