Wetenschap - 28 september 1995

Virologen op de werkvloer

Virologen op de werkvloer

Je moet als aio incalculeren dat er dingen kunnen misgaan

Honderden onderzoekers in Wageningen werken dag in dag uit in het laboratorium, vaak ook 's avonds en in het weekend. Ze pipetteren vloeistof in epjes, snijden preparaten, maken pellets en turen door de microscoop. Een dag uit het leven van de laboratoriumonderzoeker.


Precies om half negen schieten verschillende medewerkers van de vakgroep Virologie de gang op, hun jassen al half uit. Ze zijn maar net op tijd voor het colloquium over de rol van Ei-proteine, een belangrijk viruseiwit dat zich bindt aan DNA.

Op de benedenverdieping werkt aio Marc Storms. Eigenlijk is hij een braio, een briljant aio. Braio's worden betaald uit een speciaal LUW-potje. Vandaag heeft Storms een dag vol experimenten. Hij en zijn studente Wiesje Kassies hebben het materiaal dat ze gaan onderzoeken al uit de koelruimte gehaald: een glazen erlenmeyer met een groen prutje erin. Ze plaatsen de kolf voorzichtig op een van de drie lange tafels met glazen bakken, plastic potten, slangetjes en pipetten.

Bij een poster op de gang legt Marc Storms zijn onderzoek uit. Het gaat om het tomatenbronsvlekkenvirus, een van de belangrijkste ziekteverwekkers in de landbouw. Centraal staat de vraag hoe dit virus zich verspreidt van de ene plantecel naar de andere. Plantecellen zijn wel met elkaar verbonden via kanaaltjes in de dichte celwanden, maar daar kan een virus niet doorheen. De hypothese is dat het virus die natuurlijke kanaaltjes oprekt door er eiwitbuisjes in te maken. Door die buisjes, zo vermoedt de groep, kan het erfelijk materiaal van virussen naar de buurcellen verhuizen.

Een foto van een ander virus waar de vakgroep aan werkt, het cowpeamozaiekvirus, toont het transport door buisjes duidelijk aan. De foto, gemaakt onder de elektronenmicroscoop, toont een dun buisje tussen twee plantecellen. De donkergrijze bolletjes in het buisje zijn de virusdeeltjes.

Naakte virussen

De vakgroep denkt dat er bij het tomatenbronsvlekkenvirus geen volwassen, maar embryovirussen (nucleocapsiden) door de buisjes worden getransporteerd, naakte virussen zonder eiwitmantel. De groep heeft al ontdekt dat het virus voor het maken van de buisjes het zogeheten NSm-eiwit nodig heeft. Dit NSm-eiwit blijkt zowel aan embryovirussen als aan de kanaaltjes te binden.

Maar zo'n aanwijzing is nog geen bewijs voor de betrokkenheid van NSm bij het virustransport, zegt Storms. De overtuigende foto's van buisjes met embryovirussen van het tomatenbronsvlekkenvirus zijn nog niet gemaakt. Bij dit virus is dat lastiger dan bij het cowpeamozaiekvirus. Een van de problemen is dat protoplasten zich niet makkelijk met het virus laten infecteren. Protoplasten zijn plantecellen zonder celwand die zich beter lenen voor dit experiment dan geinfecteerd bladmateriaal.

Storms wil dus foto's van protoplasten met buisjes en embryovirussen erin. Daartoe heeft hij gezonde protoplasten uit de tabaksplant geisoleerd en geinfecteerd met het tomatenbronsvlekkenvirus. Vandaag gaat hij het prutje geinfecteerde protoplasten prepareren voor de immuno-fluorescentiemicroscoop, zodat hij eind van de dag weet of de infectie is gelukt. Tegelijkertijd doet hij alvast wat stappen om een deel van de protoplasten te prepareren voor de elektronenmicroscoop. Als straks onder de fluorescentiemicroscoop blijkt dat de protoplasten niet geinfecteerd zijn, is het prepareren voor de elektronenmicroscoop voor niks gedaan. Maar als de infectie wel is gelukt, scheelt het de volgende dagen tijd.

