Wetenschap - 11 september 1996

Vrouwen halen betere studieresultaten

Vrouwen halen betere studieresultaten

Vrouwen halen betere studieresultaten
Meisjes lopen al vanaf de puberteit voor
Vrouwelijke studenten presteren beter dan hun mannelijke collega's. Ze haken minder vaak af en halen meer studiepunten in minder tijd. Volgens de Tilburgse onderwijspsycholoog prof. dr Hans Lodewijks komt dat doordat vrouwen minder kritisch zijn dan mannen en braver de opgedragen stof leren. Dr Joan Wolffensperger van de vakgroep Vrouwenstudies is het niet met hem eens
Van de studenten die in 1989 waren begonnen met hun studie had ruim 71 procent van de vrouwen de bul vorig jaar september al op zak, tegen 64 procent van de mannen. Uit cijfers van de afdeling Onderzoeks- en Onderwijsbeleid blijkt dat vrouwen het vooral beter doen in de propedeuse. Van de generatie die in 1992 begon had bijvoorbeeld 48 procent van de vrouwen hun proppen in een jaar, tegen maar 38 procent van de mannen. Na drie jaar lopen de mannen iets in, maar de voorsprong van de vrouwen blijft. Van de mannen heeft dan 75 procent het proppendiploma, tegen 81 procent van de vrouwen. Als studenten eenmaal aan het doctoraalgedeelte van de studie zijn begonnen, is er weinig verschil meer tussen de studieprestaties van mannen en vrouwen. Het post-propedeuserendement verschilt nooit meer dan een of twee procent
Wel is er een verschil in de grootte van de afstudeerpakketten. De pakketten van vrouwen zijn gemiddeld zo'n 150 uur groter dan die van mannen. Vooral bij tropische studies vallen de verschillen op; vrouwen halen daar gemiddeld zeshonderd uur meer dan mannen. Alleen de mannelijke zootechnici zijn duidelijk ijveriger dan hun vrouwelijke collega's; zij halen ongeveer 240 uur meer
Prof. dr Hans Lodewijks van de vakgroep Onderwijspsychologie van de Katholieke Universiteit Brabant zoekt de verklaring voor de verschillende prestaties in de verschillende leerstijl van vrouwen en mannen. Mannen benaderen de leerstof volgens hem kritischer. Wij hebben onderzoek gedaan naar verschillende leerstijlen van meisjes en jongens aan de KUB. In zijn algemeenheid kun je stellen dat meisjes een actievere leerstijl hebben dan jongens en meer gericht zijn op het reproduceren van de aangeboden kennis dan jongens. Meisjes besteden meer tijd aan hun studie. Jongens benaderen de leerstof kritischer; ze willen weten wat het nut van de stof is en haken af als niet duidelijk is wat ze eraan hebben. Meisjes studeren in de breedte, terwijl jongens het meer de diepte zoeken.
Conformistischer
Dr Joan Wolffensperger, die onlangs bij de vakgroep Vrouwenstudies promoveerde, reageert ongelovig op de resultaten van Lodewijks. Ik ken het onderzoek van Lodewijks niet, maar mijn ervaringen zijn duidelijk anders. Ik heb het idee dat juist vrouwen een kritischer houding hebben. Ik heb studentes die bij de vakgroep Vrouwenstudies vakken volgden gevraagd naar hun ervaringen met het onderwijs van de LUW. Zij klagen dat het onderwijs niet aansluit bij hun wensen. Zij hebben ook het idee dat vrouwen over het algemeen kritischer staan tegenover het aangeboden onderwijs dan mannen. Je ziet ook dat de Universiteit Maastricht in trek is bij vrouwen omdat het onderwijssysteem van die universiteit gericht is op actieve participatie.
