Wetenschap - 16 februari 1995

Wageningse biotechnologen over Mary Shelly

Wageningse biotechnologen over Mary Shelly

In de berichtgeving over het becommentarieren van de nieuwste Frankensteinfilm, waar biotechnologen werden gevraagd hun mening te uiten, lijkt mij een argument te missen. Namelijk dat van de - zieke - motivatie van dokter Frankenstein. Hij wil een mens maken, zo helemaal naar zijn zin. Maar alleen vrouwen kunnen mensen scheppen. Daarom lijken de methodes van Frankenstein ook zo armzalig: uit dode lichaamsdelen stukjes bij elkaar te lassen kan toch nooit iets geven dat op menselijk leven lijkt.

De poging van een man, Frankenstein, om met een soort technologie iets te bewerkstelligen wat alleen vrouwen kunnen, herinnert mij sterk aan pogingen van sommige gynaecologen om door reproduktieve technologieen de uterus van de vrouw overbodig te maken. In Italie zijn ze al tamelijk ver ermee: een trotse gynaecoloog liet in een TV uitzending een soort oven zien waarin een uterus van een vrouw met een bevruchte eicel lag, aangesloten aan een hartmachine die de uterus met bloed verzorgde. De arts meende dat ze nu al heel ver zijn met dit experiment; nog even de tijd rekken dat de vrucht in de uterus is en buiten de opvang van jonge foetussen beter onder de knie krijgen (5 maanden oude foetussen? ), en voor zwangerschap is geen vrouw meer nodig.

Waarom willen mannen, sommige mannen, zo graag mensen scheppen? Ligt dat in een identificatie met beeld van God, de Schepper, die volgens het bijbelse verhaal dit wonderwerk zou hebben volbracht? Of ligt de reden in een inferioriteitsgevoel tegenover vrouwen, die om hun scheppend vermogen benijd worden? Dat Frankenstein een sociaal en psychisch extreem gestoorde man is, maakt de film wel duidelijk. Is zijn handelen alleen als pathologie te zien of maakt de film een onbewuste wens van mannen in het algemeen kenbaar?

De drie biotechnologie docenten raken de ethische kwestie van dit onderzoek aan, dat in de genetische codes van levende wezens ingrijpen. Meestal zijn het planten, maar ook dieren (stier Herman) en ook mensen (met genetische ziektes) zijn doel van zulke ingrepen. Er zouden procedures moeten worden ontwikkeld die een publieke controle van biotechnologisch (en reproduktie-technologisch) onderzoek mogelijk maken. Want binnen de academische wereld lijkt er, volgens de geinterviewden, geen controle te bestaan over de implicaties van biotechnologisch onderzoek. In tegendeel, publikatiedwang verhindert reflectie over het eigen handelen (en dat van collega's). Er is op de LUW een ethische commissie opgericht die dit soort onderzoek zou moeten begeleiden. Houdt zij zich ermee bezig of er hier aan de LUW kleine Frankenstein monstertjes worden gekweekt, ook al zijn het maar Frankenstein tomaatjes?

Re:ageer