Wetenschap - 5 oktober 1995

Varkensboer buiten adem in de stal

Varkensboer buiten adem in de stal

Wageningse promovenda legt oorzaken Cara bloot

Een op de drie varkenshouders heeft last van zijn luchtwegen. Grondige ontsmettingsmiddelen tasten hun immuunsysteem aan en speelse biggetjes laten schadelijke bacteriestofjes in de lucht dwarrelen, blijkt uit een promotie-onderzoek aan de LUW. Beschermingskapjes, ventilatie en stalaanpassingen moeten de klachten en een verhoging van de verzekeringspremie voorkomen.


Strontziek van het mestbeleid, stond vorige maand op een spandoek van een veehouder te lezen op het Malieveld. Het Haagse beleid mag de intensieve veehouders benauwen, maar ook de eigen werkomstandigheden in de stal blijken dikwijls een bron van klachten. Medische klachten wel te verstaan.

Varkenshouders krijgen meer dan gemiddeld last van longaandoeningen. Anderhalf a twee procent van de varkenshouders moet stoppen vanwege een longziekte, vijftien procent kampt met een verminderde longfunctie en 32 procent heeft symptomen zoals piepende longen, veelvuldig hoesten en slijm opgeven", meldt prof. dr ir M.J.M. Tielen, hoogleraar Huisvesting en verzorging der nutsdieren te Utrecht. Hij voegt daar geruststellend aan toe dat veruit de meeste varkenshouders er niet door worden belemmerd in hun werk.

Houden de piepende longen verband met de penetrante stanklucht in de varkensstal of het stof op de stalvloer? De varkenssector dacht van wel op basis van anekdotisch onderzoek, maar een direct verband tussen de werkomstandigheden en klachten was niet gelegd. De epidemiologische studie van ir Liesbeth Preller, waarop ze volgende week promoveert aan de LUW, legt die verbanden wel.

Preller deed drie jaar lang onderzoek naar de werkomstandigheden van tweehonderd Brabantse varkenshouders. Ze mat gedurende acht aaneengesloten uren de concentratie van stoffen in de stallucht: tijdens de verzorging, het voeren en het ontsmetten van de stal. Ze stopte de gegevens in een model dat op de vakgroep Humane epidemiologie en gezondheidsleer was ontwikkeld. Daardoor kon ze uiteindelijk per individuele omstandigheid - bijvoorbeeld het voeren - een beeld schetsen van de stallucht waaraan de varkenshouders blootstaan. Ze voerde het onderzoek samen uit met een bedrijfsarts, die de gezondheidstoestand van de betreffende boeren onderzocht. Vooraf waren honderd varkenshouders met ademhalingsproblemen geselecteerd; honderd andere hadden die niet.

Endotoxines

Twee groepen van stoffen veroorzaken de longklachten, blijkt uit het onderzoek. In epidemiologische termen geldt voor die stoffen dat er een duidelijke relatie is gevonden tussen de aanwezigheid ervan in de stallucht en de ademhalingsklachten.

De eerste groep veroorzakers zijn endotoxines, afvalstoffen van ziekteverwekkende bacterien. Deze bacterien komen veel voor in stalmest en veevoer, vertelt Preller. De endotoxines komen vrij als de bacterien sneuvelen en hechten zich dan aan stofdeeltjes in de stal, die al dwarrelend de luchtwegen van de boer kunnen aantasten. Al bij lage concentraties zie je het effect."

Een tweede groep veroorzakers worden gevormd door de ontsmettingsmiddelen. Volgens Preller was nog niet bekend dat deze middelen longklachten kunnen veroorzaken. Ze vond een heel duidelijk verband bij de zogenaamde quaternaire ammonium verbindingen (quats). Ze spelen zodanig in op de luchtwegen of het immuunsysteem dat het lichaam antistoffen gaat aanmaken tegen andere stoffen. Op zich zijn de quats niet gevaarlijk, maar in combinatie met een allergie geven ze een hoog risico op klachten."

