Wetenschap - 23 april 1998

Wageningse Kennisdagen 1998, 4

Wageningse Kennisdagen 1998, 4

Wageningse Kennisdagen 1998, 4
Van Zadelhoff: Grondwater alleen gebruiken bij calamiteiten
De verdroging in Nederland is een vrijwel onzichtbaar probleem. 620 Duizend hectare is verdroogd, maar dit spreekt bij de meeste mensen niet tot de verbeelding. De politieke wil om hieraan iets te doen komt dan ook langzaam op gang. Dit zei ir. Erik Segers, voorzitter van de Unie van Waterschappen, tijdens de lezingen- en debattencyclus Verdroging van Nederland. Het probleem kan volgens hem alleen opgelost worden als waterbeheerders zuiniger en creatiever omgaan met zoetwatervoorraden
Het water dat we in sommige perioden te veel hebben, kunnen we inzetten in perioden met tekorten. Ook kunnen we de verdroging tegengaan met de sluiting van waterkringlopen, onder andere door water te gaan hergebruiken, vertelde Segers. Onze ontwerpen voor waterbescherming dienen we te baseren op de afvoerdynamiek en niet alleen op de afvoerpieken, wat voorheen de gewoonte was. Dit alles lijkt eenvoudig maar is vanwege de kennisleemten en de beperkte financiele middelen moeilijk te verwezenlijken.
Ook dr. ir. Frans van Zadelhoff, hoofd Natuur van het Informatie- en Kenniscentrum Natuurbeheer, denkt dat er ambitieuze maatregelen nodig zijn om de verdroging te bestrijden. De doelstelling van de overheid om de verdroging in 2010 met veertig procent terug te dringen ten opzichte van 1987, acht hij met het huidige waterbeheer niet haalbaar. We moeten het grondwater meer gaan beschouwen als een strategische voorraad en alleen gebruiken tijdens calamiteiten, bijvoorbeeld als de grote rivieren zeer weinig water aanvoeren.
Naast het verminderen van de grondwateronttrekking is er ook meer ruimte nodig voor het vasthouden van het water, stelde ir. Henk Kamphuis, beleidsmedewerker van de Rijksplanologische Dienst. Landbouwgrond moet bijvoorbeeld plaatsmaken voor infiltratiegebieden. Daar kunnen boeren ook voordeel bij hebben, want een grotere grondwatervoorraad zorgt ervoor dat de kwaliteit van de landbouwgrond toeneemt
De aanwezige vertegenwoordigers van waterschappen en provinciale overheden staan achter het idee om de ruimtelijke ordening meer dan voorheen te baseren op de draagkracht van watersystemen. Per stroomgebied moeten de milieucondities in kaart worden gebracht en die moeten zo goed mogelijk verenigd worden met de functies van het gebied. In de praktijk is hiermee in een aantal provincies al een voorzichtig begin gemaakt. Van Zadelhoff heeft bijvoorbeeld meegewerkt aan het traceren van kalkrijke grondwatervoorraden in Brabant, die vanwege hun grote waarde voor de natuur betere bescherming behoeven
De toepassing van die strategie betekent ten eerste meer monitoring van de hydrologie in stroomgebieden. Segers wijst op het belang van informatie over de variatie in waterafvoer en watergebruik door het jaar heen om op watertekorten te kunnen anticiperen. Ook wil hij af van gestandaardiseerde waterkwaliteit- en kwantiteiteisen en vanuit het rijk opgelegde waterbeheersmaatregelen. Voor elk stroomgebied moeten waterschappen, gemeenten, waterleidingbedrijven en de industrie gezamenlijk werken aan op maat gesneden oplossingen van het verdrogingsprobleem. (HBou)
Weinig bedrijfsleven op kennismarkt
Het Wageningse bedrijf Aglink had tijdens de bedrijvenmarkt veel aanloop. We waren met zes man constant aan het praten met bezoekers, stelt directeur Albert Jan Sijthoff. Maar de kennisbemiddelaar sprak vooral met Wageningse onderzoekers en ambtenaren van ministeries. Er was weinig bedrijfsleven. Ook het aanbod van kennisintensieve bedrijven op de bedrijvenmarkt was gering, met drie van de ruim veertig standhouders
Desondanks heeft Sijthoff leuke dagen gehad. Het heeft aan mijn verwachtingen voldaan. De bezoekers konden veel dingen door elkaar heen zien, het maakt duidelijk dat Wageningen heel divers is. Kritiek heeft Sijthoff op de programmering van het congresdeel. Het aanbod aan lezingen was niet echt tintelend. Je moet de invalshoek specifieker en exclusiever maken. Wetenschappers denken in thema's, bedrijven in markten en producten. Bij biotechnologie denk je bijvoorbeeld aan planten die ondersteboven kunnen groeien, bij verdroging aan waterbesparingsmethoden. Je moet meer onderzoekers aan het woord laten, in plaats van onderzoeksbazen. (ASi)
Biotechnologen zijn net tweedehands autoverkopers
Wetenschappers claimen grote mogelijkheden voor het genetisch modificeren van dieren, maar kunnen er wel medicijnen worden gemaakt om zieke mensen beter te maken? Dat vroeg mr drs Henk Lommers, secretaris van de commissie Biotechnologie bij dieren, zich af in het debat over biotechnologie en dieren in een volle zaal in het Agrotechnion. Het is zo'n complex proces en er zijn zoveel stapjes nodig.
