Wetenschap - 3 juli 1997

Van gedeelde verantwoordelijkheid komt weinig terecht

Van gedeelde verantwoordelijkheid komt weinig terecht

Van gedeelde verantwoordelijkheid komt weinig terecht
LUW-project in Mozambique loopt af
Terwijl Wageningse ontwikkelingsdeskundigen in Maputo het onderwijs proberen te verbeteren, zijn hun Mozambikaanse counterparts bezig met bijbaantjes en het invullen van formulieren voor de centrale administratie. Toch levert de LUW-project aldaar wel degelijk resultaten op in het onderwijs, stelt irrigatie-deskundige Frans Huibers. Slechter is het gesteld met het bestuurscentrum van de Eduardo Mondlane universiteit: Wageningen beheert het projectgeld
Dit jaar loopt het twaalf jaar oude samenwerkingsverband tussen de Eduardo Mondlane universiteit in Mozambique en de Landbouwuniversiteit ten einde. Een van de projecten is het Plant Soil Water project (PSW). Dat draaide de laatste vier jaar in het kader van het programma Medefinanciering hoger onderwijs (MHO). Ik ben de laatste die zal zeggen dat het project helemaal soepel heeft gelopen. Het is vallen en opstaan, maar er zijn zeker resultaten geboekt, zegt dr ir Frans Huibers van de LUW-sectie Irrigatie
In mei bracht hij een bezoek aan de universiteit in Maputo. Reden was de uiterst kritische en negatieve evaluatie van externe beoordelaars in opdracht van de Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs, in oktober 1996. In de huidige werkomgeving is het MHO-programma niet uit te voeren en ziet het perspectief voor het slagen van de projecten er somber uit, concludeerden de beoordelaars
Het MHO-programma moest in 1993 een einde maken aan de versnipperde universitaire samenwerking tussen Nederlandse en Mozambikaanse instellingen. In negen verschillende projecten werkten Nederlandse universiteiten en hogescholen samen met Mozambikaanse counterparts. Bij het PSW-project zijn de agrarische hogeschool Larenstein en de LUW betrokken
De nadruk in de nieuwe projectfase lag op institutionele ontwikkeling en meer inspraak van de partnerinstelling uit het zuiden. In deze meer vraaggerichte aanpak moest de Mondlane universiteit bepalen waar het ontwikkelingsgeld aan besteed moest worden. Ook ging deze zelf shoppen in Nederland wie de projecten moest uitvoeren
Shoppen
Theoretisch is dat een goed systeem, zegt Huibers, maar in de praktijk gebeurt dat shoppen heel gericht. Langs de snelweg kun je Esso- en Shell-benzine kopen, maar als je de Esso-pompen niet kunt vinden omdat ze erg verdekt staan opgesteld, kom je toch al gauw terecht bij de Shell-pompen. Door de jarenlange contacten tussen de LUW en de Mondlane universiteit was het min of meer vanzelfsprekend dat die samenwerking zou worden voortgezet in het MHO-programma. Van shoppen was geen sprake
Niet alleen Wageningen had een erfenis uit het verleden in Mozambique, zegt Franciska Moors, medewerker van de LUW-afdeling Kennisbemiddeling. De Technische Universiteit Delft stak haar samenwerking op het gebied van informatisering en waterbeheer in een nieuw MHO-jasje. Moors: Mozambique was in feite al ingevuld. De meeste projecten begonnen niet blanco. Ze moeten worden aangepast aan de doelen van het MHO-programma. En dat is een kwestie van onderhandelen.
Het zijn vaak compromissen, zegt Huibers. Papieren doelstellingen waarvan je van te voren al weet dat ze niet haalbaar zijn. In Mozambique is op lopende projecten een MHO-stempel gedrukt, maar de manier van werken is niet aangepast. Dat kan ook niet zomaar in een established project dat al acht jaar bestaat.
Zo moest het project Plant Soil Water, dat gericht was op de disciplinaire versterking van onderwijs en onderzoek, zich gaan toeleggen op institution building. Een term waarvan de betekenis niet helemaal duidelijk is: het opleiden van wetenschappelijke staf valt eronder, de organisatie van de administratieve en ondersteunende diensten eveneens. Tot nu toe heeft het PSW-project zich gericht op steun aan een bibliotheek en een grondlaboratorium, en de opleiding van universitaire stafleden die het project zelf moeten kunnen leiden. Volgens Huibers een hele opgave en een voorbeeld van een papieren doelstelling die in de praktijk in korte tijd niet te realiseren is
Bijbaantjes
In het evaluatierapport wordt verslag gedaan van toenemende irritaties tussen onverschillige Mozambikaanse stafleden die hun verantwoordelijkheid niet oppakken en arrogante Nederlandse projectmedewerkers die nog steeds projecten uitvoeren over de hoofden van Mozambikanen heen. Van gedeelde verantwoordelijkheid komt weinig terecht, doordat ze hun lage salaris moeten aanvullen met bijbaantjes en daardoor veelvuldig afwezig zijn, zeggen de evaluatoren. De Mozambiquanen voelen zich dan ook achtergesteld en nog steeds afhankelijk van de buitenlandse deskundigen
