Wetenschap - 7 december 1995

Voedselaanbod bepaalt gevoeligheid watervlo

Voedselaanbod bepaalt gevoeligheid watervlo

De gevoeligheid van watervlooien voor toxische stoffen hangt af van het voedselaanbod, concludeert dr ir L. Enserink. Zij promoveert op 11 december bij prof. dr J.H. Koeman, hoogleraar toxicologie aan de Landbouwuniversiteit. Watervlooien zijn belangrijke testorganismen in toxiciteitsproeven. Wat ratten zijn voor het meten van effecten op humaan niveau, zijn watervlooien voor de effecten op de waterkwaliteit.

Enserink ontdekte dat de kweekomstandigheden van de watervlo zeer bepalend zijn voor de uitkomsten van acute toxiciteitsproeven. Als de watervlo tijdens de kweek veel voedsel krijgt, bestaat het nageslacht uit een grote hoeveelheid kleine nakomelingen. Bij een beperkt voedselaanbod bestaat het nageslacht echter uit een kleine hoeveelheid grote jongen die veel reservevoedsel meekrijgen. Deze laatste groep is veel stress-bestendiger en daardoor minder gevoelig voor toxische stoffen. Het gebruik van kleine watervlooien in acute toxiciteitsproeven is daarom te beschouwen als een worst-case-scenario, stelt Enserink. In proeven met cadmium was de gevoeligheid van de kleine jongen drie maal zo groot als die van grote jongen. Volgens Enserink houden de standaardrichtlijnen hier nog niet voldoende rekening mee. Zij pleit dan ook voor aanpassing van de richtlijnen voor kweekomstandigheden.

Re:ageer