Wetenschap - 19 februari 1998

Vilitzer, Nooit meer dezelfde

Vilitzer, Nooit meer dezelfde

Vilitzer, Nooit meer dezelfde
Ik ben een nuchter mens. Ik laat mijn hoofd nooit op hol brengen. Nooit raak ik van de wijs. Mijn leven gaat gewoon door. Ik doe wat ik moet doen. Of buiten nu de zon schijnt en het dertig graden is, ik weer eens een ton gewonnen heb in Staatsloterij, in de trein naast Katja Schuurman zit, of dat ik drie uur in de file sta op weg naar het ziekenhuis waar mijn vrouw aan het bevallen is: ik word niet warm of koud. Verliefd ben ik zelden, opgewonden nooit, depressies en dalen ken ik niet. Ik ben een vlakke lijn. Niet van mijn stuk te brengen. Door niks en niemand. Dacht ik altijd
Maar dinsdagochtend viel dit zelfbeeld in duigen. Gewoon tijdens een boterham met hagelslag en een glaasje karnemelk. Die ochtend zag ik Marianne Timmer. Ze stond beduusd kijkend op een podium na kort tevoren naar goud te zijn geschaatst. De slaap was in een nanoseconde uit mijn ogen. Dit beeld was niet van deze wereld. Zo ziet de hemel er uit. Wat een prachtig gezicht! Pure poezie. Wat een vrouw! Wat was ze mooi. Wat schaatste ze elegant in de herhaling. Wat huilde ze lief. Ik huilde met haar mee. Wat heeft ze een enge vriend
Uren later zat ik nog steeds wezenloos voor me uitstarend op de bank. Van werken kwam die dag natuurlijk niks meer. En de dagen erna
Altijd heb ik afgegeven op vrienden die urenlang konden doorzeveren over de benen van Steffi Graf, de make-up van Leontien van Moorssel of het hoge zeeboe-gehalte van vaderlandse schaatsenrijdsters. Seksisten, vond ik. Het gaat om de sport, zei ik hen steevast
Marianne Timmer. Vergeleken bij haar is Catherine Deneuve het toppunt van lompheid. Daar halen duizend Ingrid Bergmannen het niet bij. Ik draai de video nog maar eens af. Ik heb me ziek gemeld. Ik eet niet meer. Dit gaat veel verder dan wat vrouwelijk Nederland voelt als Rintje Sanexma na het journaal weer in dat ijsbad stapt. Dit komt nooit meer goed

Re:ageer