Ook LUW-hoogleraar Algemene dierkunde, dr Jan Osse, vindt dat biotechnologen een grotere kennis en macht suggereren over levensprocessen dan werkelijk beschikbaar is. Hun beloftes gaan voorbij aan het feit dat nog heel weinig kennis beschikbaar is over wat het effect is van de verandering in een gen op het hele dier. Er moet meer kennis komen over de effecten op macroniveau om te voorkomen dat gedrochten ontstaan, stelde Osse
Wetenschappers zijn te vergelijken met tweedehands autoverkopers. Ze zijn gewone mensen met een grote prestatiedruk en zullen snel iets meer beloven dan ze waar kunnen maken, gaf prof. dr Eric Claassen, directeur onderzoek van het Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid (ID-DLO) als reactie. Het ID doet geen onderzoek aan genetisch gemodificeerde landbouwhuisdieren, want volgens Claassen kost de discussie hierover meer energie dan dat het rendement op het product oplevert. Bovendien kan de biobeschikbaarheid van de in landbouwhuisdieren geproduceerde medicinale stoffen nog een probleem zijn
Maar je zou het gebruik van genetische gemodificeerde dieren niet anders moeten bekijken dan andere vormen van gebruik van dieren. Vorig jaar zijn veertien miljoen varkens over de kling gejaagd, stelde Claassen. En de stier Herman castreren is ook niet in het belang van dierenwelzijn. Varkens die voor xenotransplantatie worden gebruikt, groeien helemaal door en dat is in vergelijking met het afvoeren van varkens relatief diervriendelijk.
Tijdens het debat gingen in de zaal sheets rond, waarop de aanwezigen konden aangeven welke toepassingen van genetische modificatie bij dieren ze acceptabel vonden. Van een schaap met dikkere wol en een biokip tot een medicinale vis en een konijn met verhoogde weerstand. Er waren heel wat bezoekers die al deze toepassingen onacceptabel vonden. Andere vonden een gedeelte wel en een gedeelte niet acceptabel, maar over de scheidslijn tussen goed en fout ontstond geen duidelijke overeenstemming. (MS)
Natuurmonumenten produceert Verkade-natuur
Als we elk jaar onze huiskamer verbouwen, waarom zouden we dat dan ook niet met de natuur kunnen? Met deze sarcastische vraag hekelde recreatiehoogleraar prof. dr Adri Dietvorst van de LUW de nieuwe natuur. Wat we als natuur beschouwen, wordt volgens Dietvorst tegenwoordig steeds meer gestuurd door gemedieerde ervaringen, zoals de diashow in de Blauwe Kamer, waarin flamingo's de nieuwe natuur bevolken en de arend hoog in de lucht vliegt. Ook Natuurmonumenten bezondigt zich volgens Dietvorst aan deze Verkade-natuur en Veronica-wildernis
Directeur mr Juun de Boer van Natuurmonumenten kon zich ook niet voorstellen dat er flamingo's in de Blauwe Kamer neerstrijken, maar wilde wel natuurlijke recreatiemogelijkheden voor telewerkende bleekneuzen realiseren. Een harmonieus huwelijk tussen recreatie en natuur is volgens De Boer dan ook noodzakelijk. Welke plek de recreatie in zo'n huwelijk zal krijgen, maakten De Boer en Dietvorst niet duidelijk. (MWo)
Gebruik van biologische mest inzet felle discussie
Felle woorden van biologische boer drs Tom Saat leiden tot weinig weerklank bij het ministerie van Landbouw. Inzet is het gebruik van biologische mest in de biologische landbouw. In Nederland mag een biologische boer al zijn mest uit de gangbare landbouw halen, tot groot ongenoegen van Saat, een van de sprekers bij de lezingenserie Perspectieven voor de biologische landbouw
