Wetenschap - 23 maart 1995

Vakgroepsfondsen schragen liquiditeit van de universiteit

Vakgroepsfondsen schragen liquiditeit van de universiteit

Bestedingsbeperking voor vakgroepen

Een lening op de kapitaalmarkt van veertien miljoen om de universitaire financiele nood te lenigen kwam er bij de raad niet door, ook al zag het college licht gloren aan het eind van de tunnel. In een haastig opgesteld pakket met maatregelen om de liquiditeit van de universiteit veilig te stellen wordt nu, via een bestedingsbeperking, geleend uit vakgroepsfondsen. Tenslotte beschikken de universitaire werkmaatschappijen over ruim 23 miljoen gulden. Dus een beetje meewerken met de moedermaatschappij is niet teveel gevraagd, dachten raad en college.


Anders moesten ze naar de bank en dat is voor de vakgroepen ook niet echt leuk. De financiele situatie van de universiteit is nu eenmaal niet rooskleurig." Vakgroepsbeheerders reageren wat gelaten op de beperking van vijftig procent die is opgelegd aan de vakgroepsfondsen. In 1995 mag een vakgroep niet meer dan de helft van het bedrag uit 1994 uitgeven, althans voor wat betreft het eigen fonds. Op die manier hoopt het college de liquiditeit van de universiteit, het direct beschikbare geld, te verbeteren met zo'n 5,5 miljoen gulden.

Vakgroepsfondsen vormen een merkwaardig fenomeen. Ooit, eind jaren zeventig, was het vakgroepen verboden extra verdiensten, bijvoorbeeld uit kortlopend contractonderzoek, in eigen zak te steken. Aangezien er een toenemende, lucratieve, vraag was naar dergelijke klusjes dreigde een wildgroei aan stichtingen, al dan niet gelieerd aan een vakgroep, waarin de nevenactiviteiten werden ondergebracht. De universiteit raakte het zicht kwijt op alle activiteiten en besloot tot legalisering van wat ooit werd omschreven als de semi-criminele zoom van het LH-gebeuren: eventuele extra inkomsten dienden voor dertig procent naar een centraal fonds te vloeien. De rest mochten vakgroepen zelf houden en besteden. Met enkele detailwijzigingen bleef de regeling tot de dag van vandaag in stand en sommige vakgroepen werden rijk en het universitair bestuur weet precies welke. Van de negentig miljoen gulden omzet aan contractresearch gaat tenslotte niet alles op aan directe projectkosten. Bes
tuurders keken wel eens met een begerig oog naar de dikke portefeuilles van de profs. En sommige profs lieten zich erop voorstaan dat slechts een klein deel van hun werk gefinancierd werd door de universiteit. Bestuurders riepen de afgelopen jaren regelmatig op vast personeel te financieren vanuit die zogenaamde derde geldstroom, maar in praktijk kwam dat nauwelijks van de grond. Alleen bij directe ontslagdreiging kon incidenteel een conversie worden afgedwongen.

Grootverdieners

En zo ontstond de merkwaardige situatie dat enerzijds de Landbouwuniversiteit een omzet haalt van negentig miljoen aan additionele inkomsten en anderzijds tegen een tekort aanloopt van meer dan vijfentwintig miljoen. De winst, de fondsen bevatten begin 1995 23,3 miljoen gulden, zit vast bij de vakgroepen en een beetje in het centraal fonds. De middelen uit het centraal fonds, natuurlijk ook in te zetten voor de financiering van ambtenaren op het bestuurscentrum, zijn goeddeels besteed of geoormerkt. De middelen van de vakgroepen minder, al vormen ze natuurlijk geen pretfonds.

In grotere en kleinere porties ligt er meer dan twintig miljoen gulden aan de basis, keurig centraal geadministreerd op het bestuurscentrum. Het geld vormt al met al een substantiele bijdrage aan de liquiditeitspositie van de universiteit: tenzij de vakgroepen, mede gedwongen door de bezuinigingen, en masse besluiten hun tegoeden op te nemen....Dat zou een Costerwegcrash worden.

Dat moet worden voorkomen en dat verklaart de collegebrief van 15 februari die eerlijk aangeeft dat met de bestedingsbeperking het totale saldo zo'n 5,3 miljoen gulden moet groeien om een aanzienlijk deel van het liquiditeitstekort te dekken. De werkmaatschappijen van de universiteit moeten meer bijdragen aan de resultaten van de moedermaatschappij. Daar komt het op neer.

Kan dat? Prof. dr ir K. van 't Riet van Levensmiddelentechnologie, een van de universitaire grootverdieners, wist, heel tekenend, nog van niets van de nieuwe regeling. Ik heb nog geen commentaar. 't Duurt altijd wel een minuut of tien voordat ik ergens iets van vind en ik weet dus nog niet of ik hier iets van vind." In hetzelfde gebouw, bij Toxicologie is de beheerder ontstemd. Er wordt nu gedaan alsof het een of ander feestpotje van de vakgroep is. Wij reserveren geld om, indien nodig, direct een duur apparaat te kunnen vervangen of om een analist bij de vakgroep te houden tussen twee projecten in. Ook zetten we het in voor de aanstelling van practicumassistenten; daarvoor geeft het college tenslotte geen budget meer. 't Is puur een reserve, een achtervang."

Bokkesprongen

Een laconieke reactie valt op te tekenen uit de mond van de beheerder van Organische chemie: Wij zijn zeer arm, dus het raakt ons niet. Wat we hebben is al vastgelegd in verplichtingen, dus daar kan het college niet aankomen. Dat vakgroepsfonds is sowieso een rare zaak, beunhazerij...Als Shell iemand een klus laat doen en daarvoor betaalt, mag de vakgroep zeventig procent van de opbrengst houden, terwijl het college het salaris moet doorbetalen. Sommige vakgroepen verdienen zoveel dat ze de lump sum niet nodig hebben; houd daar dan rekening mee bij de verdeling van de middelen. Maar het klopt natuurlijk niet, dat als je zoiets laat ontstaan je het nu ineens blokkeert. 't Geeft wel aan hoe slecht de universiteit ervoor staat; dat ze zulke bokkesprongen maakt."

Tussen de regels door en soms expliciet geven de beheerders aan wel weer een creatieve oplossing te bedenken voor hun vakgroepsfondsen. De principiele houding van Geurtsen ten spijt lijkt het dat de maatregel ertoe leidt dat fondsen weer uit zicht raken. Stichtingen zijn een interessante optie als intermediair tussen opdrachtgever en vakgroep om het kapitaaltje te beheren, maar het geld kan ook geoormerkt worden vastgezet op projecten. Er wordt, zo blijkt uit de telefoonronde, druk gestudeerd op de meest lucratieve opties. Want, hoewel een woordvoerder van FEZ benadrukt dat er niks wordt afgepakt wordt het wel zo gevoeld. Dat is onredelijk, maar ook een fact of life. Raadsgriffier drs E.R. van den Ende wil niet leven met dat fact: Dit is een heel redelijk voorstel. Er is gezocht naar een pakket met maatregelen dat zo min mogelijk pijn veroorzaakt...Als dat wordt gefrustreerd, zal er wat anders moeten komen, maar raad en college waren het hierover eens en dan ma
g toch van vakgroepen worden verwacht dat ze meewerken. Als ze dat niet kunnen of willen, moeten ze komen praten. Hadden we dan bij de bank moeten lenen?"

Re:ageer