Wetenschap - 10 augustus 1995

Voorlichter is meer dan een postbode

Voorlichter is meer dan een postbode

Vroeger hadden landbouwvoorlichters het gemakkelijk. Ze moesten de nieuwe inzichten, gegenereerd door onderzoekers, als een soort postbode naar de boeren brengen.


Maar dit model werkt niet meer, als het ooit zo heeft gewerkt. Bij het ministerie van Landbouw en het Landbouwschap bestaat dan ook nogal wat onvrede over het huidige kennismodel, getuige een aantal recente nota's. Zij vinden dat het landbouwkundig onderzoek slecht aansluit bij de boeren.

Het deze maand uitgekomen leerboek Voorlichtingskunde, een inleiding, geschreven door de Wageningse voorlichtingskundigen prof. dr C.J.M. van Woerkum en ir D. Kuiper, bevat een paar aardige aanzetten tot een analyse van de onvrede. In hoofdstuk 4, De voorlichter en het kennismodel, schetsen ze een paar valkuilen waarin actoren in een kennissysteem (voorlichters, onderzoekers, ambtenaren, clienten) kunnen vallen. Deze kanttekeningen kunnen weleens van toepassing zijn op de Nederlandse of misschien wereldwijde situatie.

Zo merken de schrijvers op dat het gevaar groot is dat actoren zich een kennismodel te eenvoudig voorstellen. Men zit bijvoorbeeld vast aan het idee: de boer past de kennis toe. Dan ziet men niet de dingen die de boer ook doet, namelijk scherp observeren van wat er op het bedrijf gebeurt, zelf innoveren, en de kennis doorgeven aan andere boeren. Daardoor missen de voorlichters en onderzoekers de kans iets van de boeren te leren.

Ander gevaar is dat de deelnemers, als ze eenmaal erkenning en vaste financiering hebben, uit het oog verliezen dat ze deel uitmaken van een kennissysteem. In dat geval ontstaan desintegratie en fatal gaps, zoals gebrek aan toegepast onderzoek.

Uit het hoofdstuk zijn ook oplossingen te halen om eventuele fatal gaps te dichten. De voorlichter moet niet alleen informatie van anderen doorgeven aan de clienten, maar ook praktijkproblemen doorgeven aan de kennisproducenten. Daarmee worden de producenten ook kennisvragers; een opvatting die impliciet door het hele boek loopt en recht ingaat tegen het oude top-down model.

Andere oplossingen voor de gaps zijn het vormen van studieclubs die zorgen dat de juiste kennis wordt geproduceerd, het stimuleren van symposia tussen deelnemers of, zoals in Engeland is gedaan, het aanstellen van liaison officers, verbindingspersoneel dat zorgt dat de kennis op elkaar aansluit.

Met de geschetste dilemma's, de voorbeelden en de kanttekeningen kritiseert het boek, hoewel wat verborgen, de bestaande situatie van het landbouwkennissysteem. Dat is het aardige van het leerboek, dat ook bedoeld is voor ambtenaren en zelfs voor het publiek, omdat dat volgens de auteurs client is. Zo bekritiseert het boek bijvoorbeeld ook de voorlichting van de universiteiten, die elkaar met slogans bestrijden om in de gunst te komen van de aankomende student.

Het boek is persoonlijk geschreven, het woord ik (de schrijver) wordt niet gemeden, het is zeer zuinig met theorieen en uiterst systematisch opgezet. Alle aspecten van voorlichting, zoals ethiek, voorlichting als beleidsinstrument en de planning van voorlichting, komen aan bod. Die systematiek mag je ook verwachten van voorlichtingskundigen, die zelf het goede voorbeeld moeten geven van goede voorlichtingskunde.

Voorlichtingskunde, een inleiding, van C.M.J. van Woerkum en D. Kuiper, 195 pagina's, ISBN 90 313 1964 3, f 49,50

Re:ageer