Wetenschap - 5 november 1998

Veel mensen vinden het best als een ander de beslissingen neemt

Veel mensen vinden het best als een ander de beslissingen neemt

Veel mensen vinden het best als een ander de beslissingen neemt
Mister Progressief Personeel neemt afscheid
De publicatiehitlijst van zijn vakgroep voerde hij nooit aan, wel de hitlijst van schrijvers op de podiumpagina van het WUB. Agronoom ir Jaap Schouls was jarenlang voorzitter van Progressief Personeel en wond zich op over onderwijsplannen en bestuursmodellen. Deze week eindigde zijn dienstverband. Nu Agronomie drastisch wordt uitgedund, maakt hij gebruik van de 55+-regeling. De strijder voor onderwijs en inspraak gaat weer studeren, in Utrecht
Met pijn in het hart nam ir Jaap Schouls vorig jaar afscheid van Progressief Personeel. Het afschaffen van de universiteitsraad betekende ook het einde van zijn club. Vanaf de oprichting van de personeelsfractie in 1978 was hij vooral op de achtergrond betrokken bij het raadswerk van de fractie. Hij organiseerde discussies en probeerde elke twee jaar weer progressieve kandidaten bij elkaar te krijgen voor de raadsverkiezingen. Twee keer zat Schouls zelf in de universiteitsraad. In 1983 en 1985 viel hij in voor raadsleden die zich terugtrokken
Verreweg de meeste brieven die Schouls naar het WUB stuurde, gingen over het onderwijsbeleid. Bij de vorige herprogrammering, Onderwijs 2000, verzette hij zich tegen de invoering van het MSc-BSc-model. Volgens Schouls verkwanselden de bestuurders de erfenis van de Wageningse Lente, de grote studentenbezetting van de universiteit in 1980. Die zorgde volgens Schouls terecht voor meer aandacht voor maatschappelijke ontwikkelingen en politiek in het Wageningse onderwijs. Dat type onderwijs lag mij erg goed. Wageningers moeten de architecten van de toekomstige landbouw zijn. Ik vind dat studenten een visie moeten hebben op de landbouw. Die mag van mij erg technocratisch zijn, als er maar een visie is.
Volgens de agronoom staat het onderwijs al jarenlang ten onrechte onder het onderzoek op de agenda van de LUW. De prioriteit van een universiteit moet liggen bij het onderwijs. Als er geen studenten meer komen, is er ook geen universiteit meer. Onderzoek moet daarom ten dienste staan van het onderwijs. Nu kijken mensen naar het aantal publicaties en promoties van een vakgroep, maar het aantal afgestudeerden en de maatschappelijke prestaties van die afgestudeerden zijn minstens even belangrijk.
Bedankje
Die stelling is me niet altijd in dank afgenomen. Aan een internationale publicatie zit tenslotte veel meer glamour dan aan het geven van een college. Een publicatie wordt tien jaar later soms nog geciteerd. Na een goed college krijg je misschien een bedankje van een student, maar er is later niemand die er nog wat van terugziet. Dat zie je ook in de carriereperspectieven. Als je niet gepromoveerd bent, word je geen universitair docent. Dat is niet terecht. De helft van de mensen heeft het niet in zich om te promoveren, omdat ze bijvoorbeeld niet het zitvlees hebben, maar dat kunnen wel erg goede docenten zijn.
Voor 1980 stond het onderzoek nog in dienst van het onderwijs, memoreert Schouls. Toen werd helemaal niet bijgehouden hoeveel publicaties iemand had. Mijn oude hoogleraar Kupers bijvoorbeeld publiceerde nog geen twintig procent van zijn resultaten. Onderzoek deed je om ervan te getuigen in het onderwijs.
Schouls was jarenlang studiecoordinator van de richting Landbouwplantenteelt. Het aantal studenten in de plantenrichtingen is de laatste twintig jaar enorm gedaald. In 1980 meldden zich 46 studenten aan voor deze richting, twee jaar geleden waren het er nog negen. Niet alleen Landbouwplantenteelt moest flink inleveren, de hele plantensector van de LUW trekt steeds minder studenten. De terugloop in de studentenaantallen leidde tot een reorganisatie van de sector. Departementsdirecteur prof. dr ir Evert Jacobsen legt de laatste hand aan een reorganisatieplan. Een van de laatste besluiten van de universiteitsraad was een nieuw leerstoelenplan voor de sector. De hoogleraren dr ir Hugo Challa (tuinbouwplantenteelt), dr ir Paul Struik (landbouwplantenteelt) en dr Eric Goewie (ecologische landbouw) moeten plaats maken voor vers bloed in de sector. Zij krijgen slechts een deeltijdaanstelling