Huibers is het daar niet mee eens. Veel mensen zijn inderdaad afwezig, omdat ze niet kunnen leven van een universitair inkomen. Maar op het ministerie zijn de salarissen nog steeds de helft lager. De Wageninger denkt dat de in het project opgeleide Mozambikaanse stafleden zeker in staat zijn zelf onderwijs te geven. Wel blijft er misschien werk liggen, als de Nederlandse stafleden na afloop van het PSW-project vertrekken, zegt hij
De irrigatiedeskundige staat niet alleen in zijn mening. Ook Elco van Noort, betrokken bij de twee Delftse projecten, ziet het niet zo somber in en heeft positieve ervaringen, schrijft hij in Transfer, het vakblad van de Nuffic. De lokale counterparts zijn goed in staat het onderwijsprogramma over te nemen, meent hij. Bovendien is door het informatica-project een grootschalige infrastructuur voor communicatie opgezet, waar niet-gouvernementele organisaties (ngo's) en publieke instellingen intensief gebruik van maken. Er is dus wel degelijk gewerkt aan institutionele opbouw, vindt Van Noort
Oorlog
Ook Huibers ziet resultaten die zonder het project niet gerealiseerd zouden zijn. Zo is er een nieuw onderwijsprogramma opgezet, is er meer vraag naar afgestudeerden en studeren er meer mensen af. De studenten hebben een achtergrond van slecht onderwijs, oorlog en guerilla, terwijl de 45-jarigen zijn geboren toen het land nog een kolonie was. Met die achtergrond word je geacht iets voor de toekomst op te zetten. Het is een behoorlijk moeilijke groep en een niet geringe prestatie om daar resultaat van te krijgen. De evaluatie van de Nuffic houdt te weinig rekening met die omstandigheden.
Natuurlijk zijn er ook tekortkomingen. Zo zitten de onderwijsprogramma's boordevol inleidende kennisvakken; voor studenten die aan twee inleidende vakken genoeg hebben een ramp. Maar in Wageningen is het bij dit soort kwesties niet anders, stelt hij. Ook daar streven alle hoogleraren ernaar om het onderwijsprogramma vooral te vullen met hun eigen inleidende vakken
Als grote mislukking van het MHO-programma noemen de evaluatoren het slechte functioneren van het centrale management van de Mondlane universiteit. Dat management kan de verantwoordelijkheid niet aan. Veel projecten lopen daardoor vertraging op. Ook het PSW-project ondervindt daar last van, vertelt Huibers. De goedkeuring van onderwijsprogramma's laat vaak jaren op zich wachten. En voor de verhuizing van de bibliotheek naar een grotere ruimte is toestemming op centraal niveau nodig
Stempels
Huibers: Het PSW-project heeft geen bemoeienis met het functioneren van het centrale management. Ook de Mozambikaanse faculteit Agronomy and Forestry Engineering, waar we mee samenwerken, kan niets anders doen dan een brief schrijven of het onderwerp in de vergadering brengen. Daar ontstaat dan een discussie, maar dat kost veel tijd. De universitaire administratie is georganiseerd op basis van het starre koloniale Portugese systeem. Als een Mozambikaans staflid een dag verlof wil nemen, is hij twee dagen bezig om stempels op allerlei formulieren te verzamelen. Om dat systeem te omzeilen, ontstaat een onderstroom, waarin je zelf snel zaken regelt. En dat verhoogt de duidelijkheid van de structuur niet.
Blijft door een dergelijke situatie de samenwerking niet te veel steken op faculteitsniveau en in oude vertrouwde relaties? Moors beaamt het gedeeltelijk. Het MHO-programma zat al vol met plannen van lopende projecten. Er was geen ruimte voor activiteiten op hoger niveau. Bovendien geeft de Mondlane universiteit zelf aan wat voor ondersteuning ze op welke plekken wenst, en het centrale management werd daarbij niet genoemd. Wel zijn er zijdelings activiteiten ondernomen om het management te verbeteren. Zo is LUW-griffier drs Paul den Besten op missie gestuurd om advies te geven over beheer en communicatie en een training vergadertechnieken te geven, vertelt Huibers
Een ander knelpunt in het Wageningse project is het beheer van het geld. Coordinator Willem Genet, die de projectgelden onder zijn hoede heeft, moest onverhoeds naar Nederland terugkeren na een bedreiging. Een poging tot afpersing, vermoeden de Mozambikaanse stafleden en de Nederlandse partners. Nu worden de financien vanuit Nederland geregeld, maar dat gaat niet zo handig. Moors: Misschien moeten we het financiele beheer meer overdragen aan Mozambique, maar ze staan daar zelf huiverig tegenover. Omdat het management erg slecht is, kunnen ze dat nog niet aan.
Geld
De Mondlane universiteit wil zich in de toekomst meer op het onderzoek richten. Binnen het Nuffic-programma is dat niet mogelijk; dat richt zich vooral op onderwijs en training. De EMU zal dus andere potjes met geld moeten aanboren. Dat is sowieso een vereiste, want de Nuffic kampt met financiele problemen. Het MHO-programma Mozambique besteedt vijf miljoen gulden per jaar en is daarmee veel duurder dan de andere MHO-programma's die jaarlijks 3,5 miljoen uitgeven. Huibers: De Nuffic moet de komende jaren zuinig zijn. Pas in 2000 zijn er weer mogelijkheden. Mozambique moet daarom nu geld op projectniveau zoeken. Nederland is een belangrijke financier, maar niet de enige. Er zijn dus nog voldoende mogelijkheden voor nieuwe projecten.

Re:ageer