Wetenschap - 26 februari 1998

Voor duurzaamheid is de korte termijn niet lang genoeg

Voor duurzaamheid is de korte termijn niet lang genoeg

Voor duurzaamheid is de korte termijn niet lang genoeg
Filosoof zoekt diversiteit in milieu-economische antwoorden
Filosoof Marian Deblonde is lastig te interviewen. Ze stelt liever zelf de vragen. Er zijn genoeg mensen die pasklare antwoorden geven. Er moeten er toch een paar zijn die van een afstand vragen stellen. Deblonde doet nu bijna vier jaar onderzoek naar de politieke relevantie van de theorieen van de milieu-economen David Pearce, Herman Daly en David Bromley. Ze komt tot de voorlopige conclusie dat de positivistische benadering - het idee dat wetenschap en objectief en neutraal is - leidt tot oplossingen op de korte termijn. En als je het hebt over duurzaamheidsproblemen is de korte termijn niet lang genoeg.
Marian Deblonde, aio bij Toegepaste filosofie, begon haar onderzoek omdat de vele oplossingen die worden aangedragen voor milieuproblemen vaak niet helpen. Als voorbeeld noemt ze de CO2-uitstoot die nu minder snel stijgt, terwijl we willen dat die daalt. Ik vroeg me af of we niet bezig waren met symptoombestrijding, in plaats van het opsporen van de mechaniekjes die ervoor zorgen dat milieuproblemen ontstaan. Vandaar mijn bezorgdheid of we wel de juiste vragen stellen.
De keuze voor de Engelsman David Pearce en de Amerikaan Herman Daly is ingegeven door hun grote invloed, ook op politiek niveau. Pearce werkte voor de Europese Unie en Daly bij de Wereldbank. Pearce is een neo-klassieke econoom, die het economische proces ziet als een gesloten systeem. Daly is minder rechtlijnig en zoekt een meer ecologische benadering. De minder bekende academicus Bromley stelt juist het tegenovergestelde. De economie is volgens hem open en continu aan verandering onderhevig, en is ingebed in een ecologisch systeem
Aan dit verschil in economisch perspectief ligt een verschil in wetenschapsopvatting ten grondslag. Waar Pearce en Daly de wetenschap zien als een soort objectieve gereedschapskist, vat Bromley die op als een institutioneel en historisch proces. Dat heeft gevolgen voor de politieke relevantie. Kijk, als je de wetenschap opvat als objectief en neutraal, dan is het een kleine stap om tegen politici te zeggen dat ze alleen maar doelen hoeven vast te leggen. De wetenschap zal dan oplossingen aan de hand doen om die doelen te realiseren. Zo'n technocratische wetenschapsopvatting legt volgens Deblonde minder gewicht in de politieke weegschaal, omdat de wetenschap niet deelneemt aan het politieke debat
Daarom moeten politici en wetenschappers fundamentele vragen stellen. Met de beroemde politiek filosoof Hannah Arendt denkt Deblonde dat de huidige politiek slechts dient om economische processen te smeren. Maar je zou je binnen het politieke spel ook af kunnen vragen wat de voorwaarden zijn waarbinnen het economische spel zich afspeelt. Dat is iets wat weinig gebeurt.
Schijnoplossingen
Deblonde pleit daarom voor een milieu-economie die het politieke spel niet met feiten maar met inzichten voedt. Als ik met milieu-economen in discussie ga, zien ze ook wel voor welke problemen de milieu-economie staat. Bijvoorbeeld de complexiteit, de onmogelijkheid om voorspellingen te doen, de onmogelijkheid om een milieu-economische theorie te ontwikkelen die zo rijk is dat ze alle factoren mee kan nemen. Ze zijn het er ook wel mee eens dat je het politieke overleg sterker zou moeten vormgeven. Alleen vinden ze het niet efficient, want het vraagt veel tijd. Het is veel makkelijker om achter je bureautje te zitten, een modelletje te hebben, te rekenen. Je bent zo klaar.
In tegenstelling tot de milieu-econoom kan de filosoof nooit snel klaar zijn. Dat kortetermijnbelangen altijd het zwaarste gewicht in de schaal leggen, kan wel zijn. Als filosoof hoef ik daar niet aan mee te doen. In navolging van Hannah Arendt pleit Deblonde dan ook voor een langetermijnpolitiek van diversiteit en debat in plaats van een kortetermijnpolitiek van pasklare technocratische oplossingen
De rol van de wetenschappers in politieke debatten is groot, omdat zij de politiek voorzien van informatie, van wetenschappelijke kennis. Het is ontzettend belangrijk dat daarbij verschillende geluiden worden gehoord.
Zo'n diversiteit aan perspectieven moeten leiden tot een bewustwordingsproces, waarin duidelijk wordt dat kortetermijndenken schijnoplossingen met zich meebrengt. Je ziet steeds dat de overheid milieunormen gaat verleggen, omdat ze inziet dat ze niet haalbaar zijn. Dan vraag ik: hoe komt dat dan, wat zit er in de weg? Het idee dat we grenzen leggen en zorgen dat we daar binnen blijven, is daarom een beetje te makkelijk. Als we echt willen dat de milieuproblemen goed opgelost worden, dan zullen we toch op de lange termijn en in mondiale termen moeten denken. Dat dit een beetje lijkt op vechten tegen de bierkaai neemt Deblonde voor lief. Dat is een van de dingen die je als filosoof moet leren.
De discussie die Deblonde aangaat met de milieu-economen is daarom niet eenvoudig. Je benadering als filosoof is een totaal andere dat die van de economen. Bovendien overheerst de neo-klassieke insteek. Dat betekent dat die economen niet zomaar openstaan voor andere geluiden, dat ze argumenten makkelijk wegwuiven, en dat ze vinden dat je eerst zelf econoom moet zijn vooraleer je het hen in discussie kan gaan.

Re:ageer