Wetenschap - 3 december 1998

Van Woerkum: Ik heb geen zin om te roepen: hoera, we liggen op koers

Van Woerkum: Ik heb geen zin om te roepen: hoera, we liggen op koers

Van Woerkum: Ik heb geen zin om te roepen: hoera, we liggen op koers
Hoogleraren reageren op het ondernemingsplan
De reacties van hoogleraren op het ondernemingsplan varieren van goed plan tot ik was totaal verbijsterd. Hoogleraren menen echter wel dat het nodig was om in te grijpen en vinden het goed dat er niet gekaasschaafd is. Ze betreuren het dat kwaliteit van onderwijs en onderzoek geen rol heeft gespeeld bij de leerstoelenkeuze. Over het nieuwe model waarmee het geld voor onderwijs wordt verdeeld zijn de meningen nogal verdeeld
Dr Colja Laane, hoogleraar Biochemie
Het is een goed plan, maar het is dramatischer dan ik had gedacht. Er wordt gehakt en gekaasschaafd. Ik behoor tot de happy few die mogen blijven, maar door die nieuwe basisfinanciering moet mijn leerstoel ook flink krimpen. Als we al onze creativiteit gebruiken zie ik nog wel goede mogelijkheden om de studierichting Moleculaire wetenschappen overeind te houden.
Laane vindt het goed dat er meer bezuinigd wordt dan strikt noodzakelijk is. Als je het doet moet je het goed doen en het mes net iets dieper zetten dan noodzakelijk. Dit moet echter niet te lang doorsudderen, anders vertrekken de goede mensen het eerste.
Laane ziet niet zoveel in het voorstel om vijf wisselleerstoelen in te stellen, omdat hij verwacht dat deze keurig over de departementen verdeeld worden en dat de wisselhoogleraren niet veel meer dan een halve aio zullen krijgen. Wat levert dat nou echt aan vernieuwing op?
Dr Cees van Woerkum, hoogleraar Communicatie- en innovatiestudies
De operatie is absoluut noodzakelijk. Het is een positief, redelijk consequent plan. Het is goed dat er keuzes gemaakt worden en niet wordt gekaasschaafd. Maar dat dit nodig is, is droefmakend en vreselijk zuur voor collega's. Ik heb dan ook geen zin om te roepen: hoera we liggen op koers. De presentatie van departementsdirecteuren in De Leeuwenborch was wat dat betreft shockerend.
Een probleem is dat het plan gebaseerd is op de beeldvorming rond een groep, maar dat is onvermijdelijk in zo'n korte periode. Van Woerkum begrijpt niet dat het bestuur gamma en beta beter wil integreren en dan toch de leerstoel Technologie en agrarische ontwikkeling wil opheffen. Richards zou het vlaggenschip van de nieuwe lijn moeten zijn. Hij is degene die we daar voor nodig hebben. Maar hij zit alleen en is relatief onbeschut.
Ik vind het raar dat De Leeuwenborch zo zwaar getroffen wordt in een tijd dat sociale wetenschappers zo belangrijk zijn voor de veranderingsprocessen in de landbouw.
Al gaat zijn leerstoelgroep erop vooruit in het nieuwe financieringsmodel voor onderwijs, waarin alleen per afstudeervak betaald wordt, toch vindt Van Woerkum het model niet kunnen. De kwaliteit van het cursorische onderwijs gaat naar beneden als je daar helemaal geen credits voor geeft. En er gaat een enorme lobby ontstaan om studenten te trekken voor een afstudeervak.
Dr Martin Mulder, hoogleraar Onderwijskunde
Ik was totaal verbijsterd toen ik het hoorde. Ik was net zes weken in dienst. Ik kon mijn oren dan ook niet geloven toen ik hoorde dat mijn leerstoel opgeheven dreigt te worden.