Onbegrijpelijk, volgens Schouls: Goewie en Struik zijn beide bovengemiddelde hoogleraren. Struik is schandalig beoordeeld, hij behoort tot de tien meest publicerende hoogleraren. De rector wil meer fundamenteel onderzoek in de plantensector. Vanuit het onderzoek is daar wat voor te zeggen, maar of je daarmee de problemen van een boer oplost, is maar de vraag.
Geloof
Een van de manieren om de sector er weer bovenop te helpen, is volgens Schouls meer aandacht voor de biologische landbouw. Daarmee kan de sector nieuwe studenten trekken. De laatste jaren werkte Schouls vaak samen met ecologische landbouw. Twee weken geleden klaagden Goewie en Van Mansvelt in een interview in de Groene Amsterdammer over de tegenwerking die zij ondervinden van de baronnen van de LUW. Schouls geeft hen geen ongelijk. Er is een paradigmastrijd gaande. De positivisten die de universiteit beheersen, willen harde gegevens. Ecologische landbouw kun je volgens hen niet als wetenschap zien, dat is een geloof.
De start van de vakgroep was natuurlijk erg ongelukkig. Het was het bestuur onder voorzitter Dick de Zeeuw en secretaris Maris dat er aandacht voor wilde. De wetenschappelijke staf van de LUW zat niet op een groep alternatieve landbouw te wachten. Inmiddels heeft het college van bestuur volgens Schouls minder sympathie voor de biologische landbouw. De rector is een belangrijke exponent van het streven naar disciplinarisering in de plantensector. Aan iemand als Speelman ligt het niet, dat is geen activist, niet iemand die zijn zin doordramt.
Ecologische landbouw is volgens Schouls te bescheiden geweest. Bepaalde zaken had de vakgroep anders kunnen spelen. Uit de jaarverslagen blijkt dat ze best een flink aantal publicaties heeft. Daaruit blijkt een grote maatschappelijke bijdrage. De publicaties zijn vooral in Nederlandse tijdschriften. Dat heeft te maken met de aard van het vakgebied. Die is nu eenmaal vrij praktisch. Bovendien trekt Ecologische landbouw niet voor niets veel studenten. Studenten die bij de vakgroep aankloppen voor een afstudeervak, krijgen goede begeleiding. Als er bij Ecologische landbouw een student binnenkomt, formuleert hij samen met de docent de onderzoeksvraag. Andere vakgebieden vragen zich af hoe ze de student in hun onderzoek kunnen inpassen. Bij Ecologische landbouw staat de student centraal. Het eindresultaat van het onderzoek is dan misschien niet van een fantastisch niveau, omdat de begeleider niet erg diep in het onderwerp zit, maar de student is er als persoon wel erg mee geholpen, omdat hij veel zelf moet doen.
Open discussie
De nieuwe indeling van de leerstoelen benadert de biologische landbouw ten onrechte alleen op bedrijfsniveau, vervolgt Schouls. Biologische landbouw kun je niet alleen op bedrijfsniveau onderzoeken. Een groot probleem van de biologische landbouw is bijvoorbeeld de onkruidbestrijding. Dat kost nu nog te veel menskracht. Dat probleem moet je ook op gewasniveau bekijken. Bovendien is er geen aandacht voor gemengde bedrijfssystemen, terwijl dat voor de biologische landbouw de belangrijkste bedrijfsvorm is.
Of ik de universiteitsraad mis? Ik zeg niet dat de universiteitsraad zo schitterend was. Het contact met de basis was niet altijd geweldig. Maar ja, ik had toch graag een open discussie in de universiteitsraad over bijvoorbeeld Ecologische landbouw en de fusie met DLO. Je hoort nu weinig van de visie die achter allerlei plannen steekt. De strategische visie van het bestuur is erg PR-gekleurd. Het is vooral voor de buitenwacht bestemd en je ziet maar een glimp van de ideeen die er achter zitten. Maar goed, die opvatting gaat ervan uit dat iedereen graag verantwoordelijkheid wil nemen. Veel mensen willen dat niet, die vinden het best als een ander de beslissingen neemt.

Re:ageer