Wetenschap - 3 oktober 1996

Vco stelt criteria op voor

Vco stelt criteria op voor

In het nieuwe verdeelmodel voor onderwijscapaciteit is een deel van het geld gereserveerd voor vakken die niet onder een onderwijsinstituut vallen. Dat zou betekenen dat de docenten van die vakken geen vergoeding krijgen omdat voortaan de onderwijsinstituten het geld over hun vakken moeten verdelen. De universiteitsraad heeft daarom op verzoek van studentenfracties een deel van het onderwijsbudget gereserveerd voor de zogenaamde brede vrije vakken: vakken die niet in een beschreven programma voorkomen en ook niet onder de verantwoordelijkheid vallen van een van de vier onderwijsinstituten.

Uit de totale geldpot voor onderwijs is een bedrag gereserveerd om jaarlijks ongeveer honderd van deze vakken te betalen. Als voorbeeld worden vaak de vakken van de vakgroepen Voorlichtingskunde, Agrarische geschiedenis en Agrarische onderwijskunde genoemd.

De vaste commissie onderwijs (vco) heeft onlangs het college van bestuur een voorstel gedaan voor de criteria waaraan deze brede vakken moeten voldoen. De commissie stelt dat het geen zin heeft om pseudo-objectieve criteria aan te leggen omdat deze het gezonde verstand toch niet kunnen vervangen. Toch formuleert de vco criteria voor de beoordeling van een breed vak. Zo moet uit de aard van het vak blijken dat het geschikt is voor studenten uit verschillende richtingen. Hoe duidelijker dat is, hoe groter de kans op honorering. Daarnaast moet de betreffende leerstoel in de beschreven programma's niet of nauwelijks vakken hebben die voor veel andere studenten interessant kunnen zijn. Tenslotte wil de vco nog toetsen op de deelname aan het vak en de gemiddelde score in de Muggen-enquete.

Omdat met name de eerste twee criteria tamelijk veel vrijheden in beoordeling kennen, wil de vco dat studenten nadrukkelijk bij de beoordeling van de brede vakken worden betrokken omdat zij het beste kunnen inschatten voor welke richtingen een vak interessant is.

Re:ageer