Wetenschap - 20 juni 1996

Voedingsvoorlichting

Voedingsvoorlichting

Huisartsen zijn weinig bezig met voedingsvoorlichting. Toch kunnen zij op dat gebied van groot belang zijn voor de consument. Ze bereiken bijna alle segmenten van de samenleving, hebben een grote deskundigheid en worden vaak geraadpleegd. Dit concludeert ir G.J. Hiddink, die op 18 juni promoveerde bij prof. dr J.G.A.J. Hautvast van de vakgroep Humane voeding en prof. dr C.M.J. van Woerkum van de vakgroep Voorlichtingskunde.

Hiddink stuurde een vragenlijst naar duizend Nederlandse artsen die reeds vijf tot vijftien jaar een praktijk hadden. Hierin werd hun betrokkenheid bij voedingsvoorlichting geinventariseerd. Daarnaast onderzocht hij bij welke voedingsinformatiebronnen consumenten te rade gaan met vragen over hun voeding.

Bij huisartsen blijken grote barrieres de voedingsvoorlichting aan hun patienten in de weg te staan. Ze hebben weinig tijd om voedingszaken tijdens het spreekuur te behandelen, hebben geen voedingsopleiding of -training gevolgd en menen dat patienten weinig gemotiveerd zijn om hun leefstijl of voedingspatroon te veranderen. De helft van de huisartsen geeft slechts aan vijf procent van de patienten voedingsinformatie.

Consumenten daarentegen zien de huisarts als een belangrijke informatiebron. Van de elf voedingsinformatiebronnen worden de huisarts, de dietist en het Voorlichtingsbureau voor de Voeding als meest waardevol aangemerkt. Huisartsen zouden veel meer kunnen doen aan voedingsvoorlichting, stelt de promovendus. Verder onderzoek naar hun voorlichtingsgedrag is volgens hem nodig om de effectiviteit van die voorlichting te vergroten.

Re:ageer