Wetenschap - 18 december 1997

We moeten er geen sterfhuisconstructie van maken

We moeten er geen sterfhuisconstructie van maken

We moeten er geen sterfhuisconstructie van maken
Milieu- en basiswetenschappen ter discussie
De basis- en de milieuwetenschappen hebben in KCW alleen bestaansrecht als ze zich richten op de agroproductieketen of de groene ruimte. Onderzoeksdirecteur dr Dick van Zaane wil de positie van de basiswetenschappen toetsen aan de KCW-missie en -visie. Voor organisch chemicus prof. dr Aede de Groot geen reden voor paniek. De basiswetenschappen van de LUW zijn al sterk op de thema's van KCW gericht
De raad van bestuur wil dat KCW zich richt op de agroproductiekolom en de groene ruimte. Milieu en basiswetenschappen zijn voor de raad van bestuur alleen van belang als ze zich richten op de twee hoofdthema's. Van Zaane wil onderzoek dat niet binnen de thema's past afbouwen. We moeten helder zijn dat daar geen toekomst voor is en er geen sterfhuisconstructie van maken. Van Zaane kent de LUW nog niet goed genoeg om de onderzoeksgroepen die zouden moeten verdwijnen aan te wijzen. Het concrete voorbeeld behelst onderzoek aan huishoudelijke apparaten. Dat kan beter aan technische universiteiten gebeuren
Van Zaane wil ook nog eens goed kijken naar de basiswetenschappen. Die zijn voornamelijk belangrijk voor het onderwijs. Het is moeilijk om een groep te straffen voor wat in verleden goed is gevonden. Maar het onderzoeksterrein van Wageningen is al heel breed; we kunnen niet alles doen. Het is de vraag of je hier de chemie zelf wel verder moet ontwikkelen. Als je goed up to date onderwijs wilt geven, kan dat ook door samen te werken met groepen van andere universiteiten.
Onderwijsdirecteur en prorector prof. dr ir Bert Speelman denkt daar anders over. De basiswetenschappen hebben de Landbouwuniversiteit geen windeieren gelegd. Het zou heel stom zijn om die basiswetenschappen gedag te zeggen. Wel geldt: hoe beter ze passen in de kern van KCW, hoe hoger de aaibaarheidsfactor. Speelman vindt de leerstoelgroep Fysische en kolloidchemie een mooi voorbeeld van hoe de basiswetenschappen in KCW moeten functioneren. Die laten de basis niet opdrogen en werken tegelijkertijd aan vele Wageningse toepassingen. Speelman ziet graag excellente groepen in de basiswetenschappen, maar wil niet investeren als het minder goed gaat. Voor gebieden waar we niet zoveel te vertellen hebben, omdat andere universiteiten daar fors in investeren, willen we gaan samenwerken met die andere universiteiten. Daarop profileren we ons dan niet.
Biochemicus en voorzitter van het departement Biomoleculaire wetenschappen prof. dr Colja Laane geeft het plan het voordeel van de twijfel. Hij maakte zich naar aanleiding van eerdere versies van de strategische nota zorgen over de basiswetenschappen. De positie van de basiswetenschappen stond nadrukkelijk ter discussie. In de eindversie zegt de raad van bestuur dat de kennis van de basisdisciplines gehandhaafd en verder ontwikkeld dient te worden. Die tekst heeft bij Laane de grootste zorgen weggenomen. We moeten kijken hoe het uitpakt, maar de tekst die er nu staat geeft ons voldoende hoop voor de toekomst.
Collega-hoogleraren springen in de bres voor de basiswetenschappen. De Nijmeegse directeur van onderzoekschool M&T, prof. dr Sjoerd Wendelaar Bonga, vindt de basiswetenschappen essentieel voor de LUW. Het is hier zo verweven met de rest. Je kunt niet zonder, dat zou het onderzoeksprogramma van de LUW uithollen. Het afbouwen van de basiswetenschappen zou getuigen van een gebrekkige langetermijnvisie. De vice-voorzitter van het departement Levensmiddelentechnologie en Voedingswetenschappen, prof. dr ir Frans Kok, is het met Wendelaar Bonga eens. De basiswetenschappen zijn heel essentieel voor ons. Die moeten we koesteren.
