Wetenschap - 29 augustus 1996

Wageningse sociologen scoren

Wageningse sociologen scoren

De visitatiecommissie Sociologie en antropologie van de vereniging van universiteiten, VSNU, beoordeelt het Wageningse sociologische onderzoek van prof. dr ir J.D. van der Ploeg met een ruime voldoende. De kleine programma-onderdelen op het gebied van de milieu- en recreatiesociologie krijgen een mager zesje en de huishoudsociologen scoren onvoldoende.


De visitatiecommissie constateert een grote onevenwichtigheid in de grootte en de kwaliteit van de Wageningse programma's. Het grootste programma, het onderzoek van Van der Ploeg naar rurale ontwikkeling, heeft een uitstekende kwaliteit, maar de wetenschappelijke productie drijft nogal zwaar op de programmadirecteur. Het programma van de milieusociologen is dermate klein en versnipperd dat de commissie vreest voor de continuiteit van het programma. De recreatiesociologen produceren geen empirisch onderzoek, geen gerefereerde publicaties en geen overtuigende theoretische onderbouwing. Het programma behoeft meer originaliteit en inhoud met het oog op de levensvatbaarheid op lange termijn", schrijft de commissie. En de huishoudsociologen publiceren tamelijk veel, maar het onderzoek is erg versnipperd en bevat te veel interne notities. Met de komst een paar jaar geleden van prof. dr A. Niehof, die wel internationaal publiceert, acht de commissie het mogelijk dat de groep de ond
erzoekskwaliteit optrekt tot het minimaal noodzakelijke niveau.

De drie kleine programma's, milieu-, recreatie- en huishoudsociologie, opereren in de marge van het grote programma van sociologie, meent de commissie. Zij is geporteerd van de poging van de huishoudsociologen om de economische aspecten van het huishouden in hun onderzoek te integreren en verwacht dat het sociologische onderzoek een sterkere positie zal krijgen in de onderzoekscholen Ceres, Wimek en Mansholt.

De visitatiecommissie, onder leiding van de Tilburgse socioloog prof. dr R.A. de Moor en - toen die ziek werd - de Britse antropoloog prof. dr A. Kuper, beoordeelde in totaal zestig onderzoeksprogramma's van tien universiteiten. Een kwart van het onderzoek vindt plaats aan de Universiteit van Amsterdam. De helft van de programma's beoordeelt de commissie met een voldoende. Veertig procent is goed en tien procent (zes programma's) krijgt een onvoldoende. Tot die laatste behoort ook het recreatie- en toerismeprogramma van de Katholieke Universiteit Brabant, onder leiding van ex-LUW'er Theo Beckers.

Bij de organisatie van het Nederlandse sociologische onderzoek heeft de commissie vraagtekens. De verdeling van personeel over onderzoekscholen, vakgroepen en dergelijke berust vaak niet op academische maar op bureaucratische overwegingen. Dat komt de intellectuele samenhang van veel onderzoek niet ten goede.

In de rangschikking tussen de universiteiten, waarbij het commissieoordeel goed wordt vertaald als het cijfer 8, voldoende als een 6 en onvoldoende als een 4, komt de LUW er redelijk goed af. Het met goed beoordeelde programma rond rurale ontwikkeling brengt het eindcijfer van de LUW op een ruime zeven, waarmee ze een zesde plaats inneemt.

LUW-programmaleider Van der Ploeg is blij met de goede beoordeling van het grootste sociologieprogramma. De slechtere beoordelingen van de kleinere programma's geven volgens hem aan dat er meer samenhang in het onderzoek moet worden gerealiseerd. Daarover overleggen de sociologen binnenkort.

Re:ageer