Wetenschap - 3 oktober 1996

Vilitzer, Spruitjeslucht en kolenstook

Vilitzer, Spruitjeslucht en kolenstook

Het begon oer-Hollands: ik wandel door velden vol aardappels en tulpen. Ik ben, geloof ik, op weg naar mijn broer, die kippen fokt in Barneveld. Goed gehumeurd ben ik ook, want met de zwangerschap van mijn vrouw gaat alles goed, zo hadden de dag tevoren de foto's uitgewezen. Mijn broer blijkt echter niet thuis. Enig teken van leven in zijn wel zeer verdroogde tuin is een vlieg, die op een huidmondje van een eenzame bloem zit. Vagelijk bespeur ik een spruitjeslucht, waarschijnlijk afkomstig van de buren.

Even later ben ik per TGV onderweg naar het stembureau. Terwijl verkeerspleinen, vuilnisbelten en kolenstookcentrales langs me heen flitsen, moet ik plots denken aan de moeder van mijn Foster Parent-kindje, die waarschijnlijk op ditzelfde moment kromgebogen in een Filipijnse sawa staat. En dat terwijl ik straks, na mijn stem op Kok, dankzij een op de beurs gemaakte klapper op vakantie zal gaan.

Ineens vlieg ik per ruimtesonde met mijn vrouw richting Tibet. Of is onze bestemming IJsland? Ik weet het niet meer. We landen uiteindelijk temidden van palmbomen en zandstranden. Ik pak de wereldkaart erbij. We zijn op de Bahama's, in Wageningen.

Wageningen? Ik lig met een opengeslagen WUB op schoot. Een prikbord met ansichten gaapt me aan. Die paperclip was me niet eerder opgevallen. Leuk. Ik vraag me plotseling af waarom die advertentie juist daar staat. De paddestoelen zijn uitgewerkt.

Re:ageer