Het is ook erg onverstandig om Onderwijskunde af te stoten. De LUW wil het onderwijs krachtig gaan innoveren. Daar heb je ondersteuning van Onderwijskunde bij nodig. In Maastricht hebben ze bijvoorbeeld bij elke faculteit een leerstoel onderwijskunde. Ze hebben daar gemerkt dat een wetenschappelijke groep onderwijskundigen nodig heeft om de vertaalslag van nieuwe ideeen naar het onderwijs te maken.
Bovendien zorgt het opheffen van Onderwijskunde ervoor dat er in de toekomst geen studenten van de LUW zullen doorstromen naar de lerarenopleiding. Er staan dan geen landbouwingenieurs meer voor de klas. De LUW mist dan een hoop goede ambassadeurs.
Het is jammer dat het bestuur niet heeft gekeken naar kwaliteit en derde geldstroom. Wij krijgen veel opdrachten van derden, het ministerie bijvoorbeeld. Bovendien staan we bovenaan de lijst als het om wetenschappelijke productiviteit gaat. We waren net toegelaten tot de landelijke onderzoekschool voor onderwijskundigen ICOO.
Dr Willem de Vos, hoogleraar Microbiologie
Ik kan me vinden in de hoofdlijnen van het plan. Vooral het nieuwe verdelingsmodel voor het geld vergroot de bestuurbaarheid van de universiteit, het is helder en simpel. Er zijn duidelijke keuzes gemaakt; de missie komt duidelijk naar voren.
Ik heb twee grote vragen bij het plan. Ten eerste: is het nieuwe opleidingenaanbod voldoende in staat om studenten te trekken? Het geringere aanbod van studierichtingen lijkt in eerste instantie een verslechtering. En omdat een aantal leerstoelen bij bijvoorbeeld het departement Levensmiddelentechnologie en voeding er flink op vooruit lijkt te gaan, vraag ik me af of dat ook op langere termijn betaalbaar is.
Dr ir Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar Rurale sociologie
Goed plan. De faculteit heeft de laatste jaren laten zien dat ze niet in staat is om zelf met plannen voor verandering te komen.
Mensen die zeggen dat de sociale wetenschappen een zware klap hebben gekregen maken een kortzichtige analyse. Het is niet zo dat als er een aantal poppetjes verdwijnen daarmee de sociale wetenschappen in Wageningen worden afgebroken. Er zijn nu een aantal duidelijke kernen in de maatschappijwetenschappen. Als die goed functioneren zie ik mogelijkheden om te groeien met tweede en derde geldstroom. Ook het verdwijnen van Rurale ontwikkelingsstudies als zelfstandige richting hoeft geen probleem te zijn. De toekomstige interspecialisatie Ontwikkelingsstudies biedt voor studenten nog steeds interessante mogelijkheden. Als de afdeling Voorlichting erin slaagt om dat aankomende studenten duidelijk te maken, hoeft het verdwijnen van Rurale ontwikkelingsstudies geen probleem te zijn.
Dr ir Pim Brascamp, hoogleraar Veefokkerij
We moeten opletten dat departementen geen hoge muur om zich heen zetten. Het plan bevat niet veel impulsen om het belangrijkste facet van de LUW, namelijk dat het een faculteit is, in stand te houden. Het nieuwe financieringsmodel zorgt voor de verleiding om afstudeervakkers binnen het eigen departement te houden en dat vind ik ongewenst.
De dierlijke biologie komt in het plan ook wel erg onder druk te staan als het onverkort wordt doorgevoerd. Er verdwijnen niet alleen leerstoelen op dit terrein, de leerstoel Visteelt en visserij moet zich bijvoorbeeld alleen op de visteelt gaan richten, terwijl voor biologen juist visserij interessant is. Voor de studierichting Biologie is dat heel slecht. Het is de vraag of je wel een biologierichting kunt hebben die onvolledig is.
Dr ir Bert Brunekreef, hoogleraar Gezondheidsleer
Ik ben zeer teleurgesteld. Er hebben geen argumenten van kwaliteit meegespeeld, anders waren wij niet aan de verkeerde kant van de streep terecht gekomen. We behoren tot de top van deze universiteit.
