Wetenschap - 13 februari 1997

Voorlichters worstelen met onvoorspelbare studietrends

Voorlichters worstelen met onvoorspelbare studietrends

Voorlichters worstelen met onvoorspelbare studietrends
Interesse van scholieren is nauwelijks onderzocht
Menige Wageninger krijgt brandend maagzuur van de Groningse vooraanmeldingscijfers. Voor enkele richtingen ziet het er niet best uit. Vooral het verlies bij technische richtingen als bioprocestechnologie, levensmiddelentechnologie, moleculaire wetenschappen en milieuhygiene valt op. Zijn milieu en techniek uit?
Wat boeit de student van de toekomst? Voorlichters van Nederlandse universiteiten kwamen vorig jaar april bijeen op het symposium Kiezen voor de toekomst, in de hoop meer inzicht te krijgen in hun doelgroep. Ze leerden dat het studentenaandeel van sectoren als landbouw (alle richtingen in Wageningen), natuur, techniek, maatschappij en gedrag, taal- en letterkunde landelijk in evenwicht blijft. Maar tot een concreter inzicht in wat jongeren interesseert kwamen ze tijdens het symposium niet
Gewoon studeren wat je leuk vindt, lijkt er niet meer in te zitten. De student werd tijdens het symposium vooral beschreven als een individu dat kritisch en zakelijk een keuze maakt
Victor Rutgers, hoofd instellingsbeleid van de Rijksuniversiteit Leiden, stelde dat de universiteiten in ieder geval moeten weten wat ze zelf willen. Dat moeten ze duidelijk voor het voetlicht brengen. Een goede voorlichting is alleen mogelijk als een helder profiel gecombineerd wordt met gedegen kennis van de potentiele studentenpopulatie.
Ook op dit moment kunnen deskundigen van ondermeer de VSNU, het Centraal Bureau voor de Statistiek, het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen en het Limburgse Researchcentrum voor Onderwijs & Arbeidsmarkt geen trends onder scholieren aanwijzen. Het blijft bij de constatering dat er minder en vooral kritischer studenten zijn, afgezien van vage uitspraken als Rechtenstudies zijn na een hoogconjuncteer weer uit en economie is in
Verwarring
Sinds de jaren negentig coacht BBK Informatieoverdracht de voorlichtingscampagnes van de Landbouwuniversiteit. Drs Veronique Swinkels van BBK en drs Godelief Nieuwendijk van de LUW-afdeling Voorlichting en PR lichten de marketing en de trends van de LUW toe. Gekozen is voor de marketing van de Landbouwuniversiteit als merk - internationaal, uniek en breed - omdat begin jaren zeventig uit onderzoek bleek dat namen van studierichtingen tot verwarring leiden, niet herkend worden of te nieuw zijn en dus geen duidelijk toekomst- of arbeidsperspectief bieden. Het werken met concrete thema's als voeding, milieu en ontwikkelingssamenwerking moet soelaas bieden voor de niet-communiceerbare studierichtingen, aldus de Wageningse onderzoekers Van Benthum en Van Woerkum in 1992. De communicatie is daarom opgebouwd rond vier thema's: duurzame landbouw, gevarieerde natuur, goed leefmilieu en gezonde voeding
Volgens Nieuwendijk staat in ieder geval een ding vast: Scholieren in het vwo kiezen minder voor het betavakkenpakket en degenen die dat wel doen kiezen vervolgens weer minder voor een betastudie. In 1994 zwakte de Landbouwuniversiteit de zware voorvereisten wat af, om de instroom op peil te houden. Toch biedt Wageningen nog steeds hele moeilijke studies, aldus een trendwatcher op het bestuursgebouw die op persoonlijke titel spreekt
Dat techniek moeilijk ligt wordt geweten aan het feit dat het smalle opleidingen zijn. Met Rechten kun je nog alle kanten op, denken calculerende studenten, aldus dr Jaap Roeleveld van het SCO-Kohnstamm Instituut voor Onderzoek van Opvoeding & Onderwijs
Dr Jeroen Huisman van het Centrum voor studie van het hoger onderwijsbeleid (CSHOB) uit Enschede waagt zich aan enige bespiegelingen. De aandacht voor gezondheidswetenschappen heeft tot een duidelijke instroom geleid. Verder is de aard van veel studies de afgelopen tien jaar verschoven. Er is meer aandacht voor thema's als beleid, bestuur en maatschappij. En uiteraard is informatisering een duidelijke trend. Omdat trends leiden tot kopstudies zijn ze moeilijk meetbaar. Het milieu is daar een voorbeeld van.
Universiteiten creeren ook nieuwe studies om stukjes marktaandeel te veroveren. Huisman: In Utrecht zijn zo vier studies ontstaan op het grensvlak van bestaande richtingen, zoals economie en geografie en economie en recht. We hebben wel eens gekeken naar het aandeel van de ruim zestig nieuwe richtingen die sinds 1983 ontstaan zijn en een modieuze inslag hebben. Die trokken slechts tien procent van het totaal aantal studenten.
Voorjaar 1995 sloot een Wageningse student een onderzoek af onder 170 vwo-scholieren uit de vijfde en zesde klas, afkomstig uit Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Delft, Dordrecht en Gouda. Slechts 48 leerlingen hadden in hun pakket zowel natuur- als scheikunde, belangrijke voorvereisten voor veel LUW-studies
Uit een scorelijst van onacceptabele studiethema's bleek dat tweederde van de leerlingen erg weinig waarde hecht aan landbouw en planten. Techniek, politiek, biologie, landinrichting, derde wereld en informatica vormen de middenmoot met veertig tot vijftig procent tegenstemmers. Thema's als gezondheid, natuur, voeding, recht, recreatie en maatschappij doen het beter met twintig tot dertig procent leerlingen met een negatief oordeel. Echte klappers zijn milieu, economie en internationaal, waarvoor slechts acht tot zestien procent echt geen interesse heeft. Scholieren met een exact pakket vinden de thema's landbouw, natuur en milieu nuttig, maar voor voeding hebben ze weinig belangstelling
Het onderzoekje lijkt de gedachte dat scholieren vooral calculerend en kritisch zijn sterk te relativeren. Want maar liefst tachtig procent laat zich in de keuze voor een studie leiden door het onderwerp. Ruim veertig procent laat ook de kans op werk en de reputatie van de instelling meewegen
Grafieken

Re:ageer