Storms begint met fixeren voor de elektronenmicroscoop. Hij pakt een klein glazen erlenmeyertje waarop met zwarte stift de formules staan van de stoffen die in water zijn opgelost. Met een pipet voegt hij fixeervloeistof bij de protoplasten om ze te bewerken tot een groen plakje, een pellet. Studente Wiesje Kassies haalt met een pasteur-pipet overtollige vloeistof van de protoplasten. Je moet heel voorzichtig zijn met die pellet", wijst Marc Storms. Protoplasten zijn erg fragiel." De fixeervloeistof gaat in een van de plastic potten in een hoek op de tafel. Er gaat niets door de gootsteen.

Het is stil op het lab. Bij de moleculaire jongens boven hebben ze de radio wel aan", verklaart Storms. Maar onze begeleider houdt niet van de radio. Hij zingt liever zelf. Als ik 's avonds alleen ben, zet ik hem wel aan. Geen heavy metal maar achtergrondmuziek."

Hij kijkt even in wat stencils, een soort kookboek dat wijst hoe je protoplasten moet fixeren voor de elektronenmicroscoop. Als je iets een paar keer gedaan hebt, weet je het meeste wel uit je hoofd", is zijn ervaring. En dan gaat het vaak de eerste keer goed. Maar dat is beginnersgeluk. Want de paar volgende keren gaat het meestal slechter. Misschien omdat je dan minder geconcentreerd bent."

Storms haalt vloeibare gelatine uit een glazen bak met water van 37 graden. Met een pipet doet hij een halve milliliter gelatine in een epje, een piepklein plastic buisje met een klepje. Voor de protoplasten stelt hij een pipet in op honderd microliter. Kassies stopt een epje met gelatine en protoplasten drie minuten in de centrifuge. De pellet ligt nu onder in het epje. Een mooie pellet", zegt Storms. Hij denkt dat er wel zo'n miljoen protoplasten in zitten. Epjes met pellet zet hij in een bak met ijs. Daar kan de gelatine met protoplasten stijf worden, zodat ze straks goed te snijden zijn.

De glasplaatjes met protoplasten voor de fluorescentiemicroscoop staan inmiddels in de stoof. Alle handelingen gaan met beleid, zonder haast of onrust. Op papier plannen doet Storms slechts eens in de week. Deze week fluorescentie, elektronenmicroscoop, de wekelijkse werkbespreking met de tomatenbronsvlekkenvirusgroep, een artikel bekijken, en preparaten analyseren. De planning per dag gaat meestal uit het hoofd.

Scheermesje

' s Middags zetten Storms en Kassies de glasplaatjes met protoplasten voor de fluorescentiemicroscoop in een bak met vloeistof op een schudapparaat. Intussen is op hetzelfde lab aio Daniella Kasteel bezig met haar onderzoek naar de eventuele betrokkenheid van een plante-eiwit bij het transport van het cowpeamozaiekvirus door de buisjes. Omdat ze sinds negen maanden een kind heeft, werkt Kasteel nu vier dagen in de week. Voorheen kwam ik 's avonds en in het weekend in het lab voor mijn experimenten", vertelt ze. Nu moet ik daarvoor een oppas regelen. Langer doorwerken kan ook niet meer, want om kwart voor zes moet ik de kleine ophalen. Maar het gaat wel hoor, als je maar gemotiveerd bent. En hier zijn collega's altijd bereid om iets over te nemen." Experimenteel werk combineren met een zwangerschap kan op een andere manier wel eens lastig zijn. Je moet sjouwen met plantenpotten of emmers ijs en je moet lang staan. Ik geloof dat ik nu zou aanraden om met
een kind te wachten tot de experimenten zijn afgerond."