We hebben aan het bestuur laten weten dat het werk moet worden voortgezet, elders of onder een andere vlag. We hebben er vertrouwen in dat het bestuur hier actief aan mee zal werken. Het heeft geen zin om een driejarig traject van afbraak in te zetten en dan veel wachtgeld te betalen. Ik heb geen twijfels aan de levensvatbaarheid van ons onderneminkje, want we halen veel onderzoeksopdrachten binnen. Brunekreef zal niet actievoeren voor het behoud van zijn onderzoekgroep aan de Landbouwuniversiteit
Dr Martien Cohen Stuard, hoogleraar Fysische chemie en kolloidkunde
De opstellers van het plan hadden meer naar de relatie tussen taken en middelen moeten kijken, meent Cohen Stuard. Met dit nieuwe financieringsmodel gaan ze bij Voorlichtingskunde gewoon nieuwe mensen aannemen. Zij gaan erop vooruit omdat ze relatief veel afstudeerders hebben. Als je zo'n enorm accent op afstudeervakken legt, leg je niet echt het accent op onderwijs. Als je studenten laat meelopen in het onderzoek snijdt het mes juist van twee kanten. Het is onderwijs, maar het levert ook onderzoek op, en juist dat wordt vanuit de onderwijsfinanciering in het ondernemingsplan extra benadrukt.
We hebben uitgerekend dat er een enorm verschil in onderwijslast is. Wij geven vijftien keer zoveel onderwijs als de leerstoelgroep die het minste onderwijs geeft. Zijn leerstoelgroep geeft aan bijna alle LUW-studenten het college en practicum Algemene en fysische chemie. Als er iets efficient is, dan is het wel het chemie-onderwijs. Dat is een behoorlijk goedkope vorm van onderwijs.
Dr ir Rudy Rabbinge, hoogleraar Productie-ecologie
Het is goed dat er behoorlijk wat gebeurt, maar de invulling, de criteria en de wijze van keuze verdienen geen schoonheidsprijs.
Rabbinge is bang dat er in de voorgestelde organisatiestructuur subfaculteiten ontstaan. De kracht van Wageningen is de samenhang tussen beta en gamma, tussen natuurwetenschappelijke, technische en sociaal-economische disciplines. Komen die disciplines allemaal in aparte subfaculteiten, waarin departement, onderwijs- en onderzoeksinstituut een een-op-een-relatie met elkaar hebben, dan is dat de dood in de pot. De samenhang moet blijven.
Rabbinge vindt het geen goede zaak dat de kernleerstoelen vanuit de opleidingen gedefinieerd zijn. Het gaat om de samenhang binnen de universiteit. Hoogleraren moet je niet bij een richting plaatsten. Juist de combinatie van vakken is typerend voor Wageningen.
Dr ir Fons Voragen, hoogleraar levensmiddelenchemie
We halen opgelucht adem, al is het erg zuur voor de uitstekende groep van Jan de Bont. De operatie is voor het departement Levensmiddelentechnologie en voeding het minst ingrijpend. Gelukkig maar, want we hadden het gevoel dat we al tot het bot uitgekleed waren. We zijn al heel lang bezig om het college te overtuigen dat we benadeeld zijn in de voorwaardelijke financiering, die historisch is bepaald.
Het nieuwe financieringsmodel voor onderwijs vindt Voragen een goede zaak. Van het huidige model dreigden we het slachtoffer te worden. We verdrongen ons met zijn allen om een teiltje met geld. Meerjarenafspraken betekenen dat er meer rust komt en dat je anders met elkaar om kunt gaan. Dat kan het onderwijs ten goede komen. Maar dat Fysisch chemie en kolloidkunde er zestig procent op achteruit gaat, zoals in het Chemisch Weekblad stond, daar schrik ik toch wel van. Zij leveren een belangrijke bijdrage aan de basisvorming in allerlei studierichtingen. Daar zou een bijstelling op zijn plaats zijn.

Re:ageer