Wetenschap - 18 september 1997

Verspreidingsrisico pesticiden en hun omzettingsproducten onderschat

Verspreidingsrisico pesticiden en hun omzettingsproducten onderschat

Verspreidingsrisico pesticiden en hun omzettingsproducten onderschat
Bestrijdingsmiddelen die te boek staan als snel afbreekbaar, kunnen onder specifieke omstandigheden slecht afbreekbaar zijn en zich ophopen in het milieu. Het toelatingsbeleid voor bestrijdingsmiddelen houdt hier geen rekening mee, omdat het alleen kijkt naar standaardomstandigheden, meent promovendus ir Jos Vink. Ook kunnen in het veld onverwachte, giftige omzettingsproducten gevormd worden. Dit probleem is volgens Vink nog onvoldoende onderkend
Fabrikanten die een nieuw bestrijdingsmiddel op de markt willen brengen, moeten aan het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) gegevens verstrekken over het gedrag van het middel in drie verschillende bodemsoorten en in twee watersedimentsystemen. Op basis daarvan besluit het CTB of het risico van toelating niet te groot is voor het milieu. De fabrikant hoeft niet te kijken naar het gedrag van het middel in het grondwater of onder ongebruikelijke omstandigheden
Dat is onterecht, meent ir Jos Vink, die 19 september bij bodemkundige prof. dr ir Frans de Haan hoopt te promoveren. Een stof die in een laboratoriumtest onder standaardomstandigheden snel door micro-organismen wordt afgebroken in onschadelijke componenten, kan in het veld in extreme omstandigheden terecht komen waar die micro-organismen veel slechter hun werk doen. Met name in waterrijke systemen kunnen die extreme omstandigheden veel invloed hebben op de afbraak, stelt Vink. Het grootste deel van het risico-onderzoek vindt echter bij bodems plaats
De omzetting van pesticiden in tal van tussenproducten verloopt complex en is van vele chemische, fysische en microbiele factoren afhankelijk. Die factoren kunnen in aquatische milieus flink verschillen van die in bodems. Zo verschillen de zuurstofconcentraties en kunnen de nutrienten in verschillende concentraties aanwezig zijn
Micro-organismen hebben nutrienten nodig voor de afbraak van toxische stoffen. De aanwezige nutrienten kunnen zowel de snelheid van afbraak als de afbraakroute beinvloeden. Een chemische stof kan onder verschillende omstandigheden op verschillende manieren worden afgebroken, resulterend in verschillende afbraakproducten. Soms is een of zijn meerdere afbraakproducten even giftig als het oorspronkelijke bestrijdingsmiddel. Bijvoorbeeld bij het middel Aldicarb, dat boeren gebruiken om nematoden in de bodem te doden, vertelt Vink, die zijn onderzoek bij het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA) in Lelystad uitvoerde. Die giftige omzettingsproducten zijn soms wel driehonderd dagen aantoonbaar aanwezig in grond en grondwater
Uitspoelen
Bestrijdingsmiddelen werden geacht goed aan een kleibodem te hechten, waardoor ze lang genoeg in de bodem blijven om door micro-organismen afgebroken te worden. Als er scheuren in de kleibodem zitten, kunnen de bestrijdingsmiddelen echter snel uitspoelen. En dat gebeurt; tal van metingen hebben dat aangetoond, vertelt Vink. Het onkruidbestrijdingsmiddel MCPA, een chloorfenoxycarbonzuur, is daar een voorbeeld van. Dit middel mag nu bijna zonder beperkingen gebruikt worden, omdat micro-organismen in staat zijn het in een bodem goed en snel af te breken. Uit Vinks onderzoek blijkt echter dat de afbreekbaarheid van deze stof in oppervlaktewater, waar het na uitspoeling terecht komt, juist laag kan zijn waardoor de stof zich kan ophopen
Vink pleit ervoor om MCPA alleen op bepaalde bodemtypes toe te laten en er niet mee langs sloten te spuiten. Ook andere chloorfenoxycarbonzuren verdienen volgens Vink nader onderzoek. Hij verwacht dat daar dezelfde problemen kunnen optreden. Het CTB is op dit moment bezig met een herevaluatie van MCPA en neemt Vinks aanbevelingen daarin mee, vertelt dr Wieke Tas, wetenschappelijk beoordelaar milieu bij het CTB
Metaboliet
Het milieu-effect van omzettingsproducten is onderbelicht, vindt Vink. Volgens Tas kijkt het CTB wel naar omzettingsproducten. Wordt meer dan tien procent van de uitgangsstof omgezet in een bepaalde metaboliet, dan wordt dat meegenomen in de risicobeoordeling. Als uit veldgegevens blijkt dat een bepaald omzettingsproduct daar gevormd wordt, houden we daar ook rekening mee. Resultaten uit het veld gaan bij ons voor labgegevens. Het CTB vraagt de fabrikant echter niet om systematisch onderzoek. Tas stelt dat het CTB indirect wel via modelberekeningen naar ophoping in aquatische systemen kijkt
Vink vindt dat er duidelijkheid nodig is over de knelpunten bij de afbraak van een bepaald bestrijdingsmiddel door micro-organismen. Je moet bijvoorbeeld uitvinden of een stof niet ergens terecht komt waar de goede micro-organismen worden weggeconcurreerd door andere of waar de omstandigheden zo zijn dat het micro-organismen hun werk niet kunnen doen.
Dr Herman Eijsackers, ecotoxicoloog bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), stelt dat het probleem van de vorming van toxische omzettingsproducten inderdaad onderschat is. Vink heeft vooral gekeken naar verspreidingsrisico's, stelt Eijsackers. Een belangrijke vraag is echter ook wat het effect van de omzettingsproducten is op planten en dieren. Hier is nog weinig onderzoek naar gedaan
Eijsackers vindt dat er in de toelatingsprocedure inderdaad meer aandacht moet komen voor aanvullend onderzoek naar de vorming van omzettingsproducten in niet-standaardomstandigheden. Dat zou echter geen standaardprocedure moeten worden, meent hij. Als de onderzoeken te uitgebreid worden, is de kans dat de fabrikant ze daadwerkelijk uitvoert te gering. Als dat voor alle bestrijdingsmiddelen zou moeten gebeuren, is dat ook niet meer te controleren.
Vooral in speciale gevallen moet er meer aandacht voor komen, meent Eijsackers. Er is alleen aanvullend veld- en laboratoriumonderzoek nodig als je met een bureaustudie een indicatie krijgt dat er afbraakroutes mogelijk zijn onder extreme situaties die werkelijk kunnen voorkomen.
Ook bij de totale milieubelasting van organische stoffen moeten de omzettingsproducten meegenomen worden. Eijsackers: Er wordt heel vaak gezegd: als de oorspronkelijke stof verdwenen is, is er geen probleem meer. Dat blijkt niet het geval; Vink heeft duidelijk de vinger op de zere plek gelegd.

Re:ageer