Wetenschap - 11 januari 1996

Vilitzer, Busje komt zo (sic!)

Vilitzer, Busje komt zo (sic!)

Daar sta ik dan. Na een dagje in de grote stad, een bezoekje aan de schoonouders of net terug van vakantie. Op station Ede-Wageningen. Te wachten. Het is altijd onder nul of nat. Ik heb een treintaxikaartje gekocht. Altijd maak ik deze fout. Altijd denk ik zo sneller thuis te zijn dan met de bus, sinds deze zich te buiten gaat aan absurde omzwervingen dankzij nieuwe woonwijken en een verlegde route.

Een kwartier later sta ik dan ook nog steeds op het station. De bussen zijn allang vertrokken. Pal onder mijn neus is de rest van mijn medetreinreizigers afgehaald door liefje, bekende of familie. Ik ben samen met een dienstplichtige of een bejaarde mevrouw overgebleven. Altijd staat die soldaat net iets langer te wachten dan ik, of altijd liegt die lieftallig ogende oma dat zij er eerder stond dan ik. De eerste Mercedes gaat daarom steevast naar de kazerne in Ede of een tehuis in Heelsum. In ieder geval nooit Wageningen. Ik mag niet mee.

Een half uur later. Ik ben niet meer alleen. De gedeeltelijke inhoud van drie andere treinen heeft zich rond mij verzameld. De tweede Mercedes laat nog steeds op zich wachten. Soms denk ik wel eens dat die tweede Mercedes helemaal niet bestaat. Ik heb hem nog nooit gezien. De tweede taxi is namelijk altijd het busje. Het busje, God bewaar me. Dan weet ik wel hoe laat het is. Daar gaan er zeven in. Dat wordt gedwongen sightseeen. Helaas is de duisternis dan meestal allang ingevallen.

Drie kwartier later. Ik ben tenminste op weg. Ik ben al in de Grietjeshof in Bennekom en de Eekhoornlaan in Wageningen-Hoog geweest. Altijd denk ik op dit moment dat het ergste achter de rug is. Onterecht, want altijd moet ik alvorens thuis te worden afgezet, eerst nog ongewild langs Uiverweide, Marijkeweg en Treubstraat.

Ruim een uur later. Een rit van dik een half uur, waarin het aantal verkeersdrempels niet op zes handen te tellen is geweest, zit erop. Natuurlijk stoot ik, in de haast het busje uit te komen, mijn hoofd weer. Dat overkomt bijna iedereen in het busje. Het leed is nu echt geleden. Tot de volgende keer.

Re:ageer