Storms en Kassies trekken witte labjassen aan. Ze gaan een kamer in waar het zo koud als in een ijskast: vier graden celsius. In het hokje staat een smalle tafel tegen de muur met twee krukken ervoor. De epjes met harde groene plakjes protoplasten komen te voorschijn. Storms wijst Kassies hoe ze die met een scheermesje in kleine puntjes moet snijden. En hoe ze vervolgens de mooiste puntjes met een haakje moet oppikken en weer in een epje moet doen. Geconcentreerd gaan ze aan de slag. Het woord koud valt regelmatig. Maar Wiesje Kassies vertrekt geen spier en klaagt niet. Je laat je natuurlijk niet kennen", plaagt Marc Storms. Zeker een kwartier later komt Kassies bibberend het laboratorium binnen. Brrrrr... Dat was echt even doorbijten. Marc is nog insektencellen aan het snijden."

Routine

Het is tien voor half zes. Daniella Kasteel zit in een van de donkere hokjes achter de fluorescentiemicroscoop. Storms wijst Kassies in hetzelfde hokje hoe ze zonder belletjes vloeistof tussen twee glasplaatjes kan brengen. Dadelijk moet blijken of de protoplasten geinfecteerd zijn. Storms is voorbereid op een tegenvaller. Als het niet is gelukt, kan dat liggen aan de manier waarop we protoplasten uit de plant hebben gehaald, of aan de viruszuivering." De drie dagen werk aan de preparaten zijn dan niet voor niks geweest, vindt hij. Je krijgt meer routine en leert wat er fout kan gaan. Je moet als aio nu eenmaal incalculeren dat er dingen kunnen misgaan." Kasteel kijkt even van de microscoop op: Als iets tien keer mislukt, baal jij ook." Marc Storms infecteert nu voor de zesde keer. In juli gingen de protoplasten kapot omdat het zo warm was. En hij heeft 'n keer te oude bladeren gebruikt. Maar het is ook al een aantal keren gelukt.

Er komt een derde aio voor de fluorescentiemicroscoop. Maar na Kasteel is eerst Storms aan de beurt. Hij legt Kassies uit hoe de microscoop werkt en gaat er achter zitten. Dit is het moment. Kassies luistert met spanning. Nou... Wat ik zie is dat veel protoplasten uit elkaar zijn gevallen... Ik zie allemaal kleine stukjes en eigenlijk vrij weinig buizen... Ik denk dat het komt door het carborundum, een soort Jif, dat is gebruikt om de protoplasten te isoleren. Nee, het heeft weinig zin om te snijden als ik dit zo zie... Jammer, we hadden net zulke mooie pellets."

De labstam

Sinds de vorige eeuw doorkruisen antropologen diepe wouden en weerstaan ze vijandige klimaten om vreemde stammen te onderzoeken. Maar vlak bij huis leven ook interessante tribes. Zoals de laboratorium- of labstam, die Bruno Latour twee jaar lang onderzocht in een neuro-endocrinologisch lab.

Een labstam is een stam van schrijvers en lezers die hun tijd voor tweederde besteden aan apparaten. De stam is gespecialiseerd in de kunst van het overtuigen. Daarin blijkt de stam zo vaardig dat een buitenstaander het gevoel krijgt dat hij niet wordt overtuigd, maar dat hem wordt geleerd wat de ware feiten zijn.

De produkten van de labstam, de artikelen, doen denken aan religieuze rituelen van primitievere stammen. De woorden en grammatica zijn Chinees voor een buitenstaander. Wanneer een buitenstaander om uitleg vraagt, herhalen de stamleden het koeterwaals dat in het artikel staat.

Waar andere stammen verwijzen naar goden en mythen houdt de labstam vol dat het gaat om harde feiten. Als de buitenstaander zijn twijfel uit over die hardheid, bezweert de labstam dat hij het zou begrijpen als hij zelf onderzoeker was.

Latour zocht materiaal om aan te tonen dat natuurwetenschappelijke feiten niet worden ontdekt, maar in het lab tijdens gesprekken worden geconstrueerd. Foto's, grafieken en andere plaatjes dienen om onderhandelingsposities te versterken. Amerikaanse leden van de labstam zijn onlangs een tegenoffensief begonnen tegen de constructivisten, de stam van opperhoofd Latour.

Laboratory life, Bruno Latour en Steve Woolgar, Sage, Londen, 1979

Re:ageer