Nederland heeft de Brusselse regels voor gebruik van dierlijke mest in de biologische landbouw wel erg ruim geinterpreteerd, vindt de biologische boer. Zo moet in Denemarken zeventig procent van de mest uit de biologische landbouw komen. In Nederland is dat percentage op nul gesteld. Gevolg is volgens Saats persoonlijke schatting dat tachtig procent van de biologische boeren helemaal geen biologische mest gebruikt. Gangbare mest kost vrijwel niets. In sommige delen van het land wordt deze zelfs gratis geinjecteerd. Daarom verwacht Saat dat deze boeren geen moeite zullen doen om biologische mest te krijgen. Hij vreest dan ook dat de prijzen voor hun producten gaan dalen, waardoor de boeren die wel pogen zoveel mogelijk biologische mest in te zetten, het moeilijk zullen krijgen
Ir. Dagmar van Rijnberk, sectormanager biologische landbouw van het ministerie van Landbouw, lijkt zich weinig aan te trekken van de indringende woorden van Saat. Haar betoog is helder. Er is nu een enorm tekort aan biologische mest. Om toch de biologische landbouw op de been te houden, is de Brusselse regel ruim aangehouden. Pas als er meer evenwicht op de markt is, zal het ministerie de normstelling veranderen
Saat en zijn medestanders zoeken het nu in andere oplossingen. Zij bekijken de mogelijkheid van een soort eco-plus, een super-ecologische landbouw. (LeNo)
Nederland dumpt kipvleugeltjes op Afrikaanse markt
Een Indiase ondernemer wil een bijkantoor openen in Amsterdam. Zijn kans van slagen is minimaal, om de simpele reden dat het hem moeilijk zal vallen een verblijfsvergunning te regelen. Stel aan de andere kant dat een Nederlandse multinational geen toestemming krijgt in New Delhi een vestiging te openen. Een diplomatieke rel zou het gevolg zijn. Dit voorbeeld werd aangehaald tijdens het debat over wereldvoedselzekerheid, om duidelijk te maken dat het westen met twee maten meet wanneer het gaat om liberalisatie van de wereldhandel
Het dumpen van westerse producten in ontwikkelingslanden blijft eveneens een probleem. Officieel is het niet toegestaan, maar nog altijd is sprake van oneerlijke concurrentie tussen producenten uit het westen en producenten uit ontwikkelingslanden, zo betoogde Ineke Duijvestijn, hoofd Internationale landbouwaangelegenheden van het ministerie van Buitenlandse Zaken
Westerse fabrikanten zetten hun bijproducten vaak tegen zeer lage prijzen af op markten in ontwikkelingslanden. Kipvleugeltjes bijvoorbeeld. Duijvestijn: In een kippenslachterij worden de vleugeltjes van de kip afgerukt. Die worden voor een deel in Afrika gedumpt. De lokale markt kan daar niet tegen concurreren. Wij het hoogwaardige product, zij het laagwaardige product; is dat eerlijk?
Duijvestijn is voor liberalisering van de wereldmarkt, maar de ontwikkelingslanden moeten volgens haar bij de volgende onderhandelingsronde van de World Trade Organisation keiharde garanties vragen dat er daadwerkelijk sprake kan zijn van volledige mededinging, om de macht van multinationals in te tomen
Niet iedereen heeft vertrouwen dat een liberalisering van de wereldhandel een positief effect heeft op de bestrijding van honger. De boeren in sommige landen hebben een te grote achterstand om te kunnen concurreren, zo meende iemand uit de zaal. Ontwikkelingslanden zouden het recht moeten krijgen hun voedselproductie te beschermen. (LKe)

Re:ageer