Wetenschap - 24 april 1997

Wageningse hoogleraren pleiten voor herstructurering varkenshouderij

Wageningse hoogleraren pleiten voor herstructurering varkenshouderij

Wageningse hoogleraren pleiten voor herstructurering varkenshouderij
Diergezondheidsprobleem oplossen is niet genoeg
Over twee jaar zijn we de pest weer vergeten en daarom moet er nu wat veranderen in de varkenshouderij. Te veel dieren en bedrijven op een klein oppervlak maakt de sector uiterst kwetsbaar als een besmettelijke ziekte de kop op steekt. De gevolgen zijn dan, zoals we inmiddels weten, catastrofaal. Wageningse hoogleraren presenteren voorstellen voor herstructurering
Biggen van verschillende zeugenhouderijen worden bij elkaar geladen in een vrachtauto en naar mesterijen vervoerd. Handelaren en exporteurs slepen met varkens van hot naar haar. Ze leveren varkens af in het buitenland en komen met ongereinigde vrachtauto's ons land weer binnenrijden. Dierenartsen en vertegenwoordigers lopen varkensbedrijven op en af. Het aantal contacten tussen varkensbedrijven is groot en dat is vragen om problemen. Een virus kan zich dan immers makkelijk verspreiden
Al snel komt het verwijt aan de sector dat de situatie in Brabant, met een extreem hoge concentratie aan varkensbedrijven, debet is aan de varkenspestepidemie. Maar volgens prof. dr ir Aalt Dijkhuizen, hoogleraar Agrarische bedrijfseconomie, is de intensiteit van bedrijven niet het werkelijke probleem. Het verlagen van de aantallen dieren en bedrijven verandert niets aan de risico's. Alles staat met alles in contact en dat moet veranderen.
Dijkhuizen pleit voor een gesloten structuur: zeugenhouders moeten hun eigen biggen weer afmesten. Het gegeven dat varkensmesters hun stallen volzetten met biggen van verschillende kleine zeugenhouders moet verdwijnen. Een transportwagen komt op te veel verschillende bedrijven en dat vergroot de kans op het verspreiden van ziektes aanzienlijk. In Denemarken en Frankrijk is de varkenssector voor vijftig procent gesloten, in Nederland blijft dat percentage op dertig procent hangen, stelt de econoom
Hij voegt toe dat alle bedrijven sluiten nooit lukt. De rest van de bedrijven moet in zijn ogen zoveel mogelijk een-op-een-relaties aangaan. Schaalvergroting is daarbij noodzakelijk. Een boer die biggen produceert moet zo groot zijn dat hij in een keer een compleet mestbedrijf kan bevoorraden
Heffingen
Met een economische prikkel denkt de econoom de door hem gewenste structuur te kunnen bereiken. Hij wil het Belgische systeem van sanitaire heffingen invoeren. Een gesloten bedrijf betaalt geen heffing, bedrijven met een-op-een-relaties betalen weinig, en hoe verder daarvan verwijderd hoe hoger de heffing. Die kunnen oplopen tot 25 duizend gulden. Het geld kan vervolgens gebruikt worden om bedrijven met extra hygiene- maatregelen te belonen. De prikkel moet leiden tot honderd procent discipline.
Ook veehouderijhoogleraar prof. dr Jos Noordhuizen wil het aantal contacten in de sector beperken. Hij gaat echter verder dan Dijkhuizen en vindt dat de contacten van de boeren met mengvoerleveranciers, slachthuizen, dierenartsen en KI-stations ook aan banden moeten. Daarom pleit hij voor regioclusters van varkensbedrijven. In zo'n cluster fungeert een slachthuis als spil. Daar omheen moeten varkensbedrijven met een bekende gezondheidsstatus komen, die overwegend gesloten zijn. Een KI-station, veterinaire voorzieningen en mogelijk zelfs een destructiebedrijf maken het cluster compleet
Tussen verschillende regioclusters mag geen uitwisseling van dieren of materialen plaatsvinden, meent Noordhuizen. Binnen regio's kan dat wel, mits aan vastgestelde hygiene-eisen is voldaan. Import en export van varkens kan in zijn ogen alleen doorgaan via vooraf vastgestelde routes. Routes voor export mogen daarbij niet over de importroutes lopen. Met de instelling van regioclusters zijn de gezondheidsrisico's veel beter beheersbaar, meent Noordhuizen
Bulk
Dijkhuizen gelooft niet in dit plan. Volgens de econoom willen boeren kunnen kiezen uit meer dan een slachthuis of KI-station. Als de varkensprijzen buiten het cluster hoger zijn dan erbinnen, willen boeren daar hun varkens verkopen. De varkensvrije zones en het verkavelen van bedrijven zijn in zijn optiek te duur en op termijn niet houdbaar. Uitbreiding in die gebieden valt volgens Dijkhuizen niet te voorkomen
