Wetenschap - 10 oktober 1996

Vilitzer, Ouderwets

Vilitzer, Ouderwets

Mijn moeder heeft een elektrische deken, ikzelf slaap liever onder een dekbed. Voor wakker worden heb ik geen zwarte doos met snoer, rode cijfers en een irritante biep, maar een tijdloze, zelf op te winden rinkelwekker. Scheren doe ik nat, koffie zetten met de hand. Brood roosteren doe ik niet: ik bak liever een dubbele boterham met kaas ertussen in een pannetje op het vuur. Een computer heb ik niet, dus evenmin een Internet-aansluiting. Mijn op een Vendex-typemachine gebroddelde stukjes breng ik per fiets naar de redactie. Ik rij daarbij altijd door rood. Of als het stoplicht toevallig op groen staat door groen. Ik hoef nooit met de trein naar mijn werk, want ik woon maar vijf minuten fietsen van de krant.

De supermarkt zie ik nauwelijks. Groenten haal ik uit mijn volkstuin, de melkboer komt drie keer per week langs de deur en vlees eet ik nauwelijks. Staafmixers en andere keukenmachinerieen heb ik nooit gehad. Ik snij, hak en klop alles zelf. Ik kook, bak en braad op gas. 's Avonds tv kijken doe ik nooit. Liever lees ik een goed boek bij kaarslicht. Een radio heb ik wel: een wereldontvanger en die werkt op batterijen. Mijn bier staat koud te wezen in de kelder.

Een stroomstoring op zaterdagavond zal ongemerkt aan mij voorbij gaan. Een drie dagen durend defect aan het lichtnet, willekeurig waar in de week, waarschijnlijk ook. Dus veertig minuutjes geen stroom op maandag helemaal, zou je zo zeggen. Ware het niet dat ik een buurman heb, die me van over de heg uitvoerig informeerde over zijn wederwaardigheden die middag. Hoe zijn proeven in de soep liepen; hoe hij een melt down - wat is dat? - kreeg; hoe hij dankzij niet functionerende stoplichten ongewild in een verkeerschaos belandde; dat hij vervolgens de Hema werd uitgezet en dat bankautomaten weigerden geld te geven.

Arme buurman.

Re:ageer