Wetenschap - 12 november 1998

Wageningse studenten zijn goedkoop en flexibel

Wageningse studenten zijn goedkoop en flexibel

Wageningse studenten zijn goedkoop en flexibel
DLO wil geen onderwijs geven, maar onderzoek begeleiden
Studentenvakbond WSO organiseerde op 5 november een kennismaking voor studenten met zeven van de elf DLOinstituten. De studenten wilden graag zien wat de nieuwe partner DLO voor het Wageningse onderwijs kan opleveren. Volgens rector prof. dr Cees Karssen kan DLO de leemtes in het onderwijs van de universiteit, veroorzaakt door de aanstaande bezuinigingen, opvullen. Hoe denkt DLO daar over? Een rondje langs de velden
Ze zijn wel arrogant, he. Je mag blij zijn dat je hier mag komen, zegt een LUW-studente. Ze heeft net een presentatie bijgewoond van het Staring Centrum (SC) en het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek (IBN). In de presentatie benadrukten de twee DLO-instituten dat ze hun geld op de markt moeten verdienen en dat studentenonderzoek leuk is zolang het geld oplevert. Voorlichter Barend van den Broek van het SC-DLO vatte de aantrekkelijke kanten van de LUW-studenten kernachtig samen: Ze zijn goedkoop, flexibel, wonen in de buurt en we hebben er goede ervaringen mee. De studenten moeten niet verwachten dat de instituten naar hen toekomen. Als studenten wat willen met DLO, dan moeten ze zelf maar langs komen
Toen wij benaderd werden met de vraag of wij een rondleiding wilden verzorgen voor de WSO, dachten we: alsjeblieft niet, geen algemene meute door ons gebouw, begint Van den Broek zijn presentatie voor de studenten. Maar onder druk van de raad van bestuur zijn we geswitcht en hebben toch een kennismaking georganiseerd. Wij zijn kritisch geworden. Vroeger kon het geld niet op en leidden we iedereen rond, van militairen tot de Wageningse naaikrans. Daar zijn we van af, we moeten er wel beter van worden.
Ook dr Herbert Diemont van het IBN geeft aan dat zijn instituut geld moet verdienen. We moeten beter luisteren naar wie er wil betalen voor ons onderzoek. Daar heb ik zelfs een cursus voor gehad. Het IBN heeft studenten veel te bieden, maar het initiatief voor een afstudeerproject of stage moet wel van de studenten uitgaan. Wij zijn blij met een idee waar wij ook iets mee kunnen. Liefst iets waar wij geen geld mee verliezen, want dat kunnen wij ons niet permitteren.
Jonge tent
Het Rijksinstituut voor Visserijonderzoek (RIVO) deed niet mee aan het initiatief van de WSO. Waarnemend directeur Paul Nagel weet niet waarom, maar het betekent in ieder geval niet dat hij niet is geinteresseerd in studenten uit Wageningen. Ik denk dat wij hen een motiverende omgeving kunnen bieden, dicht bij de praktijk. Wij zijn eigenlijk een combinatie van een onderzoeksinstituut en een proefstation. De stagiair doet ervaring op en wij hebben iemand voor risicovol onderzoek waar we anders niemand op zouden zetten. Al te veel studenten wil Nagel overigens niet hebben, daar heeft hij geen plaats voor. We zitten nauw in ons jasje. Het gebouw is niet erg groot en we willen iedereen wel fatsoenlijke faciliteiten bieden.
Ook het Rikilt, dat de kwaliteit van land- en tuinbouwproducten keurt, deed niet mee met de presentatie. De PR-afdeling was al bezet met een presentatie voor medewerkers en genodigden. Bovendien heeft het Rikilt studenten niet zo veel te bieden, denkt hoofd Marketing en communicatie ir Jo Bemelmans. Het Rikilt voert veel standaard tests en keuringen uit en dat is niet erg interessant voor studenten
Dat ligt bij het Instituut voor Agrotechnologisch Onderzoek (ATO) wel anders, meent voorlichter Hans van der Schild. Studenten komen graag bij het ATO. Ik denk dat het komt omdat wij een relatief jonge tent hebben, de gemiddelde leeftijd van onze onderzoekers ligt iets boven de dertig. Het is voor de studenten prettig om mee te werken in een team van leeftijdsgenoten. Het ATO ziet de studenten graag komen. Nee, niet omdat het goedkope krachten zijn. Wij presenteren ons naar de universiteiten steeds nadrukkelijker als toekomstig werkgever. Het wordt voor ons steeds moeilijker om personeel te vinden. Wij hebben trouwens veel studenten van de technische universiteiten. Ik denk dat wij het instituut zijn met het kleinste aandeel Wageningers in de staf.
Zomerpractica
Het ATO gaat actief op zoek naar studenten. Soms hebben wij een onderwerp waar we een tekort aan kennis hebben. Dan vragen we bij bijvoorbeeld Levensmiddelentechnologie en voeding of zij een student hebben die daar geschikt voor is. Het ATO heeft geen trek in het geven van colleges. Dat is niet onze kerntaak. Maar wij geven wel met enige regelmaat gastcolleges.
Het Centrum voor Plantenveredelings- en Reproduktieonderzoek (CPRO-DLO) deed niet mee aan de rondleiding. Het onderzoek van het instituut had de prioriteit, stelt voorlichter Erik Toussaint: We stonden op drie beurzen. Bovendien kunnen studenten kennis met ons maken tijdens de zomerpractica. Wat wij zien in studenten? Wij kunnen tijdens een afstudeeropdracht zien hoe een student functioneert in zijn werk. En een student kan een wezenlijke bijdrage leveren aan een onderzoek.
