Wetenschap - 19 juni 1997

Voorpagina Nieuws

Voorpagina Nieuws

Voorpagina Nieuws
Wachtgeldkosten aio's stijgen fors
De Landbouwuniversiteit gaf in 1996 in totaal 13,7 miljoen gulden uit aan wachtgelden. Dat is bijna een miljoen minder dan in 1995 en een fractie meer dan in 1994. Wel blijkt het aandeel van de wachtgelden voor ex-personeelsleden die via de derde geldstroom waren aangesteld gestaag te stijgen: 30 procent in 1994, 31 procent in 1995 en 32 procent in 1996. De kosten voor wachtgelden van aio's verdubbelden bijna van 1,3 miljoen gulden in 1994 (10 procent van het budget) tot 2,5 miljoen gulden in 1996 (18 procent van het budget). Dat blijkt uit de nota Kengetallen personeelsbeleid die onlangs aan de raad is aangeboden
Van de direct door de universiteit aangestelde aio's wier dienstverband is beeindigd, deden er vorig jaar 91 een beroep op de wachtgeldregeling. Dat kostte de universiteit 1,2 miljoen gulden. Daarnaast waren er 94 derdegeldstroom-aio's die wachtgeld ontvingen. Dat kostte de LUW 1,3 miljoen gulden. In 1995 was de universiteit nog twee miljoen gulden kwijt aan wachtgeld ten behoeve van aio's. Die post is dus met een half miljoen gestegen
De voormalige sector Product- en biotechnologie doet voor de aio's de grootste greep uit het wachtgeldfonds met 33 eerstegeldstroom-aio's en 41 derdegeldstroom-aio's. Dat kostte dat de LUW in 1996 1,1 miljoen gulden. Bij Plant- en gewaswetenschappen drukten in 1996 in totaal 48 aio's op de wachtgeldbegroting, ter waarde van 730 duizend gulden. Ook hier bedroegen de kosten als gevolg van derdegeldstroom-aio's meer dan die voor de eerstegeldstroom-aio's
Aan het overige personeel werd vorig jaar 11,3 miljoen gulden wachtgeld uitgekeerd, 1,4 miljoen gulden minder dan in 1995. Koploper is hier de sector Landinrichting en milieu met 129 personen met wachtgeld. Plant- en gewaswetenschappen volgt met 109 wachtgelders. Opvallend is dat alleen bij de sector Product- en biotechnologie het aantal wachtgelders die ooit via de derde geldstroom werkten hoger is dan de oude eerstegeldstroom-collega's: respectievelijk 55 tegen 39
In totaal wordt - los van de aio's - aan 528 personeelsleden wachtgeld uitgekeerd
Uit de cijfers blijkt overigens dat aan de Landbouwuniversiteit geen sprake is van een dramatische daling van het aantal aio's, zoals eerder voor de andere universiteiten werd gemeld. Het lijkt er zelfs op dat het totale aantal aio's nog steeds licht stijgt. Sinds de invoering van het aio-stelsel in 1986 zijn er 691 aio's in de eerste geldstroom aangesteld en zijn er 224 gepromoveerd. Daarnaast zijn er jaarlijks tussen de twintig en dertig internationale studenten die in Wageningen hun PhD halen. Bovendien stelt onderzoeksfinancier NWO jaarlijks een kleine dertig onderzoeksassistenten aan. In 1992 waren dat er nog maar achttien. Uit de wetenschappelijke jaarverslagen van de Landbouwuniversiteit blijkt overigens dat er sinds 1985 in totaal 1040 promoties zijn geweest
Slechts zes aio's is het tot nog toe gelukt om binnen vier jaar te promoveren. Dertig procent van de onderzoeksassistenten heeft vier tot vijf jaar nodig om het proefschrift af te ronden. (SVk)
Aantallen wachtgelders in 1996

  • KOP = 1e geldstroom3e gstr
  • KOP = regulieraioreg.aio
  • = Plant- en gewaswetenschappen56215327
  • = Dierwetenschappen17111411
  • = Landinrichting en milieu6512649
  • = Product- en biotechnologie39335541
  • = Landbouw en samenleving5511296
  • = Bureau823190
  • = Totaal3149123494
    Commissie adviseert Wijster te sluiten

