Wetenschap - 22 februari 1996

Vilitzer, Fiets

Vilitzer, Fiets

Ik heb geen auto, ik heb al een fiets. Ik fiets er ook mee want het is een goede fiets. Ik fiets ook naar mijn werk. Mijn werk is niet ver weg van waar ik woon. Ik heb geen kinderen die te groot zijn voor hun kinderfietsjes. Mijn vrouw heeft ook al een fiets. Zij gaat alleen niet met die fiets naar het werk. Zij werkt niet aan de universiteit maar veel verder weg. Dat kan niet met de fiets, maar met de trein. Soms fietst zij naar het station, want ook haar fiets doet het heel goed. Maar al met al hebben wij dus geen fiets nodig.

Dat is jammer, want de universiteit had een actieweek waarin werknemers met korting een fiets konden kopen. Zij kunnen die fiets in termijnen betalen. Ik kan natuurlijk nog steeds een fiets kopen, maar dan heb ik er twee. Ik kan echter maar een fiets tegelijk gebruiken. Vandaar dat ik geen fiets ga kopen bij de universiteit.

De universiteit denkt dat door een korting veel mensen een fiets gaan kopen. De universiteit hoopt vervolgens dat dan meer mensen op die fiets gaan fietsen naar het werk. Ik hoop van wel, maar denk van niet. Mensen zoals ik fietsen al jaren naar het werk op een niet-goedkopere fiets. Daaronder zullen zeker mensen zijn met een oude fiets. Die kunnen nu een nieuwe kopen. Maar ja, die fietsten toch al naar hun werk. Dat telt eigenlijk niet.

Heel soms moet iemand op doktersadvies meer bewegen. Die kan nu ook goedkoop een fiets kopen. Dat telt wel. Maar daarvan zijn er vast niet zoveel. De resterende werknemers gaan niet op de fiets naar het werk, want die willen niet, wonen te ver of vinden het te veel gedoe. Die kopen dus geen fiets. Of ze kopen een fiets voor hun vrouw of kinderen of buurman.

Toch vind ik het een goede actie. Want fietsen is gezond.

Re:ageer