Wetenschap - 23 februari 1995

Van Beek

Van Beek

Veetransporteurs moeten niet alleen rekening houden met de broodnodige rust voor de chauffeurs, maar ook met die van de dieren. Kan dat?

In zijn algemeenheid kun je zeggen dat consumenten zich in toenemende mate bezighouden met wat eerder in een keten gebeurt. Dat geldt zeker voor de sector Dierlijke produktie. Het gaat niet meer alleen om dat lekkere stukje vlees op hun bord. Hoe gaan we met de dieren om, hoeveel loopruimte hebben ze gehad, hoeveel stro? Als dat niet goed is geregeld, vinden ze dat vervelend en blijken ze heel mondig.

Besluiten om het transport van dieren te verbeteren kun je modelmatig doorrekenen. Zo'n besluit heeft natuurlijk gevolgen voor de hele keten, want de verblijftijd in een schakel verandert. Het kan aanpassing vergen van bijvoorbeeld produktieschema's. De verschillende schakeltjes in de keten tussen de primaire producent, de verwerker en de consument moeten goed op elkaar worden afgestemd. Als je dat niet doet, loop je het risico van overbodige hoge kosten. Tenslotte wil de consument goede produkten tegen een lage kostprijs. We moeten natuurlijk voorzichtig zijn met de landbouwsector, die toch goed is voor een kwart van het bruto nationaal produkt. Anderzijds hoeft een verandering in een schakeltje niet noodzakelijkerwijs een verslechtering te betekenen.

Wiskundige modellen zijn daarbij hulpmiddelen; als je een transportroute moet bepalen tussen twaalf adressen heb je, zo uit mijn hoofd, meer dan 350 duizend mogelijke routes. Gelukkig hebben we decision support systemen die helpen de beste oplossing te schatten. Je kunt vaststellen dat een gekozen oplossing maar een procent van het optimum af zit. Voor een ondernemer, of het nu een slachterij is of Albert Heijn, kan dat genoeg zijn.

Je kunt ook kijken naar de locatie van bedrijven. Momenteel liggen de meeste slachterijen in het oosten van het land, terwijl de consumenten in het westen zitten. Soms ook zitten de slachterijen in Zuid-Europa, terwijl de dieren hier worden gemest. Locaties zijn vaak historisch gegroeid, maar het kan efficienter zijn om te veranderen. Zo stond Unilever voor de keus om de plantaardige olien te raffineren in Latijns-Amerika, of ze daar alleen te persen en in Europa te raffineren. Zoiets kan worden doorgerekend en de uitkomsten kunnen beslissingen ondersteunen.

Juist in de agrarische sector, met bederfelijke produkten, een complexe logistiek en afhankelijkheid van weersomstandigheden; juist in die sector is een integrale ketenbenadering heel belangrijk. In elk schakeltje moet rekening worden gehouden met het volgende en dus ook met de perceptie van de consument."

Re:ageer