Wetenschap - 22 februari 1996

Van Woensdrecht via Irak en Srebrenica naar Burundi

Van Woensdrecht via Irak en Srebrenica naar Burundi

Polemoloog Wecke verbreedt werkterrein

Is niet plotsklaps de bestaansgrond weggevallen voor de polemologie, het interdisciplinaire wetenschapsveld dat zich vastbeet in militair-industriele complexen en groteske vijandbeelden van Oost en West? Integendeel, vindt drs L. Wecke. De val van de Muur bevestigde juist de ontwikkelde theorieen. Nu is het zaak de inzichten te gebruiken bij de preventie van nieuwe conflicten. Dus ruim baan voor de VN, hoe kreupel die ook mag zijn.


Het is iets over half twee als drs. L. Wecke, directeur van het Studiecentrum voor vredesvraagstukken in Nijmegen, in een razend tempo zijn college voor Studium Generale start en scherpe analyses produceert over het falen van de Verenigde Naties in vredesoperaties. Een belangrijke oorzaak is de beperkte ruimte die de VN van de afzonderlijke lidstaten krijgt toegewezen, doceert Wecke. De lidstaten zijn als de dood dat hun soldaten sterven onder VN-vlag op vreemde bodem. Dat is slecht voor de publieke opinie en dient koste wat kost te worden vermeden.

Daarom luidde Karremans eerste opdracht: zorg dat onze jongens niets gebeurt. De veiligheid van de moslims in Srebrenica is van minder belang, dus laat de genocide niet lang op zich wachten en is de aanfluiting van de VN een feit. Volgende vraag is wat zoiets betekent voor een conflict in Burundi, dat op het punt staat van escalatie en waar interventie ogenschijnlijk dringend is gewenst. Een prikkelende vraag die nauwelijks enige reactie oplevert. Dat kan ook haast niet. De capitulatiezaal telt slechts een handjevol toeschouwers. Het onderwerp mag dan actueel zijn, de publieke belangstelling voor Weckes polemologische bespiegelingen blijkt minimaal.

Dat was zo'n twintig jaar geleden totaal anders. Toen trok hij gemakkelijk volle zalen van 150 personen bij een lezing over de plaatsing van kruisraketten. Is met de val van de Muur tevens het doek voor de polemologie gevallen? Het wapengekletter van de grootmachten vormde immers een rijke bron van onderzoek.

Onzin, meent Wecke. De polemologie heeft de val immers zelf voorspeld. Wecke refereert aan de studies over militair-industriele complexen in Oost en West die belangrijke drijvende krachten vormden in de voortdurende ontwikkeling van nieuwe wapensystemen. De legitimering hiervoor werd deels verkregen via de creatie van vijandbeelden die stoelden op manipulatie van gegevens. Dat in de daaruit voortvloeiende uitputtingsslag de USSR uiteindelijk aan het kortste eind zou trekken, dat hadden wij al voorspeld. Alleen hadden we niet gedacht dat het zo snel zou gebeuren, aldus Wecke, die persoonlijk teleurgesteld was dat het socialistische experiment in de praktijk niet mogelijk bleek.

Bestaansrecht

Met het wegvallen van de Koude Oorlog verdween weliswaar een belangrijk onderzoeksterrein, maar niet het bestaansrecht van de polemologie. Deze wetenschapstak onderzoekt namelijk de oorzaken van conflicten en oorlogen en de wijze waarop ze kunnen worden opgelost. Dit alles met het onwetenschappelijke streven om toekomstige oorlogen te voorkomen. Ook tracht de polemologie het begrip vrede te duiden. Dat is meer dan een situatie zonder oorlog, maar idealiter een toestand zonder structureel geweld; een situatie waarin mensen zich naar eigen believen kunnen ontplooien. En ook nu dienen zich genoeg belangrijke onderwerpen aan, zoals burgeroorlogen en VN-vredesoperaties, aldus Wecke. Sterker nog, de tijd van oogsten lijkt zelfs aangebroken. Nu het verlammende Oost-West conflict voorbij is, ontstaat een grotere speelruimte om de verworven polemologische inzichten te gebruiken.

Weckes pleidooi staat in schril contrast met de opheffing van de vakgroep Polemologie in Amsterdam en de onzekere toekomst voor de collega's in Groningen, mede als gevolg van interne twisten. Maar die observatie is te oppervlakkig, riposteert Wecke. Polemologie wordt tegenwoordig ook bedreven op plaatsen als Instituut Clingendael, dat meer beleidsgericht is, en bij vakgroepen die zich bezighouden met internationaal recht en mensenrechten. Ook ontstaat er een heel nieuw type dienstverlening. Zo verzorgt zijn instituut tegenwoordig leergangen voor de politie en het ministerie van Defensie.

Dat was ten tijde van de Koude Oorlog wel even anders. Toen werd Wecke ingeschakeld als getuige-deskundige bij processen tegen vredesactivisten die de hekken van vlietuigbases doorknipten en de vliegtuigen van een verfje voorzagen. Wecke produceerde gloedvolle betogen die de politieke achtergronden van de demonstranten schetsten en waarschuwde tegen criminalisering.

Pottekijkers

Nu behandelt Wecke de vraag of de VN in toekomst conflicten kan voorkomen. Daarbij kan de VN volgens de vredesdirecteur gebruik maken van gedetailleerde sociaal-economische, politieke en militaire criteria uit polemologische studies. Hiermee kan de stabiliteit van een land of regio worden getoetst. Als de kiemen voor een conflict aanwezig zijn, kan de VN een preventieve bemiddelingsrol spelen. Een taak die al op bescheiden schaal wordt verricht door oud-minister Van der Stoel. Een probleem hierbij is dat de VN een verkokerde bureaucratische organisatie heeft en dat de lidstaten, die het geld geven, vaak het nationale belang niet inzien van dergelijke missies.

Tenslotte speelt voortdurend het probleem van de nationale soevereiniteit. Elke staat heeft het recht om een opdringerige VN de deur te wijzen en juist in conflictgebieden zijn er vaak geen pottekijkers gewenst. Dit principe is slechts een keer in 's werelds historie geschonden, toen Saddam Hoessein na de Golfoorlog de Koerden in Noord-Irak plat bombardeerde. De aangrijpende tv-beelden zorgden voor een safe haven voor de Koerden, met als argument dat de groeiende vluchtelingenstroom de internationale veiligheid in gevaar bracht.

Of zo'n aanpak ook in Burundi komt, betwijfelt Wecke. Er verschijnen nog te weinig gruwelijke beelden op tv en de lidstaten willen geen militaire levens riskeren in onbelangrijk donker Afrika. Dat pleit ervoor dat de VN in de toekomst een eigen legermacht krijgt, vindt Wecke.

Met deze toekomstdroom sluit hij het college af. Rest de vraag of hij deze droom niet tegen beter weten in koestert; word je van jarenlang polemologisch onderzoek niet juist akelig depressief? Dat valt mee, verzekert Wecke. Het is verheugend dat het aantal interstatelijke conflicten is afgenomen. De internationale gemeenschap is blijkbaar versterkt. Ook het aantal burgeroorlogen kan volgens Wecke verminderen. En tenslotte zijn sommige conflicten, zoals de bevrijdingsoorlogen als in El Salvador en Nicaragua, gewoon noodzakelijk. Meent Wecke.

Re:ageer