Hij gelooft ook niet echt in de plannen van de minister. Van Aartsen heeft aangegeven kwantiteit te willen verruilen voor kwaliteit. De export van levende dieren moet aan banden. Door het varkensvlees in eigen land te verwerken worden risico's van ziekte-insleep verkleind, terwijl de sector extra toegevoegde waarde produceert. Dijkhuizen: We zijn goed in het produceren van goedkope bulkproducten met een hoge constante kwaliteit. We zijn niet goed in het produceren van een bijzonder product. Ik vind dat we het moeten proberen, maar ik ben huiverig of het lukt.
Er valt echter over te twisten of Nederland echt goed is in bulkproductie van varkensvlees. Emeritus hoogleraar prof. dr Piet Wiepkema vindt de uitwassen van de varkensramp een zedelijk probleem van de eerste orde. Volgens de etholoog gelden in de sector alleen economische motieven en doet het dierenwelzijn nauwelijks ter zake. Er is uitgerekend dat de varkenspest economisch meer aanvaardbaar is dan een kostbare jaarlijkse vaccinatie van dieren. Slechts de gebruikswaarde van de gehouden varkens telt. Vaccinatie moet worden toegestaan.
Extensivering
De etholoog maakt zich sterk voor extensivering van de sector, omdat dat naast de gezondheidsproblematiek ook welzijns- en milieuvraagstukken oplost. De situatie in de varkenshouderij is dusdanig dat de dieren erg gevoelig zijn voor ziektes. Als je extensivering van de wieg tot het graf doorvoert, dan verhoogt dat de weerstand van de dieren. Nog steeds zijn de varkens dan niet bestand tegen de pest, maar in een extensieve situatie heb je veel meer ruimte om overtollige dieren te bergen. Nu kan dat niet. De varkens puilen uit de hokken en moeten, ziek of niet, worden geruimd. De eigenwaarde van het door ons gehouden vee wordt daarbij met voeten getreden.
Wiepkema wil naast extensivering ook de contacten tussen bedrijven verminderen. Dat Dijkhuizen daar ook voor pleit, maar tegelijkertijd niets doet aan de grote intensiteit van bedrijven in Brabant, vindt hij niet erg realistisch. Contacten tussen buren en families zijn moeilijk te voorkomen; die kun je niet verbieden. Bedrijfsvergroting lost het probleem ook niet op. Vaak geldt: hoe groter het aantal dieren per bedrijf, des te groter het aantal gevoelige dieren, en des te groter de kans dat het bedrijf wordt platgelegd door een ziekteuitbraak. Het probleem is dat we nog steeds niet weten hoe het virus zich verspreidt. Hoe kan het dat een bedrijf tussen andere getroffen bedrijven niet besmet is? Dat moet onderzocht worden. Zijn het de katten, de mussen, de kinderen of toch het transport? De huidige situatie is een gouden kans voor epidemiologen om uit te zoeken hoe de ziekte zich werkelijk verspreidt.
Propaganda
Epidemioloog Noordhuizen geeft aan dat enkele jaren geleden al een promotieonderzoek is uitgevoerd naar de verspreiding van varkenspest in Belgie in 1990. Validatie van het model volgde drie jaar later, toen in Belgie de pest opnieuw uitbrak. Ook de huidige uitbraak in Nederland levert weer nieuwe kennis op, aldus de hoogleraar, die toevoegt dat het ministerie meer met bestaand feitenmateriaal moet doen
Volgens Noordhuizen moet er een integraal herstructureringsplan komen. Wiepkema heeft willen aankaarten dat de sector ook nog kampt met welzijns- en milieuproblemen. We hebben inderdaad meerdere problemen en die moeten we nu integraal aanpakken. Ook naar de boeren toe is dat beter.
De socioloog prof. dr ir Jan Douwe van der Ploeg heeft wel oren naar een integrale oplossing. Hij wil echter komen tot multifunctionele bedrijven, waarbij de varkenshouderij een van de takken op het bedrijf is. Hij vindt de propaganda voor grote bedrijven om vrachtauto's met biggen van een bedrijf te kunnen laden, waanzin. Het is knots dat vanwege een logistiek probleem alleen grote bedrijven zouden kunnen. Het blijft een hardnekkig circulerend praatje dat de kleintjes het altijd doen. Uit onderzoek blijkt dat tachtig procent van de varkenshouders van mening is dat er te veel varkens in Nederland zijn. Alleen de groten zeggen dat er te veel bedrijven zijn. Die grote geindustrialiseerde bedrijven in Brabant vormen samen met toeleverende en verwerkende industrie een machtsblok dat alternatieven als extensivering, grondgebondenheid en multifunctionaliteit altijd zal tegenhouden. Zolang dat blok blijft bestaan, is volgens mij geen oplossing mogelijk.

Re:ageer