Wetenschap - 18 december 1997

Weg met de bureaucratie!

Weg met de bureaucratie!

Weg met de bureaucratie!
Joop van Lenteren op studieverlof in Perugia
Vorig jaar ontmoette ik een functioneel anatoom op insectengebied die in Perugia werkte. Hij was zeer enthousiast over mijn idee om tijdens mijn studieverlof samen na te gaan of een nieuw orgaan dat ik in 1971 ontdekt dacht te hebben bij een sluipwesp, ook werkelijk bestond. Hij had de nieuwste Philips raster- en elektronenmicroscopen ter beschikking en publiceerde regelmatig in goede internationale tijdschriften. Functionele anatomie bedrijven aan insecten kan maar op weinig plaatsen. Het gebeurt in Wageningen aan vissen, maar niet aan sluipwespen. Na dit contact was de zaak al snel beslist. Ik zou mijn gespaarde ATV-dagen gebruiken om vier maanden in Perugia te werken
Ik was benieuwd hoe een Italiaanse vakgroep is georganiseerd waar al 25 jaar niets is veranderd aan de organisatiestructuur. Zo'n groep zou al lang wetenschappelijk, onderwijskundig, financieel en personeel failliet moeten zijn volgens de Wageningse opvattingen. In de opinie van Wageningen is het onmogelijk goed te presteren als je niet minstens elke drie jaar de boel op zijn kop zet
Ik weet het, elders wordt ook gereorganiseerd, maar zo bont als ik het in Wageningen meemaak heb ik het nog nergens gezien. Ik ben de tel kwijt, maar regelmatig verschijnen en verdwijnen organisatie-onderdelen tussen het centrale beleid en de vakgroepen, in plaats van ze te laten doen waar ze voor zijn aangesteld: onderzoek en onderwijs. Het is een wonder dat we in Wageningen internationaal nog steeds goed meespelen. Veel onderzoekers zijn echter wel de totale uitputting nabij, omdat ze, naast de tijd die ze moeten besteden aan arbeidstherapie die van boven wordt opgelegd, in de avonduren en het weekeinde hard aan hun eerste taak werken
Als de vraag dan ook opkomt waar de gespaarde ATV-dagen doorgebracht gaan worden, is de eerste reactie bij veel collega's meestal: laat maar, ik heb geen gelegenheid om ergens anders heen te gaan. Toen ik meldde er vier maanden uit te stappen: hoe is het mogelijk in deze tijd met reorganisatieperikelen zolang weg te gaan, straks is je leerstoel ingenomen zonder dat je het weet! Dat soort opmerkingen deed me schrikken, er leeft kennelijk heel wat angst en ongenoegen in Wageningen
Onrust over gebeurtenissen tijdens afwezigheid is van mijn kant totaal afwezig: met zo'n geweldige administratieve, technische en wetenschappelijke staf als op Entomologie kun je ontspannen vertrekken! En ik zou iedereen die gelegenheid heeft studieverlof op te nemen aanraden dat ook te doen. Je ervaart het als een enorme luxe om vele uren per dag gewoon dat te kunnen doen waarvoor je bent opgeleid
Ik zit hier op een entomologisch laboratorium in het klooster van San Pietro, dat met intervallen vanaf 926 werd gebouwd. We delen het gebouw met Benedictijner paters. Beneden ons is het seismografisch instituut van de Benedictijnen waar in 1751 de seismograaf ontdekt is. Tijdens de grote reeks aardbevingen die kort na mijn aankomst hier begon en nog steeds niet is afgelopen, kon ik me dan ook dagelijks op de hoogte stellen van de frequentie en ernst van de bevingen door even naar beneden te lopen
Nu had ik bij mijn vorige studieverlof in 1992 in Californie ook al een zeer onrustige periode meegemaakt met dagelijks bevingen van 5 op de schaal van Richter, dus ik was wel wat gewend. Bij de eerste grote beving hier was er echter niet alleen ontzettend veel herrie, maar stortte de plamuur van de wanden op de binnenplaats en in de gangen neer, waardoor het hele gebouw in een soort mist werd gehuld. Een aantal muren scheurde, boeken vielen uit de kasten in de bibliotheek en de zeventig meter hoge toren van het klooster stond gevaarlijk te schudden. Dreiging van een rivieroverstroming in Wageningen is minder dramatisch