Organisch chemicus De Groot denkt dat de raad van bestuur zich geen zorgen hoeft te maken over de koers van de basiswetenschappen. De basiswetenschappers beseffen goed dat ze onderzoek doen aan een landbouwuniversiteit. Hun onderzoek is volgens De Groot al voor het grootste deel gericht op de agroproductieketen. Zo zoekt hij zelf naar moleculen in landbouwproducten die makkelijk op te werken zijn tot bijvoorbeeld anti-feedants, stoffen die vraat door insecten voorkomen. De Groot ziet toepassingsgericht onderzoek steeds belangrijker worden in de basiswetenschappen. Een aantal jaar geleden had nog zo'n 70 procent van het onderzoek van mijn groep een fundamenteel karakter, nu nog maar 30 tot 40 procent.
Ook de milieuwetenschappen staan ter discussie in de plannen van de raad van bestuur. Alleen milieuaspecten die een onmiskenbare samenhang hebben met de agroproductieketen en de groene ruimte hebben volgens de raad nog toekomst in het nieuwe kenniscentrum. Onderzoek naar het schoonmaken van bodems bijvoorbeeld verdient volgens Van Zaane alleen een plaats als het met de landbouw samenhangt. Anders kan het beter aan technische universiteiten gebeuren. Volgens Van Zaane kan het milieuonderzoek van DLO als voorbeeld dienen. Dat houdt zich alleen bezig met emissies door de landbouw en met vervuiling die effect heeft op landbouw en natuur. Speelman is het met hem eens. Iets als industriele afvalverwerking ligt ver van ons bed. Op dat terrein gaan we niet in nieuwe expertise investeren en we gaan ook niet roepen dat we er goed in zijn. Het onderzoek van Brunekreef aan de effecten van luchtvervuiling door Schiphol op de gezondheid vindt Speelman hartstikke lollig, maar voor dergelijk onderzoek wil KCW niet in dure apparatuur investeren. Als er geld binnen is te halen met dat onderzoek, is het wel mooi meegenomen.
Als je het woord voedsel maar laat vallen, zit je goed hier, zo reageert toxicoloog prof. dr Jan Koeman geirriteerd op de plannen. Maar de milieukant hoort er ook bij. Voedsel en gezondheid beginnen bij de basis; bij het substraat dat milieu heet. Dat is belangrijk als je de consument wilt beschermen.
M&T-directeur prof. dr Sjoerd Wendelaar Bonga kan voorlopig wel uit de voeten met de plannen van de raad van bestuur. Onze onderzoeksexpertise is volledig in te passen binnen de doelstellingen van KCW. We verschuiven dan een deel van ons onderzoek van de stedelijke ruimte naar het landelijk gebied. Het bijstellen van het onderzoeksobject is op de wat langere termijn goed mogelijk.
Prof. dr ir Nico van Breemen, bestuurslid van zusterinstituut WIMEK, maakt zich meer zorgen over het milieuonderzoek. Milieu moet volgens de strategische visie als een raster over de KCW-thema's vallen. Dat herbergt het gevaar in zich dat het milieuonderzoek weer versnipperd wordt. Dan zijn we weer terug bij af. In de onderzoekscholen hebben we het onderzoek bij elkaar gekregen. Daarvoor was een cultuuromslag nodig, die we met veel moeite bewerkstelligd hebben. Juist nu beginnen er resultaten te komen van dat werk. Als KCW een inspirerende werkomgeving wil zijn, dan draagt dit er niet aan bij. Ik hoop dat hier nog veel discussie over plaatsvindt.
Van Breemen vervolgt: Bij het leggen van nadruk op de groene ruimte binnen het milieuonderzoek moet er ook geen hokjesgeest ontstaan. Er staan geen hekken op het land. Voor bodem, water en vooral voor lucht zijn er geen grenzen. We moeten niet te spastisch doen, geen dingen afkappen die over de omheining heen kijken.

Re:ageer