Preller wijst erop dat vooral een verkeerd gebruik van de ontsmettingsmiddelen tot klachten kan leiden. De boer moet bijvoorbeeld een adembeschermingsmasker dragen. Voorts gebruiken de boeren vaak een hoge-drukspuit om de stal te ontsmetten. Een lagere druk verdient de voorkeur, meent Preller, omdat dan minder stof in de lucht komt. Maar nog beter is de aanleg van een automatische sprinkler-installatie, zodat de boer niet aanwezig hoeft te zijn bij de ontsmetting van zijn stal.

Biggetjes

Bij het terugdringen van de risico's van de endotoxines ligt het iets lastiger, meent de promovenda. Vooral de kraamafdeling in de varkensstal baart hier zorgen. Jonge biggetjes die enthousiast heen en weer rennen, zorgen voor stofwolkjes met endotoxines erin. De concentratie ervan kan sterk oplopen als de biggetjes worden verwend met vloerverwarming. Ook bacterien groeien lekker bij 37 graden Celsius", weet Preller. Je zou de kraamafdeling eigenlijk moeten afschermen van de rest van de stal, stelt ze voor. Andere opties van de promovenda: rustiger varkens fokken, of de aanleg van een bolle vloer, zodat stof, mest en urine gemakkelijk kunnen worden weggespoeld naar een put.

De ammoniakdamp uit de mest lijkt geen veroorzaker van chronische longklachten. Je krijgt last van je neus, maar de ammoniak bindt snel, zodat het niet in de longen komt", verklaart Preller. Bepaalde varkenshouders worden allergisch voor varkensurine, maar dat is een beperkte groep. Er zijn ook boeren die antistoffen aanmaken die hen beschermen tegen de urine."

Feit is dat dertienduizend Nederlanders meer dan twintig uur als varkenshouder werkzaam zijn en dat een op de drie Cara-klachten heeft, tegen een op de tien Nederlanders. De promovenda wil niet uitsluiten dat de ernst nog groter is dan de cijfers doen vermoeden. Iemand met aanleg voor longklachten zal niet snel aan de varkenshouderij beginnen; dat selecteert zichzelf. Misschien zijn degenen die niet tegen de lucht en het stof kunnen en snel klachten krijgen, binnen een jaar weg. Ze kunnen zich bovendien niet tegen longziekten verzekeren, hoorde ik van een boer."

Verzekeringspremies

De verzekeraars spelen inderdaad een boeiende rol rond dit onderzoek. Verschillende organisaties deden letterlijk een duit in het zakje voordat Preller aan het werk ging: de Nederlandse vereniging van varkenshouders, de Noordbrabantse christelijke boerenbond (NCB), de Rabobank en Interpolis, die zo'n zeventig procent van de Nederlandse varkenshouders verzekert. Vanwaar die belangstelling voor dit gezondheidsonderzoek? Komen er, nu de relatie tussen een beroepsgroep en medische klachten is gelegd, premie-aanpassingen?

Nou", begint H. Meertens van Interpolis, het verband tussen de onderzoeksbevindingen en onze verzekeringspremies is op korte termijn redelijk betrekkelijk. We willen in eerste instantie preventief gaan voorlichten. Als alle varkenshouders een stofmasker opzetten, zou dat op termijn een positief effect kunnen hebben." Meertens is Coordinator schadebeheer van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (AOV). Er worden absoluut geen varkenshouders uitgesloten van onze AOV-verzekering. We hebben een premiedifferentiatie per beroepsgroep, maar binnen de landbouw heerst volledige solidariteit: alle boeren betalen dezelfde premie."

Wel wordt er wel eens een potentiele varkenshouder van een verzekering uitgesloten, meldt Meertens. Als iemand met een allergie voor bepaalde stoffen, dierehuid, ammoniak of Cara besluit het beroep uit te oefenen, waarbij je eigenlijk arbeidsongeschiktheid op termijn kunt verwachten, dan sluiten we de long- en luchtwegen in de polis uit. Maar dat geldt ook voor andere beroepsgroepen; uitgangspunt is de gezondheidstoestand van de persoon."

