Wetenschap - 24 oktober 1996

Vilitzer, Vakantie

Vilitzer, Vakantie

Ik was dus op vakantie. Een spontaan idee van mijn huisarts, toen hij mijn score op de bloeddrukmeter zag. Overspannen, luidde de diagnose. Ga er eens even tussenuit - het medicijn. Zodoende vond ik mezelf nog geen etmaal later terug op de Peloponnesos.

De eerste dagen zat ik met een louter tobbend hoofd op de goudgele strandjes. Dacht alleen maar aan het werk thuis. Had visioenen over hoe ik dankzij Peper mijn werkkamer voortaan zou moeten delen met iemand van het ATO. In willekeurige Griekse vissers herkende ik achtereenvolgens Van der Ploeg, mijn systeembeheerder, Van Aartsen en Eenink. De hotelbaas leek op Vos, zijn vrouw op Rabbinge.

Toch leek mijn huisarts gelijk te gaan krijgen. Na een week waren de ergste dag- en nachtmerries voorbij. Wageningen leek ver weg, zo niet verdwenen. Dus vond ik dat het tijd werd voor wat anders dan zon en zee. Een opgraving bijvoorbeeld. Ik had natuurlijk beter moeten weten.

Op 22 oktober zigzagde ik tussen de brokstukken van onze beschaving door. Ik was in Olympia. De eerste tekenen van terugslag dienden zich meteen al aan toen ik in het oude stadion de sintelbaan van de Bongerd meende te herkennen. Erger werd het toen ik even later de weg kwijt was en mijn plattegrondje er bij moest halen. Nymphaeum Pelopeion en Douleuterion keken mij aan. Potverdomme, het leek de Dreijen wel: transitorium, biotechnion, agrotechnion. Het schoot me plots te binnen dat het eerste wat ik vandaag gepasseerd was, gymnasium heette. Zo kwam ik ook ooit in Wageningen terecht. Toen werd het donker.

Ik werd wakker op een hospitaalbed. De Griekse dokter sprak niet erg goed Engels, maar het go home verstond ik wel.

Re:ageer