Het agrotechnologische onderzoeksinstituut IMAG-DLO ziet studenten vooral als een bron van de nieuwste wetenschappelijke inzichten. Hoofd communicatie ir Rob Bure: Wij hebben wat aan studenten, omdat ze hulp verlenen in onderzoek en omdat ze de nieuwste ontwikkelingen uit de LUW meenemen. Het onderzoek hier wordt er extra wetenschappelijk door. Studenten hebben wat aan ons, omdat wij een brede expertise hebben en meer toepassingsgericht bezig zijn dan de universiteit. Samengevat: de studenten bieden een specialisatie, wij de integratie.
De studenten die reeds over de vloer komen voor een stage of afstudeervak bij het Instituut voor Agrobiologisch Onderzoek (AB-DLO), zijn vaak goed te spreken over de faciliteiten van het instituut, meldt voorlichter Ruud Verkerke. We horen van studenten dat de faciliteiten hier beter zijn dan op de meeste vakgroepen. Verder richt het AB zich niet alleen op de ontwikkeling van disciplinaire kennis, maar ook op de toepassing en verkoop daarvan. Als studenten hier een afstudeervak komen doen, krijgen ze daar alvast mee te maken.
Ambassadeurs
Soms zijn er wel problemen om de afstudeerprojecten inhoudelijk goed af te stemmen met de LUW, omdat zuiver wetenschappelijk onderzoek de prioriteit van de LUW is, vervolgt Verkerke. Maar voor ons zijn studenten belangrijk, omdat ze potentiele werknemers zijn, collega-onderzoekers in het wetenschappelijk netwerk en potentiele ambassadeurs voor AB-DLO binnen en buiten Wageningen UR.
Bij het Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid (ID-DLO) zijn Wageningse studenten een zeldzaamheid, zegt voorlichter Philip van der Heijden. Andere universiteiten zijn voor hem belangrijker. We zitten wel samen met Wageningen in een onderzoekschool, maar we zitten ook in twee andere onderzoekscholen met de Erasmus Universiteit en de Universiteit Utrecht. Die zijn voor ons eigenlijk veel belangrijker. We hebben daar ook hoogleraren, in Wageningen nog niet. Vanwege de breedte van ons werkterrein liggen er wel aardige kansen voor studenten Zootechniek, Biologie en Moleculaire wetenschappen. Maar als we studenten uit Wageningen hebben, komen die vrijwel altijd van Zodiac.
Het licht zien bij AB-DLO
Het gras wilde niet groeien. En het wil nog steeds niet groeien, ook al zijn wij er geweest, vertelt onderzoeker Sander Vos voor een enorme foto van een mobiele fotosynthesemeter, opgesteld op de grasmat van Amsterdam Arena. Wij hebben aan het gras gemeten en kwamen erachter dat er in het voor- en najaar te weinig licht is voor het gras. Om van de winter maar niet te spreken. Ze wilden ook weten hoeveel energie nodig is om het gras met kunstlicht te laten groeien. Wij hebben uitgerekend dat je dan een kleine kerncentrale naast het stadion neer moet zetten. De oplossing: twee keer per jaar een nieuwe grasmat. Dat soort werk doen we dus.
Vos werkt voor het nieuwe fytolab van het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek (AB-DLO). Hij leidt een twintigtal studenten door zijn laboratorium, dat gevuld is met grote vitrines waarin in fel licht metingen worden gedaan aan planten
In die vitrine daar zit een magnetronlamp. Daarmee kunnen we intensiteiten halen die hoger zijn dan die van zonlicht. De tomatenplant onder de magnetronlamp leidt aan stress, omdat de belichting te fel is en de temperatuur in de vitrine te laag. Vos: Stress is vaak ook positief. Bij een overschot aan licht krijgt een plant bijvoorbeeld stress en gaat meer pigmenten aanmaken om het licht te absorberen. Hoe meer stress, hoe meer inhoudsstof, hoe meer smaak. Nutricia heeft hier bijvoorbeeld veel interesse in.
Uiteindelijk wil Vos een handzaam instrument ontwikkelen dat de hoeveelheid inhoudsstoffen in een plant of vrucht in een handomdraai kan meten. Daarmee kunnen bijvoorbeeld tomaten ingedeeld worden in verschillende kwaliteitsklassen. In welke klasse een partij tomaten valt is dan afhankelijk van het percentage inhoudsstof
Vos tegen zijn publiek: We hebben veel steun nodig. Onlangs hebben we tweeenhalve ton gekregen, dus als jullie belangstelling hebben, dan zijn er mogelijkheden. Josien Huijbregts ziet een afstudeervak bij het AB-DLO wel zitten. Of aio of zo. Maar Marjolein Snippe kwam alleen maar even kijken wat AB-DLO doet. Ik ben niet op afstudeervakkenjacht.
Beeldend kunstenaar Bart de Gouw kwam om een bijzondere reden naar de open dag van DLO. Ik wil een project opzetten waarin ik het metafysische van de wetenschap vastleg, dus verbeelden wat niet werkelijk zichtbaar is. Op dit moment zie ik een installatie voor me met veel wit laboratoriumlicht. Daarop diapositieve beelden, in een hele grote hoeveelheid. En het moet spannend zijn. Je moet het niet meteen snappen.

Re:ageer