Wetenschap - 6 november 1997

We hadden beter naar het Groninger casino kunnen gaan

We hadden beter naar het Groninger casino kunnen gaan

We hadden beter naar het Groninger casino kunnen gaan
Octrooi-inkomsten geen vetpot voor universiteiten
Octrooien zijn geen direct aan te boren goudmijn. Je moet ermee leuren bij het bedrijfsleven, want alleen als het octrooi gebruikt wordt, levert het geld op. Toch kunnen octrooien voor universiteiten interessant zijn, bleek op een symposium over industrieel eigendom in Rijswijk. Een octrooi is een bewijs van inventiviteit en dat kan nieuwe contracten opleveren. Aan de LUW hebben octrooien tot nu toe voor vijf miljoen gulden aan vrije opdrachten opgeleverd
Ons college van bestuur toerde door de Verenigde Staten en hoorde daar dat Stanford University zo'n veertig miljoen dollar per jaar aan licentie-inkomsten binnenkrijgt, vertelt mr Emil Pot, hoofd Patent & Licensing Bureau van de Groningse universiteit. In de Verenigde Staten voeren veel universiteiten een actief octrooibeleid. Een universiteit als Stanford heeft tweeduizend octrooien in portefeuille, vertelt Pot. Hij sprak 28 oktober op een symposium van het Bureau voor industrieel eigendom, voorheen de Octrooiraad, en de Koninklijke Nederlandse Chemievereniging
Bij Nederlandse universiteiten liggen die aantallen veel lager. De LUW heeft bijvoorbeeld ruim dertig vindingen geoctrooieerd. Volgens recent onderzoek van het ministerie van Economische Zaken kunnen Nederlandse universiteiten het octrooisysteem dan ook beter benutten. Zulke enorme bedragen als Stanford zijn daar waarschijnlijk niet mee te verdienen, zeker niet op korte termijn. Stanford voert al sinds de jaren zeventig een actief octrooibeleid en zo'n zeventig procent van hun licentie-inkomsten halen ze uit drie octrooien op de recombinant-DNA-techniek, waar ze ook de Nobelprijs voor hebben gekregen, stelt Pot. Die octrooien expireren dit jaar
De Rijksuniversiteit Groningen begon in 1994 met een actief octrooibeleid. We hadden beter naar het Groninger casino kunnen gaan, blikt Pot terug op de eerste jaren. Maar op de langere termijn verwachten we dat het wel rendabel zal zijn. Het Groningse college verplichtte in 1994 onderzoekers met interessante onderzoeksresultaten langs te komen bij het Patent & Licensing Bureau. Wij onderzoeken vervolgens of een vinding octrooieerbaar is en commercieel interessant. Een octrooischrift om aan de muur te hangen is wel mooi, maar is niks waard; er moet een markt zijn voor de vinding. Hoogleraren hebben vaak contacten met de researchafdelingen van bedrijven, maar wij bellen ook de commerciele afdeling. Die moeten een octrooi ook zien zitten.
Geheimhouding
Pots bureau beheert de octrooien zelf. We dienden 22 octrooi-aanvragen in. Zeven daarvan hebben we inmiddels teruggetrokken en er volgen er nog meer. Voor vijf octrooien zijn licentie-overeenkomsten afgesloten. Dat leverde tot nu toe vijftigduizend gulden op, terwijl inmiddels een miljoen gulden is geinvesteerd
De kosten voor het aanvragen van een octrooi zijn niet gering. Het aanvragen van een Nederlands octrooi kost zo'n achtduizend gulden, schat ing. Dik van Harte, adviseur bij het octrooibureau. Een Europees octrooi kost tussen de vijftig- en de honderdduizend gulden, een wereldwijd patent bedraagt het dubbele
Wetenschappers zijn zich niet altijd bewust van de strikte geheimhouding die nodig is totdat een octrooi-aanvraag wordt ingediend, ondervond Pot in Groningen. Zo kwam er eens een hoogleraar naar Pot toe met een idee dat hij wilde laten octrooieren, nadat hij het idee op een congres aan zo'n duizend mensen uit de doeken had gedaan. Dan zijn je kansen natuurlijk verkeken. Om octrooieerbaar te zijn, moet een product nieuw zijn. Dat betekent dat het op de datum van indiening nergens ter wereld openbaar bekend mag zijn; het mag nog niet gepubliceerd zijn; het mag niet verteld worden in een lezing of aan een klant en het mag nergens in het openbaar te zien zijn
Hoogleraren willen echter scoren in de wetenschappelijke competitie en dan moet je het snel vertellen, stelt Pot. Het is echter mogelijk om tegelijk aan een publicatie en octrooischrift te werken. Zodra de octrooi-aanvraag is ingediend, kan de onderzoeker zijn wetenschappelijke publicatie over hetzelfde onderwerp naar een tijdschrift sturen
Gouden bergen
Een ander probleem waar Pot tegenaan liep, was dat de onderzoeksresultaten vaak zo fundamenteel zijn dat het nog niet interessant is voor bedrijven. Bedrijven willen dan graag eerst nog wat vervolgonderzoek zien. Wetenschappers happen daar niet snel op in. Zo'n verzoek blijft vaak lang op het bureau van de hoogleraar liggen. Het vervolgonderzoek past dan niet in een aio-project of de aio die in het onderwerp gespecialiseerd is, is bezig met het schrijven van zijn proefschrift.
Op mij rust nu de taak het laatste greintje hoop dat u heeft de grond in te boren, stelt ir Daan Hoogwater, coordinator externe contacten van de scheikundefaculteit in Delft. Volgens hem kent het octrooibewustzijn op universiteiten drie fases: onbekendheid, het idee dat het gouden bergen oplevert, en een realistische fase
