Wetenschap - 29 augustus 1996

Wachtgelden aio

Wachtgelden aio

De wijziging van de BWOO, de wachtgelduitkering voor universitair personeel, heeft tot onrust onder assistenten en onderzoekers in opleiding (aio's en oio's) geleid. De maatregel, die per 1 augustus van kracht werd, leidt tot rechtsongelijkheid, meldt het Wageningse aio-overleg.


Aio's en oio's wier contract na oktober afloopt, lopen als gevolg van de wijziging duizenden guldens mis. Voorheen hadden de aio's recht op een basisuitkering van een half jaar, indien in de 52 weken voorafgaand aan de werkloosheid tenminste 26 weken was gewerkt. Daarna konden de aio's een verlengde uitkering krijgen als in de vijf jaar daarvoor gedurende tenminste drie jaar over 52 dagen loon was ontvangen. Dat vormde geen probleem, daar de contractduur bijna altijd vier jaar is.

In de nieuwe situatie is het onderscheid tussen basis-BWOO en verlengde BWOO komen te vervallen. De aio's moeten aan beide eisen voldoen, terwijl de weken- en de jaren-eis zijn aangescherpt. Volgens de nieuwe eisen moeten aio's de 39 weken voorafgaande aan de werkloosheid tenminste 26 weken hebben gewerkt. Bovendien moeten ze in de vijf kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin ze werkloos worden, gedurende vier jaar over tenminste 52 dagen loon ontvangen.

Die 52 dagen in dat vierde jaar zijn wel haalbaar voor aio's en oio's die in oktober beginnen, maar niet voor hen die in november of december beginnen. Bij een gelijke contractduur hebben eerstgenoemden wel recht op wachtgeld, laatstgenoemden niet. De pechvogels krijgen zes maanden lang een uitkering van 108 procent van het minimumloon, zij die meer geluk hebben ontvangen zes maanden lang 78 procent van het laatstverdiende salaris.

Zowel het Wagenings als het landelijk aio-overleg krijgen dan ook nogal wat reacties van slachtoffer-aio's. Zij krijgen het advies om een deeltijdaanstelling te nemen, om zich zo over het jaar heen te tillen, of gebruik te maken van eventuele verlengingsmogelijkheden.

Re:ageer