Lodewijks verzucht dat hij ook liever een andere uitkomst van het onderzoek had gezien. Eigenlijk wilden we de oude vooroordelen liever niet bevestigd zien. Maar ook andere studies bevestigden onze bevindingen. Meisjes zijn conformistischer. Ze zijn sneller dan jongens geneigd zich aan te passen aan de verwachtingen van anderen. Ze willen dus graag goed scoren op een toets omdat een docent of anderen uit hun omgeving dat van hen verwacht. De leerstijl van jongens zou beter moeten passen bij universitair onderwijs dan die van meisjes. Universiteiten zouden een kritische opstelling moeten bevorderen. De tentamens van universiteiten toetsen echter vaak het vermogen om kennis te reproduceren, dat is zeker in het voordeel van meisjes.
Wolffensperger heeft een vrouwvriendelijkere verklaring voor de betere prestaties van vrouwen. Vrouwen doen het beter omdat de universiteit nog steeds gedomineerd wordt door mannen; vrouwen hebben daardoor onbewust de behoefte zich te bewijzen. In de jaren zeventig heeft een Amerikaanse professor de token-theorie geformuleerd. Zij stelde dat minderheden over het algemeen beter presteren dan de meerderheid. Een dergelijk effect zie je volgens mij ook bij vrouwelijke studenten. Weliswaar is de verhouding bij studenten over de gehele universiteit nu ongeveer fifty-fifty, maar verreweg het grootste gedeelte van het vaste personeel is nog steeds man. De sfeer aan de universiteit past daarom beter bij mannen dan bij vrouwen.
Plichtsgetrouwer
Dr ir Mieke Kleijn, studiecoordinator van Moleculaire wetenschappen, kan zich wel wat voorstellen bij de verklaring van Wolffensperger. Toen ik in 1977 begon met moleculaire wetenschappen was ik een van de twee meisjes. Ik denk inderdaad dat ik me toen wilde waarmaken. Ik wilde onbewust laten zien dat ik me kon handhaven in het wetenschapsgebied. Kleijn denkt echter dat de situatie voor vrouwelijke studenten de laatste jaren wel is veranderd. Tegenwoordig is ongeveer de helft van de moleculaire wetenschappers vrouw. Ik denk dat vrouwen het beter doen omdat ze plichtsgetrouwer zijn en beter plannen. Vrouwen zijn systematischer, misschien zit dat wel in de genen.
Haar collega dr ir Kees de Gooijer van bioprocestechnologie had ook opgemerkt dat de vrouwelijke technologen betere resultaten boekten dan de mannen. Een paar jaar geleden was er weer zo'n beleidsambtenaar die me kwam uitleggen dat vrouwen op een andere manier keuzes maken dan mannen en of ik daarom expliciet aandacht wilde schenken aan vrouwen tijdens de kennismakingsbijeenkomst. Ik vind dat zo'n onzin, het maakt mij echt niet uit of iemand een piemeltje heeft of een spleetje. Dat blijkt ook wel uit de studieresultaten. Ook bij bioprocestechnologie doen vrouwen het iets beter dan mannen. Hoe dat komt? Het is moeilijk te generaliseren maar meisjes lopen al vanaf de puberteit voor op de jongens. Bij jongens duurt het gewoon wat langer voordat ze serieuzer worden.
  • KOP = Gemiddelde grootte in studiebelastingsuren van afstudeerpakketten van de beginjaren 1989 tot 1991
  • = Biologie63316161170
  • = Bosbouw67576476281
  • = Agrosysteemkunde62116022189
  • = Landinrichtingswet.62396048191
  • = Bodem, water, atm.67866358401
  • = Landbouwtechniek *6247
  • = Economie58655554311
  • = Huishoud- en consu-
  • = mentenwetenschappen5908 *
  • = Tropisch landgebruik64935880613
  • = Rurale ontw.studies62665652614
  • = Landbouwplantenteelt*6354
  • = Tuinbouwplantenteelt60885927161
  • = Plantenveredelingen
  • = en gewasbescherming64036160243
  • = Zootechniek61586399-241
  • = Levensmiddelentechn.61195916203
  • = Voeding en gezondheid64446104340
  • = Milieuhygiene62876112 175
  • = Moleculaire wetensch.61196206-87
  • = Bioprocestechnologie63086076232
  • = Totaal62476092155

  • Re:ageer