Ook al leveren octrooien niet direct veel geld op, toch vindt hij het van belang voor universiteiten. Octrooien leveren status, ze laten zien dat de onderzoekers met nieuwe toepasbare vindingen kunnen komen. Een universiteit die aantoont te weten wat voor soort onderzoeksresultaten commercieel interessant zijn, is een aantrekkelijke partner voor het bedrijfsleven. Daarbij is het wel opletten dat het bedrijf het octrooi niet defensief gaat gebruiken. Dat kun je je eigen vervolgonderzoek blokkeren.
Verder moeten universiteiten rekening houden met de toenemende afhankelijkheid van de research-afdelingen van bedrijven van de business-units, vertelt Hoogwater. De laatsten denken vooral aan het nut op de korte termijn. Daarom zijn ze kritischer en wachten ze langer met de aanschaf. De universiteit draagt in de tussentijd vaak de kosten van het instandhouden van de octrooi-aanvraag en dan is het de vraag hoe lang je adem is.
Vijf miljoen
Kennisbemiddelaar ir Paul van Helvert schat dat op de LUW de helft van de aanvragen ook werkelijk geld opleveren, meestal in de vorm van financiering van onderzoeksprojecten. De afgelopen tien jaar heeft de verkoop van octrooien de LUW ruim vijf miljoen opgeleverd. In deze schatting is geprobeerd alleen onderzoeksgeld mee te nemen dat anders niet zou zijn uitgegeven door het bedrijf dat het octrooi koopt. Bij deze onderzoeksprojecten hebben de onderzoekers veel meer onderzoeksvrijheid dan normaal is bij opdrachten. We krijgen liever nieuw onderzoek gefinancierd dan dat we bijvoorbeeld royalty's krijgen. Dan is het nog onzeker hoeveel je krijgt, stelt Van Helvert. Tot nu hebben de aanvragen een half miljoen gulden gekost, de salariskosten van de LUW-kennisbemiddelaars niet meegerekend. Afgelopen jaar ging het niet zo goed; er kwam slechts 140 duizend gulden binnen
De LUW vraagt alleen een octrooi aan als een bedrijf het octrooi binnen afzienbare tijd wil overnemen. Ze wil geen octrooien in eigen portefeuille houden. Over recente octrooi-aanvragen van de LUW kan Van Helvert niet veel vertellen. Bedrijven willen een octrooi vaak zo lang mogelijk geheim houden. Pas achttien maanden na de aanvraag wordt die gepubliceerd. In de tussentijd kan het bedrijf vervolgonderzoek doen. Mogelijk levert dat iets interessants op dat aan de octrooi-aanvraag kan worden toegevoegd. Dan kunnen ze de oorspronkelijke aanvraag veranderen, met behoud van de indieningsdatum. Een bedrijf kan zo een octrooi krijgen met een bredere dekking; een octrooi dus dat moeilijker te omzeilen is
Innovatief
Momenteel lopen tien aanvragen, waarover de LUW nog onderhandelt met bedrijven. De LUW vraagt vooral octrooien aan op milieutechnologische vindingen. Ook zijn er octrooien op biotechnologische vindingen, zoals de genencassette van prof. dr ir Pierre de Wit. Het octrooi dat de universiteit het meest heeft opgeleverd, betreft een respiratiemeter en een mestzuiveringsprocede van de sectie Milieutechnologie
Het octrooisysteem is voor universiteiten ook interessant omdat het toegang biedt tot kennis van bedrijven die anders misschien geheim gehouden wordt. Octrooien zijn per definitie niet geheim; alle octrooi-aanvragen worden gepubliceerd. Deze verzameling is een bron van informatie over innovatieve ontwikkelingen op alle gebieden van de techniek. Vaak is deze informatie niet terug te vinden in de wetenschappelijke vakliteratuur. Uitvinders gebruiken vaak octrooien, maar academici blijven nog wat achter, meent dr Rob Berger van het octrooibureau. Volgens hem is slechts twintig procent van de kennis uit recente octrooien bekend op de universiteiten
Te koop: patent op thermostabiel enzym
Dr John van der Oost van de sectie Microbiologie is teleurgesteld over zijn octrooi-aanvraag. We hoopten wat extra geld voor onderzoek binnen te halen, maar dat is niet gelukt. Van der Oost had een enzym gevonden dat bij hoge temperaturen stabiel is en in staat is grote suikerpolymeren in kleinere brokjes te splitsen. Dergelijke enzymen worden gebruikt voor het helder maken van dranken. Wij vinden dat het enzym duidelijk beter is dan de bestaande enzymen, maar we hebben geen industriele partner kunnen overtuigen. Bedrijven werken nu met een bepaald proces en dat willen ze niet zomaar omgooien. Een enzym moet wel tien keer beter zijn, wil het voor een bedrijf interessant zijn.
Van der Oost vroeg samen met de afdeling Kennisbemiddeling een Nederlands patent aan, maar laat het patent nu verlopen. Wil je je vinding goed beschermen, dan moet je binnen een jaar ook een Europees patent aanvragen. Dat doen we niet. Nu blijkt dat bedrijven niet zo happig zijn als we dachten, houdt het voor ons op. We zijn tenslotte een universiteit. Misschien is er over een jaar wel een bedrijf geinteresseerd, dat risico nemen we maar. De kosten gaan anders wel erg hoog oplopen.
Als Van der Oost weer een enzym vindt, zal hij minder snel een octrooi aanvragen. We zullen een nieuw enzym wel door een andere bril bekijken. Maar als we er echt in geloven, doen we het weer.

Re:ageer