Protocol

Interpolis weet al zo'n twintig jaar dat varkenshouders een verhoogde kans op longziekten hebben en was graag bereid te betalen voor een onderzoek naar de oorzaken daarvan. Meertens is blij dat de arbeidsdeskundige van het verzekeringsconcern nu gerichte adviezen kan geven. Hij verwacht dat het nog wel een generatie zal duren voordat deze investering leidt tot lagere arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor varkenshouders.

In elk geval is Interpolis nu in zee gegaan met de Gezondheidsdienst voor dieren te Boxtel. We zijn nu bezig met een protocol, waarin we de boeren adviseren hoe ze de gezondheidsrisico's voor de varkens en henzelf kunnen verminderen", stelt Tielen. Dat wil Interpolis graag stimuleren." Bij Tielen komen de wetenschap en de praktijk samen: hij is samen met prof. dr J.S.M. Boleij promotor van Preller, hij is hoogleraar bij de faculteit Diergeneeskunde te Utrecht en hij is hoofd van de gezondheidsdienst te Boxtel.

Volgens de hoogleraar komen er nu praktische adviezen in de trant van: zorg voor automatische voersystemen, omdat tijdens het voeren de endotoxines in de lucht komen. Pas de vloerinrichting aan en beperk het gebruik van stro, zodat de vloer schoon is. Doe stofmaskers op. En ventileer vaker, vooral in de winter. Er zijn bedrijven die 's winters te weinig ventileren. Zo willen ze op stookkosten besparen, maar dat is het paard achter de wagen spannen." Meer ventilatie zal niet leiden tot een toename van de ammoniak-emissie uit de stallen, denkt Tielen. Als je meer ventileert, is de concentratie in de stal lager; per saldo is de emissie dan gelijk."

Quats

Tielen wil geen verbod van de quats, de meest vervelende ontsmettingsmiddelen. De middelen met quats zijn heel actief en grondig. In een enkel geval krijgt de varkenshouder een allergische reactie, maar bij grote aantallen vormt het geen probleem. Als een boer klachten krijgt, moet hij overschakelen op een alternatief, maar daarvan heb je een grotere hoeveelheid nodig. Neem formaldehyde; dat heeft ook negatieve effecten en kan alleen in dampvorm worden gebruikt, zodat de stal honderd procent afgesloten moet zijn. Als een varkenshouder een P3-filter gebruikt en zorgvuldig spuit, zijn de quats niet gevaarlijk."

Dergelijke beschermingstips heeft Tielen feitelijk ook voor dierenartsen die veelvuldig in varkensstallen verkeren. Ik heb zelf een onderzoek onder dierenartsen gedaan en bij de artsen voor grote huisdieren kwam dezelfde omvang van de klachten naar voren. Ook de persoonlijke blootstellingsmeting was vergelijkbaar." Een varkensarts van de gezondheidsdienst in Deventer bevestigt dat. Ik zit thuis vaak te hoesten. Beschermende apparatuur is er voldoende, maar de pest is: je moet hem opzetten. Als je in de stal wilt praten met de boer, dan lukt dat niet met een kapje voor de mond. Volgens de Arbo-wet moeten de boeren hun medewerkers dwingen om de apparatuur te gebruiken, maar het zit ongemakkelijk tijdens het werk."

Rest de vraag: moeten de varkens nu ook een stofkapje op? Tielen weet uit ander onderzoek, waarin de huisvesting van de varkens is gerelateerd aan hun gezondheid, dat er veel parallellen zijn te trekken met het onderzoek van Preller. Weliswaar krijgt het mestvarken niet de kans om Cara-patient te worden - na zes maanden blinkt het slagersmes - maar een slechte zuurstofopname zal ongetwijfeld de groei beperken. Het adagium wat goed is voor de boer, is goed voor het varken is in dit geval dan ook een nuttige vuistregel.

Re:ageer