    Een commissie onder leiding van geneticus prof. dr Rolf Hoekstra adviseert het college van bestuur om het biologisch proefstation van de LUW in Wijster te sluiten. De commissie denkt dat het onderzoek van het proefstation ook in Wageningen kan plaatsvinden
    Dr Tom Kuyper van het proefstation is teleurgesteld door het advies. Volgens hem is vooral het langlopend ecologisch onderzoek van het proefstation van groot belang. In Wijster wordt al dertig jaar onderzoek gedaan naar paddestoelen en keverpopulaties. De commissie-Hoekstra erkent het belang van het langlopende onderzoek, maar denkt dat deze studies ook vanuit Wageningen kunnen worden gedaan. Het onderzoek van het station rechtvaardigt volgens hem niet de extra kosten van een proefstation op afstand
    Kuypers vreest dat de overplaatsing van het onderzoek naar Wageningen zal leiden tot ontslagen. Het college van bestuur en de universiteitsraad moeten nog beslissen over de sluiting. Inmiddels is het hoofd Personeelszaken, drs Hans van Kamp, in gesprek met het personeel in Wijster over de gevolgen van een eventuele sluiting. (KVe)
    Commotie rond namen departementen

    Het departement met de werknaam Plantenveredeling en gewasbescherming wil officieel Toegepaste biologie en diversiteit gaan heten en stelt in een brief veel belang te hechten aan de nieuwe, progressieve en moderne naam. De werknaam dekt volgens het departement de lading niet, omdat er veel onderzoek aan dierlijke organismen plaatsvindt. De naam Plantenteelt en gewasbescherming is zeer conservatief, integreert niet en heeft geen uitstraling naar potentiele studenten, schrijft prof. dr Joop van Lenteren namens het departementsbestuur. Toegepaste biologie dekt echter de lading van bijna de hele universiteit, menen universiteitsraad en college van bestuur. Daarom wilde de universiteitsraad 16 juni het naamsvoorstel niet overnemen. De besluitvorming is uitgesteld
    Ook het departement Plantenteelt is niet tevreden met zijn naam. Het werkterrein van de verzamelde leerstoelgroepen is veel ruimer dan deze naam aangeeft, schrijft het aan de universiteitsraad. Het departement leefde in de veronderstelling dat het nog ruim de tijd had om een passende naam voor te stellen, aangezien de definitieve instelling van de departementen pas op 1 januari 1998 plaatsvindt
    De zeven andere departementsnamen zijn wel officieel vastgesteld door de universiteitsraad. Het gaat om Agro-, milieu- en systeemtechnologie, Biomoleculaire wetenschappen, Dierwetenschappen, Economie en management, Levensmiddelentechnologie en voedingswetenschappen, Omgevingswetenschappen en Sociale wetenschappen
    Voor Omgevingswetenschappen had het college de naam Ruimtelijke wetenschappen voorgesteld; in het Engels aangeduid als Spacial Sciences. De naam Omgevingswetenschappen zag het college in eerste instantie niet zitten, omdat het onderwijsinstituut dezelfde naam draagt. Volgens betrokkenen roept de naam Ruimtelijke wetenschappen echter meer associaties op met astronomie en ruimtevaart. Ook wekt de naam de indruk dat het departement alleen op planalogie gericht is. Eerder kwam het college met de naam Ruimtelijke ordening en milieubeheer. Het departement vindt dat deze naam meer aan een gemeentelijke dienst doet denken dan aan een wetenschappelijke eenheid van een universiteit
    Verder is in de universiteitsraad de definitieve benaming vastgesteld voor onderdelen van departementen. Ze kunnen kiezen tussen sectie en laboratorium, in het Engels sub-department en laboratory. Een leerstoelgroep moet in het Engels group genoemd worden, niet chair. (MS)
    Nieuwsfoto, Vijftig jaar Sociologie

  • Re:ageer