Wetenschap - 9 mei 1996

Wat wil de MUB?

Wat wil de MUB?

Met de MUB (Modernisering Universitaire Bestuursstructuur) wil minister Ritzen integraal bestuur en beheer invoeren. De formulering van beleid en het toewijzen van geld moeten in een hand komen.


Wiens hand wordt dat?

Die van het college van bestuur.

Wie controleert het college?

Een raad van toezicht, met maximaal vijf leden. Allen benoemd door de minister. De raad zal zich op hoofdlijnen met het universitair beleid bemoeien, zoals het goedkeuren van bestuurs- en beheersreglementen, instellingsplannen, begrotingen en jaarverslagen.

Wat krijgt het personeel te zeggen?

De minister schaft het medebestuur af en vervangt dat door medezeggenschap en inspraak. Het college van bestuur kan kiezen voor een ondernemingsraad, waarvan de taken in een andere wet staan, of voor een universiteitsraad die mag adviseren en instemmen.

Zo'n universiteitsraad bestaat uit maximaal 24 leden, van wie de helft studenten en de helft personeel. Bij een ondernemingsraad moet er daarnaast een speciale studentenraad komen, met dezelfde bevoegdheden als de universiteitsraad.

Wat mag en kan zo'n universiteitsraad?

De nieuwe raad mag wel over alle onderwerpen die de universiteit betreffen schriftelijke voorstellen doen. Het college moet hier binnen drie maanden op reageren. Bovendien moet de universiteitsraad instemmen met: het instellingsplan, de kwaliteitszorg en het beleid naar aanleiding van kwaliteitsbeoordelingen, een studentenstatuut, het beheers- en bestuursreglement, regels op het gebied van arbeidsomstandigheden en de keuze van medezeggenschap.

Het college vraagt de raad advies over de begroting. Als het advies niet wordt gevolgd moet eerst opnieuw met de universiteit worden gepraat, voordat het definitieve besluit wordt genomen. De wet maakt geen onderscheid meer tussen wetenschappelijk personeel en ondersteunend en beheerspersoneel.

Blijft het personeel de baas op de vakgroep?

Nee. Ten eerste worden de vakgroepen niet meer genoemd in de wet en dus eigenlijk opgeheven. Eigenlijk regelt de wet niets onder het niveau van faculteiten. De hoogleraren en de andere personeelscategorieen hebben geen bevoegdheden meer. De leiding van de faculteit berust bij de decaan en dat moet een hoogleraar zijn. Die decaan stelt onderwijs- en examenregelingen vast, richtlijnen voor het onderzoek, het onderzoekprogramma van de faculteit. Bovendien houdt hij toezicht op de uitvoering van de onderwijs- en examenregeling, stelt examencommissies in, regelt een vrijstellingsbeleid.

Die decaan wordt dus vrij machtig?

Inderdaad. Het college kan overigens wel richtlijnen uitvaardigen en de decaan is verantwoording schuldig over het gevoerde beleid.

Hoe moet dat in Wageningen, met maar een faculteit?

Hier wordt de rector magnificus tevens decaan en staat het college van bestuur aan het hoofd van de faculteit. Het college wil minder vakgroepen, of hoe ze straks ook gaan heten. Maar het college heeft nog geen unaniem standpunt. We hebben getallen gehoord van vijf basiseenheden, via een stuk of twintig, tot geleidelijk aan minder dan het huidige aantal.

Verdwijnen de huidige richtingsonderwijscommissies?

Nee, niet echt. De nieuwe wet spreekt nu alleen van opleidingscommissies die voor elke opleiding moeten worden ingesteld. Die adviseren het door de decaan, daar heb je hem weer, ingestelde bestuur van de opleiding. De helft van de leden van die opleidingscommissie moet bestaan uit studenten.

En de nieuwe onderwijsinstituten?

Dat is een beetje lastig. Feitelijk zegt de wet niet wat die opleidingsbesturen mogen en kunnen. Dat moet de decaan regelen. Die kan besluiten om het aantal studierichtingen terug te brengen tot vijf, het huidige aantal onderwijsinstituten. Een tweede optie is om meerdere studierichtingen eenzelfde bestuur toe te wijzen, toevallig het bestuur van het onderwijsinstituut.

Waarom doet Ritzen dit allemaal?

Hij zegt dat het de kwaliteit van onderwijs en onderzoek ten goede komt. Verder wordt er stevig geklaagd over het gebrek aan slagvaardigheid van de universiteiten. Kijk, een goed bestuur, een goede decaan, zal naar zijn personeelsleden luisteren. Maar ze kunnen zich er niet achter verschuilen. Dat is nu precies dat integrale management.

Re:ageer