Iedereen rende hier weg, zodat ik nog alleen in het laboratorium zat. Veel mensen verlieten de stad, vooral toen zich later nog een paar stevige schokken voordeden. Lopend naar mijn appartement in het hart van de stad werd ik op een haar na getroffen door vallende dakpannen. Alles was enkele dagen gesloten en overal verrezen steigers in de stad. In de klokkentoren van ons klooster bleken zware ijzeren dwarsverbindingen gebroken te zijn en moesten allerlei losse stenen worden verwijderd
Wij werken hier in kloostercellen waarvan sommige nog de originele fresco's van eeuwen geleden hebben. De apparatuur is echter heel nieuw, inclusief de Noldus observers uit Wageningen en de al eerder genoemde Philipsen
Het ontwikkelen van een nieuwe benadering voor gewasbescherming, wat een ander doel was van dit studieverlof, lukt hier uitstekend. De bibliotheek is goed voorzien, de leeszaal inspirerend en rustig middeleeuws met prachtige lessenaars om staande aan te lezen met uitzicht op Assisi en bergketens. Wil je nadenken, dan loop je een paar rondjes in de kloosterhof of je wandelt wat in de middeleeuwse botanische tuin die bij het honderdjarig bestaan van de landbouwfaculteit weer in originele staat is gebracht
Ik heb nu ruim honderd artikelen en enkele boeken over agro-ecologie en gewasbescherming gelezen en moet helaas constateren dat er ontzettend veel onzin wordt beweerd over diversiteit en stabiliteit van agro-ecosystemen. Met een flinke slag om de arm kan worden geconcludeerd dat in een mengcultuur vaak, maar lang niet altijd, minder ziekten en plagen optreden. Er zijn ook enkele hypothesen waarmee de resultaten kunnen worden verklaard, maar die hypothesen zijn nog nauwelijks getoetst. Toch gebruikt iedereen ze om allerlei empirische resultaten te verklaren. Gebaseerd op werk dat in Wageningen al wordt uitgevoerd door Vereijken (AB-DLO), Theunissen (IPO-DLO), Goewie, Jeger, Struik, Rabbinge en Kropff (allen LUW) en in combinatie met inzichten over het zoekgedrag van natuurlijke vijanden die op onze vakgroep zijn ontwikkeld, heb ik nu een onderzoeksplan geschreven waarin we gaan bestuderen hoe natuurlijke vijanden precies functioneren in een mengcultuur en een monocultuur. We willen dan strategieen ontwikkelen waarin de weerstand van een agro-ecosysteem tegen plagen en ziekten wordt versterkt zonder dat ingegrepen hoeft te worden met pesticiden
Het onderzoek naar de speciale structuur op de legboor van een sluipwesp verliep zeer voorspoedig. Na het bestuderen van mijn oude aantekeningen en lichtmicroscoopfoto's hebben we de scan- en transmissie-elektronenmicroscoop gebruikt. Op de scanpreparaten was het orgaan uitstekend te zien, maar de inwendige structuur was niet na te gaan. Het orgaan bevindt zich zo'n zevenhonderd coupes van de tip van de legboor en het belangrijkste onderdeel is slechts drie coupes dik! Daardoor was het ons in 1972, naast allerlei fixatieproblemen, niet gelukt dat onderdeel te vinden. De tweede dag dat we hier achter de microscoop zaten, hadden we het te pakken, maar de coupe verschrompelde onder de elektronenstraal. Dus weer preparaten maken, twee keer mis, derde keer raak en de drie meest essentiele coupes zaten tussen de honderden minder belangrijke. Mijn collega hier blijkt gouden vingers te hebben voor dit soort werk. Nu zijn we bezig met het afronden van een publicatie over dit onderzoek
Over de universitaire structuur en het functioneren van de staf heb ik zowel heel positieve als verbijsterend negatieve dingen ervaren. Italie heeft tien entomologische vakgroepen. Elke vakgroep hier bestaat uit minstens tien onderzoekers; dat is wettelijk bepaald! In totaal zijn er dus ruim honderd universitaire entomologen, maar slechts een handjevol publiceert in internationale tijdschriften en de meeste vingers van die hand zitten hier op de vakgroep! Het algemene niveau is dus tamelijk laag. Er zijn hier geen visitaties of personeelsbeoordelingen. Er wordt vaak in grote isolatie gewerkt en men heeft weinig nationale of internationale contacten. Publiceren wordt in nationale entomologische tijdschriften gedaan waarvan er ruim vijftien zijn, meer dan in de Verenigde Staten!
