Wetenschap - 12 januari 1995

Weinig doorstroming banenpoolers

Weinig doorstroming banenpoolers

Deelnemers aan werkgelegenheidsprojecten aan de Landbouwuniversiteit verwachten vaak een aanzienlijke vergroting van hun kansen op de arbeidsmarkt. Maar de afgelopen drie jaar is het slechts enkelen gelukt een vaste baan te vinden, zo blijkt uit het rapport over werkgelegenheidsprojecten Overbodig en onmisbaar.

Werkgevers die een banenpooler in dienst nemen, krijgen de eerste drie jaar een forse subsidie. Toch is het de afgelopen tweeenhalf jaar slechts een van de LU-banenpoolers gelukt werk te vinden. Van de overige banenpoolers werken er 19 nog steeds binnen de LU. De anderen zijn ontslagen, volgen een opleiding en een van hen is overleden.

Het werk dat de banenpoolers verrichten zou additioneel moeten zijn, maar in de praktijk is dat vaak niet het geval. Vertrek van de banenpooler zou er toe leiden dat de werkdruk bij het reguliere personeel weer zou toenemen, zo gaven enkele begeleiders van banenpoolers te kennen. Zuur voor de banenpoolers is dat ze voor hun inspanningen slechts het minimumloon krijgen en geen pensioen opbouwen.

Ook deelnemers aan het Jeugd Werk Garantieplan (JWG) vinden moeilijk werk. Van de negentien deelnemers hebben er slechts twee een reguliere baan gevonden. De deelnemers aan het leerlingwezen lijkt het iets beter te vergaan, al klagen ook zij over het gebrek aan banen. Na het afronden van hun opleiding traden vijf van de 22 leerlingen in dienst bij de LU. Hoe het de anderen is vergaan is niet bekend.

De schrijvers van Overbodig en onmisbaar adviseren op grond hiervan mensen uit het JWG te laten doorstromen naar het leerlingwezen. Ook de bezetters van de werkervaringsplaatsen gaat het wat beter af. Van de veertien WEP-ers traden vijf in vaste dienst bij de LU en vonden twee een tijdelijke baan elders.

Re:ageer