Wetenschap - 11 mei 1995

Wageningse docenten werken aan MBA-opleiding

Wageningse docenten werken aan MBA-opleiding

Concurreren met Nijenrode en Erasmus

Een managementopleiding volgens Amerikaans model, die zich kan meten met de top-MBA-opleidingen van Nijenrode en Erasmus Universiteit Rotterdam. Een plan daarvoor hebben LUW-economen en -bedrijfskundigen neergelegd bij het college van bestuur. Strikte selectie van studenten en gastdocenten en hoge inschrijfkosten moeten resulteren in top-managers die ook nog iets snappen van landbouw.


Als alles goed gaat krijgt de Landbouwuniversiteit er in september 1996 een nieuwe opleiding bij: Master of Business Administration. De MBA-opleiding is voorbereid door een groepje enthousiaste LUW-docenten uit de economische vakgroepen, Wiskunde en Informatica. Mensen met tenminste een HBO-opleiding kunnen een managementopleiding volgen voor de food- en agribusiness. De exacte vooropleiding is niet zo van belang, als de student maar werkervaring heeft.

Het voorlopige programma is onlangs door de werkgroep vastgesteld. Na anderhalf jaar mogen de studenten de titel MBA bij hun naam zetten en zijn ze geschikt voor managementfuncties in de voedsel- en agro-industrie. Naar verwachting zullen dat zo'n twintig tot 25 studenten per jaar zijn, de helft van buitenlandse afkomst. De kosten komen geheel voor rekening van de student, want de overheid draagt geen cent bij aan salarissen, huisvesting of overhead en de opleiding valt buiten de criteria voor studiefinanciering.

Groen licht

Het college van bestuur heeft de werkgroep groen licht gegeven om verder te werken aan het programma. Pas later, op basis van het businessplan van de werkgroep, besluit het college of het extra geld overheeft voor de opleiding.

Ongetwijfeld speelt voor het college de vraag mee waarom de LUW uberhaupt een managementcursus zou beginnen. Oke, het draait om het management van de voedsel- en agro-industrie. Maar het mag voor een manager toch niet veel uitmaken wat voor bedrijf hij beheert; management is management. En algemene management-opleidingen zijn er genoeg. Bijna elke zichzelf respecterende HBO-opleiding of universiteit heeft er al een of heeft plannen voor een eigen MBA. Volgens de laatste telling waren dat er al dertig en het aantal groeit met de dag. Misschien ook niet zo verwonderlijk. Managementfuncties zijn populair onder studenten en de onderwijsinstellingen houden er een aardige cent aan over.

Maar volgens prof. ir A.J.M. Beulens, voorzitter van de werkgroep en hoogleraar Informatica, klopt de stelling management is management slechts ten dele en is een Wageningse MBA-opleiding zo gek nog niet. Hij en zijn adviesraad van topindustrielen denken dat het middenkader in het bedrijfsleven langzamerhand zal verdwijnen. Dan komt het topmanagement directer met de werkvloer in aanraking en moet het dus ook meer verstand hebben van het gehele produktieproces. Bovendien kent het agro-bedrijfsleven zoveel eigen karakteristieken dat een specifieke MBA-opleiding kans van slagen moet hebben. Zeker onder de vlag van de internationaal goed aangeschreven Landbouwuniversiteit, aldus Beulens.

Toppers

De LUW probeerde al eens eerder een MBA-opleiding op te zetten, samen met het HBO. Die poging mislukte, omdat de opleiding niet in de bestaande LUW-kaders bleek te passen. Bovendien vreesden met name de Wageningse economen dat het niveau van de opleiding te laag zou zijn als de LUW niet voor de volle honderd procent verantwoordelijk was voor het programma. De Wageningse MBA-opleiding zou zich moeten meten met de Nederlandse toppers Rotterdam en Nijenrode. De Agrarische Hogeschool Larenstein houdt nu haar eigen MBA-opleiding en voor Wageningen is de weg vrij naar de top.

Die MBA-toppers liggen overigens niet wakker van de ambitieuze LUW-werkgroep, zo blijkt bij navraag op Nijenrode en de Erasmus Universiteit. Zij voelen zich op zo'n eenzame hoogte staan dat van Wageningse concurrentie niet veel te vrezen valt. Iedereen kan op een achternamiddag een MBA-opleiding beginnen. De titel is immers niet beschermd", zegt R.G. Vis van het Nijenrode-programma. Maar er is een tweedeling in de Nederlandse MBA's. De top zijn Rotterdam en wij. Pas als het geld een probleem is, gaan studenten naar andere mogelijkheden kijken. Onze opleiding kost bijvoorbeeld 32 duizend gulden. Er zal waarschijnlijk wel een markt zijn als Wageningen zich weet te onderscheiden in prijs of in een bepaald profiel. Maar een bedreiging voor ons, nee, dat denk ik niet."

Nijenrode en Rotterdam zijn goed omdat ze de instromende studenten streng selecteren, vinden beide opleidingen. De populatie moet goed gemotiveerd zijn en zo divers mogelijk, met verschillende achtergronden en nationaliteiten. Daarnaast moet het docentenkorps, met name de gastdocenten, bestaan uit mensen van naam. De internationale ranking van opleidingen hangt daar nauw mee samen. Wie goede docenten heeft, staat hoog en wie hoog staat, krijgt goede docenten. Wij hebben in tien jaar tijd een plaats weten te veroveren bij de vijftien beste scholen van Europa", vertelt M. Mols van de Erasmus Universiteit, Die top bepaalt wie er tot de top behoort."

Voorzitter Beulens laat zich niet afschrikken door de kwaliteitseisen van de top. Hij heeft eerder met dit bijltje gehakt, toen hij in zijn vorige functie aan de wieg stond van de Rotterdamse MBA-opleiding. De LUW kan zich straks meten met de top, is zijn overtuiging. Ook de Wageningse MBA-opleiding zal immers een strenge selectie kennen. Behalve op de vereiste diploma's en werkervaring zullen de Wageningers ook gaan selecteren op een gemeleerde groep studenten, dus niet alleen van een nationaliteit of met een technische achtergrond. Beulens: Bovendien blijkt uit gesprekken dat mensen uit het bedrijfsleven graag zullen optreden als gastdocent."

Praktijk

Prof. dr C.J. Veerman van de Erasmus Universiteit doceerde economie van het agrarische bedrijfsleven, gedurende de eerste jaren van de MBA-opleiding. Aan hem de vraag hoe hij de Wageningse plannen inschat. Wageningen heeft ongetwijfeld de behoefte onderzocht. Maar volgens mij is er niet zo veel verschil tussen de benodigde managementcapaciteiten in de agribusiness of in de dienstverlenende sector. Behalve misschien in de cooperaties; daar is het zinvol om de praktijk van de produktie goed te kennen. Algemene managers krijgen het wel eens moeilijk als ze opeens te maken krijgen met boerenbestuurders. Verder valt of staat het Wageningse plan met de vraag of ze goede gastdocenten kunnen krijgen. Goede docenten trekken goede studenten. Maar docenten die en een goede theoretische basis hebben en met beide benen in de praktijk staan, zijn schaars en duur. Dat zal Wageningen ervoor over moeten hebben."

Re:ageer