Hoogleraren hebben hier een luizenleven. De onderwijswet verplicht hen om 350 uur per jaar aanwezig te zijn: 250 uur voor onderwijs en examens, honderd uur voor beheer van de vakgroep. Over onderzoek wordt niets gezegd. Het is dan ook vaak moeilijk een collega te vinden als je op bezoek bent in Napels, Turijn, Florence of Bologna. Als een vakgroep echter geinteresseerd is in onderzoek, dan kan er veel. Er is de al eerder genoemde basis van tien onderzoekers, daarnaast zijn er promovendi, postdocs (via NWO-achtige organisaties of andere fondsen) en toegevoegde onderzoekers. De financiering neemt jaarlijks licht toe en externe fondsen zijn, als je goed bent, niet al te moeilijk te verkrijgen. De groep hier is daarom ruim voorzien van apparatuur
Ze kijken je stomverbaasd aan als je vertelt wat er de afgelopen tien jaar in Wageningen is gebeurd aan reorganisaties. Ze geloven niet dat het mogelijk is dat je een vakgroep, in plaats van een aantal personeelsleden, een bepaald bedrag geeft voor personeel waarvan je maar rond moet komen: de makkelijkste manier om tekorten weg te werken en waarbij je alle problemen gewoon naar de vakgroep delegeert. Ze weigeren aan te nemen dat het in een redelijk land als Nederland mogelijk is om voortdurend de honorering voor onderwijs- en onderzoeksactiviteiten te verlagen zonder daar met vakgroepen over te praten. Hun reactie op de recente verlaging van honorering voor promotiebegeleiding van vijfhonderd uur naar 25 duizend gulden of, als je veel promoties hebt, nog veel minder: maar dat zijn maffiatrucs, dat is toch onmogelijk? Je wordt dus gestraft in plaats van beloond voor het opleiden van promovendi?!
Ik moet erkennen dat ik het ook een zeer verwerpelijke manier van omgaan met personeel vind. De LUW is van een degelijke werkgever verworden tot een volstrekt onbetrouwbare sjacheraar, waarbij je als vakgroepsbeheerder voortdurend wantrouwig alles na moet rekenen (de ons opgelegde arbeidstherapie) en steeds moet wijzen op eerder gemaakte afspraken die vergeten of genegeerd worden
Er werd overigens wel enthousiast gereageerd op het fenomeen onderzoekscholen en onderwijsinstituten. Ik heb voor een aantal landbouwonderzoekers de organisatie van de onderzoekschool Productie-ecologie toegelicht en daarna enkele gesprekken gehad over het opzetten van een vergelijkbare structuur hier. Binnenkort heb ik een afspraak met de landbouwdecaan en de rector magnificus om over deze twee aspecten te praten
Het verblijf in Perugia heeft me gelegenheid geboden tot reflectie. Voor onderwijs en onderzoek kom ik graag weer naar Wageningen terug, maar het is duidelijk dat de enorme bureaucratisering van de universiteit en de jaarlijkse koehandel om geld en personeel me niet echt trekt. Er werd me hier al gesuggereerd om een volledige hoogleraarsbaan in Italie te aanvaarden, hetgeen inhoudt dat ik hier jaarlijks vier maanden aanwezig moet zijn, om de rest van de tijd in Wageningen als gastmedewerker weer onderzoek te kunnen doen

Re:ageer