Wetenschap - 20 maart 1997

Vrouwen worden een soort gemankeerde techneuten

Vrouwen worden een soort gemankeerde techneuten

Vrouwen worden een soort gemankeerde techneuten
Wolffensperger gebruikt ervaringskennis van vrouwelijke studenten
Vrouwelijke studenten klagen vaker dan mannelijke dat het onderwijs ver van hen afstaat. Door de keuzes die vrouwen tijdens hun studie maken, gaan ze verloren voor de techniek. Een onderwijsmethode waarin meer aandacht is voor de eigen kennis van vrouwen, kan hier verandering in brengen, luidt de boodschap van ir Joan Wolffensperger van Genderstudies, die hierop promoveert
Onderzoek heeft niet haar prioriteit. Echt belangrijk vindt Joan Wolffensperger het onderwijs aan de LUW, dat ondanks vele goedbedoelde nota's maar niet verbetert. Ze probeert het in haar onderwijs anders aan te pakken, maar met de praktijk van het onderwijs haal je geen wetenschappelijke tijdschriften. Voor haar promotieonderzoek Bridging the gap: feminist scholarship in theory and practice was ze dus wel gedwongen op zoek te gaan naar een theoretisch kader waarin ze haar ideeen over onderwijs en gender kwijt kon. Op 19 maart promoveerde Wolffensperger aan de universiteit van Leiden
De centrale vraag in het proefschrift van Wolffensperger is of ervaring van vrouwelijke studenten gebruikt kan worden als kennisbron, en of deze kennis kan bijdragen aan een verandering van de wetenschappelijke praktijk. Ze beantwoordt deze vraag positief. Als docent bij Vrouwenstudies neemt Wolffensperger zelf de kennis en ervaring van de student als uitgangspunt. Ik laat mijn studenten systematisch hun kennis onder woorden brengen. Studenten leren op die manier bijvoorbeeld eigen kennis te gebruiken als criterium bij het selecteren van artikelen. Door gebruik te maken van ervaringskennis wil Wolffensperger het onderwijs beter afstemmen op de belevingswereld van studenten
Een geschikt theoretische kader vond Wolffensperger bij de socioloog Giddens. Deze beschrijft een wereld waarin sprake is van een voortdurende wisselwerking tussen mensen en hun omgeving, in sociologenjargon de structuur. Belangrijk daarbij is dat Giddens de mens ziet als mondige actor en niet als passief slachtoffer. Vrouwelijke studenten zijn dus geen hulpeloze slachtoffers van de vrouwonvriendelijke universiteit maar mondige wezens die keuzes maken en daarmee hun carriereperspectief vastleggen
Belemmeringen
Giddens besteedt in zijn theorie geen aandacht aan de ongelijke positie tussen mannen en vrouwen, maar volgens Wolffensperger is zijn model er uitermate geschikt voor. Ze ziet drie niveaus waarop vrouwelijke studenten tegen belemmeringen aanlopen: het individuele niveau (bijvoorbeeld keuze tussen vrije tijd en studie), het interactieniveau (bijvoorbeeld de relatie tussen student en docent) en het institutionele niveau, zoals de onderwijsstructuur van de universiteit
Voor haar onderzoek gebruikte Wolffensperger ondermeer 51 essays van vrouwelijke studenten in 1987 en 1988. In deze essays beantwoorden studenten de vraag welke belemmeringen ze zijn tegengekomen tijdens hun wetenschappelijke studie en hoe ze die moeilijkheden hebben opgelost. Een vraag die, zo beseft Wolffensperger, niet neutraal is gesteld. Ik wilde weten of mijn onderwijsmethode geschikt was voor vrouwelijke studenten. Ik wilde weten tegen welke problemen studenten aanliepen, zodat ik het onderwijs kon verbeteren. Daarvoor was deze vraag heel geschikt. Was ik puur met onderzoek bezig geweest, dan had ik deze vraag wel neutraal gesteld. Nu zal de indruk dus negatiever zijn dan de werkelijkheid. Een student schreef dat ook: Je vraagt alleen naar de problemen, maar ik heb hier juist een fantastische tijd.
Op het individuele niveau schreven studenten vooral over de keuzes die ze maken. Het viel Wolffensperger op dat het de studenten, enkele uitzonderingen daargelaten, niet ontbreekt aan zelfvertrouwen. Het zijn zeer competente dames. Op interactieniveau leverden de studenten de nodige kritiek op ongeinteresseerde docenten. En op het institutionele niveau klaagden studenten over het feit dat het onderwijs weinig ruimte laat voor dingen die ze zelf belangrijk vinden
Beroepsgroepen
Vooral de klacht op het institutionele niveau heeft belangrijke consequenties, denkt Wolffensperger. Na het bestuderen van de vraag hoe studenten hun vrije-keuzeruimte benutten, kwam ze tot de conclusie dat vrouwen vaker voor sociaal getinte vakken kiezen dan mannen. De manier waarop het onderwijs is georganiseerd, draagt ertoe bij dat vrouwen en mannen in andere beroepsgroepen aan de slag komen. Weliswaar kiezen vrouwen wel voor technische richtingen aan de LUW, maar omdat het onderwijs ze niet aanspreekt, maken ze gebruik van de keuzeruimte om hun studie anders in te vullen. De vrouwen worden een soort gemankeerde techneuten. Zo gaan ze met een beta-pakket toch nog verloren voor de techniek en de wetenschap. Was het onderwijs anders georganiseerd, dan zouden deze vrouwen wellicht wel als techneut afstuderen. Er is dus sprake van reproductie van ongelijkheid tussen de seksen. Maar vrouwen dragen daar door hun keuzen zelf aan bij.
In de essays klaagden studenten over de desinteresse van docenten en het feit dat de aangeboden kennis niet aansluit bij de belevingswereld van studenten. Heeft dat wel met gender te maken? Wolffensperger bedachtzaam: Nou, de studenten hadden het inderdaad over andere dingen. Ze lopen meer op tegen de kenmerken van het wetenschappelijke onderwijs dan tegen sekseproblemen. Slechts een enkeling heeft het gevoel niet serieus genomen te worden door docenten. In hoeverre er sprake is van gender? Vrouwen hebben er last van.
Wolffensperger kan niet zeggen of mannen tegen dezelfde problemen aanlopen, maar ze vermoedt van niet. Vrouwen klagen dat het wetenschappelijk onderwijs ver van hen afstaat. Daar heb ik mannen nog nooit over gehoord. Ik weet dat een doctoraalstudent hier onderzoek naar heeft gedaan, maar ik heb de resultaten nog niet met mijn onderzoek vergeleken.

Re:ageer